Getypte brief (officieel afschrift).
Origineel
Getypte brief (officieel afschrift). 4 januari [jaar onbekend, vermoedelijk kort na 1945]. Jacob Boot (geboren 26-12-1901), wonende aan de Blankenstraat 64 II te Amsterdam. Amsterdam 4 Januari
Geachte Meheer daar ik beleeft schrijf om een toewijzing daar ik met de Visch ben uitgedaan heb daar ik geregeld voor de Duitsche weermacht hebt gewerkt want toen was het zoo slecht met de Visch en toen kon ik werk krijgen maar nu zoo ik graag mijn toewijzing van uw willen ontvangen want daar ik voor dien altijd in de Visch heb gedaan ik heb in Volendam gekocht monnikendam en Amsterdam op de markt en H. van de Lingen monnikendam dat was ook mijn Baas daar ik ook geregeld gerookte Visch van had. Dus geachte Meheer uw kunt wel nagaan dat ik altijd in de Visch heb gedaan. Daar ik voor het laatst Visch gehad is geweest het laatst van 1939 de maand November te Monnikendam.
Dus geachte Meheer ik hoop dat uw zoo berijdtwillig is om mijn daar weer aan te helpen.
Want daar uw de boeken van de Lingen kunt opvragen wat voor een Visch ik van hem heb betrokken.
Meheer ik heb op schellingwoude en op Enschede en in Duitsland allemaal voor de weermacht gewerkt maar nu is zoo mijn tijd om.
Dus in wachting
w.g. Jacob Boot 26 12 1901
Blankenstraat 64 II
Amsterdam
voor eensluidend afschrift,
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[Handtekening/Paraaf]
Secretaris [stempel] * Inhoud: Jacob Boot verzoekt om een "toewijzing" (waarschijnlijk een vergunning of toewijzing van handelswaar) om zijn beroep als visboer weer op te kunnen pakken. Hij legt uit dat hij vóór de oorlog (tot november 1939) werkzaam was in de vishandel in Volendam, Monnikendam en op de markt in Amsterdam.
* Oorlogsverleden: De schrijver is openhartig over het feit dat hij tijdens de bezettingsjaren voor de Duitse Wehrmacht heeft gewerkt (in Schellingwoude, Enschede en Duitsland). Hij voert als verzachtende omstandigheid aan dat de handel in vis destijds "zoo slecht" was dat hij gedwongen was ander werk te zoeken.
* Stijl en taal: De brief is geschreven in een eenvoudige, haast spreektaal-achtige stijl met weinig interpunctie en diverse spelfouten (zoals "Meheer", "berijdtwillig", "uw" in plaats van 'u'). Dit wijst op een afzender uit de arbeidersklasse met beperkt formeel onderwijs.
* Authenticiteit: Het document is een officieel gecertificeerd afschrift van de oorspronkelijke brief, wat betekent dat deze brief als bewijsstuk is opgenomen in een officieel dossier van de Visscherijcentrale. Deze brief moet geplaatst worden in de periode van de wederopbouw direct na de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was er sprake van een strikt distributiesysteem en waren vergunningen voor de handel in schaarse goederen (zoals vis) noodzakelijk.
De verklaring over het werken voor de Wehrmacht is opvallend. Na de oorlog moesten veel Nederlanders zich verantwoorden voor hun gedrag tijdens de bezetting. Boot probeert hier proactief zijn handelen te rechtvaardigen als een economische noodzaak ("toen kon ik werk krijgen"), in de hoop dat dit zijn aanvraag voor een nieuwe visvergunning niet in de weg zou staan. De Nederlandsche Visscherijcentrale speelde een centrale rol in het reguleren van de vismarkt en het toewijzen van quota en vergunningen in deze periode. Wehrmacht