Officiële brief/geleidebrief.
Origineel
Officiële brief/geleidebrief. 9 januari 1942. Nederlandsche Visscherijcentrale, Afdeeling Distributie en Vischvervoer, 's-Gravenhage. NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3—4 'S-GRAVENHAGE
POSTGIROREKENING 245271 — TELEGRAMADRES: NEDVISCEN — TELEFOON 720080 — INTERCOMM. XX
VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE EN VISCHVERVOER TELEFOON 720060, TOESTEL 674, EN 722641
AFD. Verd.
Betreffende verdeeling
Bericht op schrijven van
Bij antwoord vermelden:
No. 362
Bijlagen 1 stuks, t.w.:
1 afschrift schrijven
J. Boot, Amsterdam
'S-GRAVENHAGE, 9 Januari 1942.
[Handgeschreven:] uit hulp
Den Heer Directeur van het
Marktwezen
Jan van Galenstraat
AMSTERDAM W.
Hierbij doen wij U afschrift van een schrijven van Jacob Boot, wonende Blankenstraat 64 II te Amsterdam, toekomen, met verzoek de Nederlandsche Visscherijcentrale in dezen te willen adviseeren, waarvoor wij U bij voorbaat onzen dank betuigen.
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[Signatuur]
Secretaris
[Paars stempel linksonder:]
No 46A/11/1 M. 1942 10/1
Vij/Gr.
(A) 19652 - '41 - K 983
[Handgeschreven rechtsonder:]
WGT Het betreft een formele correspondentie tussen de Nederlandsche Visscherijcentrale (een centraal overheidsorgaan in oorlogstijd) en de Amsterdamse gemeentelijke dienst van het Marktwezen. De centrale stuurt een brief door van een burger, Jacob Boot, woonachtig aan de Blankenstraat in Amsterdam. De essentie van de brief is een verzoek om advies aan de lokale Amsterdamse instantie betreffende een kwestie van "verdeeling" (distributie).
Opvallend is de administratieve precisie: het document bevat diverse referentienummers, telefoonnummers met toestelnummers en een paars stempel dat duidt op de verwerking in een logboek of register op 10 januari 1942 (één dag na verzending). De afkorting "Vij/Gr." linksonder zijn waarschijnlijk de initialen van de opsteller en de typist(e). Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland (januari 1942). In deze periode was er sprake van een strikt geleide economie en een distributiesysteem voor bijna alle levensmiddelen, inclusief vis. De Nederlandsche Visscherijcentrale hield toezicht op de vangst en de eerlijke (of politiek gewenste) verdeling van visproducten over het land.
Het feit dat een individuele burger (Jacob Boot) zich tot de centrale richtte en dat dit vervolgens voor advies naar het Amsterdamse Marktwezen werd gestuurd, suggereert dat het hier waarschijnlijk gaat om een geschil of verzoek omtrent de toewijzing van handelsvoorraden of distributiebonnen op de lokale Amsterdamse markt. De Blankenstraat, waar de heer Boot woonde, bevindt zich in de Czaar Peterbuurt, een wijk die destijds veel kleine handelaren en arbeiders huisvestte. De brief illustreert de bureaucratische complexiteit van de voedselvoorziening in oorlogstijd.