Handgeschreven verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift. 25 februari 1942. G.W. Slijting. A'dam Slijting 25 Februari 1942
Wel. Ed. Heer, m. m.
Hiermede het ondergeteekende
beleeft verzoek, aan U of ik niet in
aanmerking kon komen voor een
toewijzing van alle soorten zee en
zoetwater visch (Ondergeteekende is
marktventer van beroep) ik heb in de
jaren 1938 1939 - 1940 Visch heb ik
van enkele afslag op de visch markt
Punterkade en van het leveren met groote
groote hoeveelheden, waar bij firma
Wijnschenk, Kerkhoven en Gerrits
versche Visch en nette afbet. betrokken
Hoogachtend
G.W. Slijting
Jacob Catsstraat 6 2 tr In deze brief verzoekt G.W. Slijting om een officiële toewijzing voor de handel in vis. De kernpunten van zijn betoog zijn:
* Beroepsstatus: Hij identificeert zich expliciet als "marktventer van beroep".
* Historische referentie: Hij voert aan dat hij in de jaren 1938 tot en met 1940 (vlak voor en aan het begin van de bezetting) een gevestigde handelaar was op de visafslag aan de Punterkade.
* Referenties: Hij noemt drie specifieke groothandelsfirma's (Wijnschenk, Kerkhoven en Gerrits) waarbij hij grote hoeveelheden vis afnam.
* Betrouwbaarheid: De term "nette afbet. betrokken" suggereert dat hij een betrouwbare afnemer was die zijn rekeningen tijdig voldeed, een cruciaal argument om in aanmerking te komen voor schaarse vergunningen in oorlogstijd. Het document dateert uit februari 1942, de periode van de Duitse bezetting waarin de schaarste in Nederland toenam en het distributiestelsel steeds strenger werd. Voor handelaren zoals Slijting was een officiële 'toewijzing' van levensbelang; zonder deze papieren mocht men geen handel drijven.
De Punterkade in Amsterdam was de locatie van de Centrale Vismarkt, het hart van de vishandel in de stad. De genoemde firma Wijnschenk was een bekende naam in de Amsterdamse vishandel (een familie die tijdens de oorlog zwaar getroffen zou worden door de Jodenvervolging). De stempel onderaan de brief ("M. 1942") wijst erop dat het verzoek is geregistreerd door een overheidsinstantie, waarschijnlijk het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening of een gemeentelijke marktdienst. G.W. Slijting Rijksbureau
Samenvatting
In deze brief verzoekt G.W. Slijting om een officiële toewijzing voor de handel in vis. De kernpunten van zijn betoog zijn:
* Beroepsstatus: Hij identificeert zich expliciet als "marktventer van beroep".
* Historische referentie: Hij voert aan dat hij in de jaren 1938 tot en met 1940 (vlak voor en aan het begin van de bezetting) een gevestigde handelaar was op de visafslag aan de Punterkade.
* Referenties: Hij noemt drie specifieke groothandelsfirma's (Wijnschenk, Kerkhoven en Gerrits) waarbij hij grote hoeveelheden vis afnam.
* Betrouwbaarheid: De term "nette afbet. betrokken" suggereert dat hij een betrouwbare afnemer was die zijn rekeningen tijdig voldeed, een cruciaal argument om in aanmerking te komen voor schaarse vergunningen in oorlogstijd.
Historische Context
Het document dateert uit februari 1942, de periode van de Duitse bezetting waarin de schaarste in Nederland toenam en het distributiestelsel steeds strenger werd. Voor handelaren zoals Slijting was een officiële 'toewijzing' van levensbelang; zonder deze papieren mocht men geen handel drijven.
De Punterkade in Amsterdam was de locatie van de Centrale Vismarkt, het hart van de vishandel in de stad. De genoemde firma Wijnschenk was een bekende naam in de Amsterdamse vishandel (een familie die tijdens de oorlog zwaar getroffen zou worden door de Jodenvervolging). De stempel onderaan de brief ("M. 1942") wijst erop dat het verzoek is geregistreerd door een overheidsinstantie, waarschijnlijk het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening of een gemeentelijke marktdienst.