Archief 745
Inventaris 745-380
Pagina 357
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven verklaring, vermoedelijk onderdeel van een proces-verbaal of een officieel rapport.

Origineel

Handgeschreven verklaring, vermoedelijk onderdeel van een proces-verbaal of een officieel rapport. geboren den 12den Mei 1901 te Amsterdam, wonende
Distelweg 29 te Amsterdam, van beroep vischventer
en als zoodanig ingeschreven bij de Gemeentelijke
Visafslag te Amsterdam en hierdoor in aan-
merking komt bij de verdeeling van zoetwa-
tervisch bij de Gemeentelijke Visafslag te
Amsterdam.
Desgevraagd verklaarde Brandenburg voor-
noemd, "Ja mijnheeren de zoetwatervisch
welke mij op 14 Jan 1942, door de Gemeentelijke
Visafslag te Amsterdam was toegekend, heb ik
voor de zelfde prijs overgedaan aan Jacob Wijnschenk.
Dit werd gedaan, omdat ik mij niet goed
gevoelde en waardoor mijn broer mij naar
huis hebben gebracht. Het spijt mij dat ik zoo
nalatig ben geweest, dit niet mede te deelen
aan den Heer Stam, doch als het weer voor-
komt, dat ik zelf mijn toegekende zoetwatervisch
niet kan gaan verkoopen, zal ik dit wel doen."
In verband met het feit, dat door
Brandenburg voornoemd zijn
zoetwatervisch, welke hem door de Gemeentelijke
Visafslag te Amsterdam was toegekend,
aan Jacob Wijnschenk voornoemd heeft
overgedaan, en Wijnschenk voornoemd deze
zoetwatervisch van Brandenburg heeft over-
genomen, waardoor zoowel Bran-
denburg als Wijnschenk De tekst bevat de verklaring van Brandenburg, een Amsterdamse visventer. Hij bekent dat hij zijn quotum aan zoetwatervis, dat hem op 14 januari 1942 was toegewezen door de Gemeentelijke Visafslag, direct heeft doorverkocht aan Jacob Wijnschenk. Brandenburg voert als verzachtende omstandigheid aan dat hij zich die dag onwel voelde en door zijn familie naar huis gebracht moest worden. Hij verontschuldigt zich voor het niet melden van deze transactie aan de heer Stam (vermoedelijk een controleur of beheerder van de afslag). Het document breekt af op het moment dat de conclusie over de gevolgen voor beide heren wordt ingezet. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was de voedselvoorziening en distributie strikt gereguleerd via een systeem van toewijzingen en vergunningen. Het 'onderhands' doorverkopen van toegewezen goederen, zelfs zonder winstoogmerk ("voor de zelfde prijs"), werd door de bezettingsautoriteiten en de crisiscontrole-instanties vaak beschouwd als een economisch delict.

Opvallend is de naam Jacob Wijnschenk. Gezien de datum (1942) en de locatie (Amsterdam) is het zeer waarschijnlijk dat Wijnschenk van Joodse afkomst was. In deze fase van de oorlog werden Joodse ondernemers en marktkooplieden steeds verder uit het openbare economische leven verdrongen. Dergelijke administratieve controles konden voor Joodse burgers verstrekkende en vaak fatale gevolgen hebben. Brandenburg (visventer) Jacob Wijnschenk de heer Stam.

Samenvatting

De tekst bevat de verklaring van Brandenburg, een Amsterdamse visventer. Hij bekent dat hij zijn quotum aan zoetwatervis, dat hem op 14 januari 1942 was toegewezen door de Gemeentelijke Visafslag, direct heeft doorverkocht aan Jacob Wijnschenk. Brandenburg voert als verzachtende omstandigheid aan dat hij zich die dag onwel voelde en door zijn familie naar huis gebracht moest worden. Hij verontschuldigt zich voor het niet melden van deze transactie aan de heer Stam (vermoedelijk een controleur of beheerder van de afslag). Het document breekt af op het moment dat de conclusie over de gevolgen voor beide heren wordt ingezet.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was de voedselvoorziening en distributie strikt gereguleerd via een systeem van toewijzingen en vergunningen. Het 'onderhands' doorverkopen van toegewezen goederen, zelfs zonder winstoogmerk ("voor de zelfde prijs"), werd door de bezettingsautoriteiten en de crisiscontrole-instanties vaak beschouwd als een economisch delict.

Opvallend is de naam Jacob Wijnschenk. Gezien de datum (1942) en de locatie (Amsterdam) is het zeer waarschijnlijk dat Wijnschenk van Joodse afkomst was. In deze fase van de oorlog werden Joodse ondernemers en marktkooplieden steeds verder uit het openbare economische leven verdrongen. Dergelijke administratieve controles konden voor Joodse burgers verstrekkende en vaak fatale gevolgen hebben.

Genoemde Personen 3

Locaties

Amsterdam (Distelweg 29 Gemeentelijke Visafslag).

Kooplieden in dit dossier 100

A. Brandt Waterlooplein kooper (winkelier)
A. Brandt Waterlooplein kooper (winkelier)
A.Th.Waalberg, Kinkerstr. 60/62 Waterlooplein kooper winkelier
A.Th.Waalberg, Kinkerstr.60/62 Waterlooplein kooper winkelier
B. Soort Waterlooplein ongeknipt
B. Soort Waterlooplein ƒ 0,11 p.kg
B extra Waterlooplein ƒ 0,15 p.kg
Weduwe Roemer Waterlooplein kooper (winkelier)
Weduwe Roemer Waterlooplein kooper (winkelier)
Brasem (blei), meun, sneep en winde boven ½ kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
C.Mooijer & Zonen
E.J.F. Weise Waterlooplein kooper winkelier
E.J.F. Weise Waterlooplein kooper winkelier
E. Schalm Waterlooplein kooper winkelier
E. Schalm Waterlooplein kooper winkelier
Gebr.Böhne
Gebr.Smit
Gestripte kabeljauw Waterlooplein 0,65
M. Sicma Waterlooplein 0,75
M. Sicma Waterlooplein 0,40
M. Sicma Waterlooplein 0,55
Gestripte wijting Waterlooplein 0,65
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6