Doorslag van een getypte brief (administratief).
Origineel
Doorslag van een getypte brief (administratief). 13 januari 1942. De Directeur (van de Visscherijcentrale). [Linksboven, handgeschreven in paars:] Verzonden 14/1
[Rechtsboven, getypt:] HG.
[Adressering:]
Mw. R. Prins-v. Weerden,
Jodenbreestraat 40 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
[Kenmerk en datum:] 46A/9/3 M. 13 Januari 1942.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 23 December jl. deel ik U mede, dat na behandeling van Uw verzoek in de door de Vissche-rijcentrale ingestelde Commissie is gebleken, dat er geen aanleiding bestaat aan Uw verzoek te voldoen.
De Directeur, * Inhoud: Het document is een formele afwijzing van een verzoek dat op 23 december 1941 was ingediend door mevrouw Prins-van Weerden. De aard van het verzoek wordt niet gespecificeerd, maar aangezien de brief uitgaat van de "Visscherijcentrale", betrof het waarschijnlijk een aanvraag voor een vergunning, toewijzing of vrijstelling gerelateerd aan de handel in of distributie van vis. Een ingestelde commissie heeft het verzoek negatief beoordeeld.
* Vorm: Het betreft een doorslag op dun, grijsachtig archiefpapier. De handgeschreven notitie "Verzonden 14/1" duidt op de administratieve verwerking: de brief is op de 13e opgesteld en een dag later gepost.
* Taalgebruik: Formeel, afstandelijk en ambtelijk Nederlands ("deel ik U mede", "is gebleken", "geen aanleiding bestaat"). * Historische periode: De brief dateert van januari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een periode waarin de bureaucratie steeds strikter werd en de centrale controle over de voedselvoorziening (zoals via de Visscherijcentrale) toenam.
* Locatie: Het adres Jodenbreestraat 40 in Amsterdam ligt in het hart van de toenmalige Jodenbuurt. In 1942 was de uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare en economische leven in volle gang.
* Persoonsgegevens: De geadresseerde is Rosalie Prins-van Weerden (geboren 1891). Archiefonderzoek (zoals bij het Joods Monument) bevestigt dat zij en haar gezin op dit adres woonden. Dergelijke afwijzingen van officiële instanties waren in deze periode vaak onderdeel van de systematische achterstelling en beroving van de Joodse bevolking, hoewel de brief zelf een neutrale, bureaucratische toon aanslaat. R. Prins
Samenvatting
- Inhoud: Het document is een formele afwijzing van een verzoek dat op 23 december 1941 was ingediend door mevrouw Prins-van Weerden. De aard van het verzoek wordt niet gespecificeerd, maar aangezien de brief uitgaat van de "Visscherijcentrale", betrof het waarschijnlijk een aanvraag voor een vergunning, toewijzing of vrijstelling gerelateerd aan de handel in of distributie van vis. Een ingestelde commissie heeft het verzoek negatief beoordeeld.
- Vorm: Het betreft een doorslag op dun, grijsachtig archiefpapier. De handgeschreven notitie "Verzonden 14/1" duidt op de administratieve verwerking: de brief is op de 13e opgesteld en een dag later gepost.
- Taalgebruik: Formeel, afstandelijk en ambtelijk Nederlands ("deel ik U mede", "is gebleken", "geen aanleiding bestaat").
Historische Context
- Historische periode: De brief dateert van januari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een periode waarin de bureaucratie steeds strikter werd en de centrale controle over de voedselvoorziening (zoals via de Visscherijcentrale) toenam.
- Locatie: Het adres Jodenbreestraat 40 in Amsterdam ligt in het hart van de toenmalige Jodenbuurt. In 1942 was de uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare en economische leven in volle gang.
- Persoonsgegevens: De geadresseerde is Rosalie Prins-van Weerden (geboren 1891). Archiefonderzoek (zoals bij het Joods Monument) bevestigt dat zij en haar gezin op dit adres woonden. Dergelijke afwijzingen van officiële instanties waren in deze periode vaak onderdeel van de systematische achterstelling en beroving van de Joodse bevolking, hoewel de brief zelf een neutrale, bureaucratische toon aanslaat.