Dienstbrief (officiële correspondentie).
Origineel
Dienstbrief (officiële correspondentie). 28 april 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Visafslag Amsterdam of een daaraan verbonden gemeentelijke dienst). [Handgeschreven rechtsboven:]
Inspecteur
verzonden 28/4
den Heer Directeur der Nederlandsche
Visschery-Centrale,
Juliana van Stolbergplein 3-4,
's - G r a v e n h a g e .
46A/46/2 M 28 April 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 7 April jl. (No.
5101 Afd.V) bericht ik U, dat C.Jongkind niet voor een toe-
wyzing op den Gemeentelyken Vischafslag in aanmerking kan
komen, aangezien hy geen Amsterdamsch straathandelaar is, doch
zyn visch te Amstelveen verkoopt; hierdoor kan op de gedra-
gingen van den heer Jongkind dezerzyds geen contrôle worden
uitgeoefend.
De Directeur, * Onderwerp: De afwijzing van een toewijzing (vergunning of kooprecht) op de Gemeentelijke Visafslag in Amsterdam voor een zekere C. Jongkind.
* Argumentatie: De aanvraag wordt afgewezen op formele en geografische gronden. Omdat Jongkind geen "Amsterdamsch straathandelaar" is maar in Amstelveen werkt, valt hij buiten de jurisdictie van de Amsterdamse instanties. De belangrijkste reden die wordt opgegeven is het gebrek aan toezichtmogelijkheden: men kan zijn "gedragingen" niet controleren als hij buiten de stad opereert.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen gangbare zakelijke en formele stijl, inclusief de verouderde spelling (bijv. "Gemeentelyken", "contrôle"). * Tijdsperiode: De brief dateert uit april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Institutioneel kader: De Nederlandsche Visschery-Centrale (NVC) was een tijdens de bezetting opgericht orgaan dat de visserijsector en de distributie van vis strak reguleerde. De Gemeentelijke Visafslag was het centrale punt waar vis werd aangevoerd en verhandeld onder gemeentelijk toezicht.
* Regulering en Controle: Tijdens de bezettingsjaren was de handel onderworpen aan strikte distributieregels en vergunningsstelsels om de zwarte markt tegen te gaan en de voedselvoorziening te beheersen. De nadruk op "contrôle" over de "gedragingen" van handelaren is typerend voor deze periode; handelaren moesten zich aan strikte prijs- en distributievoorschriften houden. Als een handelaar in een andere gemeente werkzaam was, kon de lokale autoriteit de naleving van deze regels niet garanderen, wat leidde tot uitsluiting van de centrale marktfaciliteiten.
Samenvatting
- Onderwerp: De afwijzing van een toewijzing (vergunning of kooprecht) op de Gemeentelijke Visafslag in Amsterdam voor een zekere C. Jongkind.
- Argumentatie: De aanvraag wordt afgewezen op formele en geografische gronden. Omdat Jongkind geen "Amsterdamsch straathandelaar" is maar in Amstelveen werkt, valt hij buiten de jurisdictie van de Amsterdamse instanties. De belangrijkste reden die wordt opgegeven is het gebrek aan toezichtmogelijkheden: men kan zijn "gedragingen" niet controleren als hij buiten de stad opereert.
- Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen gangbare zakelijke en formele stijl, inclusief de verouderde spelling (bijv. "Gemeentelyken", "contrôle").
Historische Context
- Tijdsperiode: De brief dateert uit april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- Institutioneel kader: De Nederlandsche Visschery-Centrale (NVC) was een tijdens de bezetting opgericht orgaan dat de visserijsector en de distributie van vis strak reguleerde. De Gemeentelijke Visafslag was het centrale punt waar vis werd aangevoerd en verhandeld onder gemeentelijk toezicht.
- Regulering en Controle: Tijdens de bezettingsjaren was de handel onderworpen aan strikte distributieregels en vergunningsstelsels om de zwarte markt tegen te gaan en de voedselvoorziening te beheersen. De nadruk op "contrôle" over de "gedragingen" van handelaren is typerend voor deze periode; handelaren moesten zich aan strikte prijs- en distributievoorschriften houden. Als een handelaar in een andere gemeente werkzaam was, kon de lokale autoriteit de naleving van deze regels niet garanderen, wat leidde tot uitsluiting van de centrale marktfaciliteiten.