Ambtseedig rapport (proces-verbaal).
Origineel
Ambtseedig rapport (proces-verbaal). 16 april 1942 (betreft gebeurtenis op 15 april 1942). [Linksboven, stempel en handgeschreven aantekeningen:]
Centrale Crisis-Controledienst
afd. Spijswetten en Visscherij
district Z.O.
Inschrijven
A. Rocher. Rouwbiefje + doordel [?]
m.i. 1/2 beurt extra voor de verdeeling uitsluitend 22-4-42 de Haan
[Kantlijn links:]
Hiervan dan ook mededeeling doen aan C.C.C. Afd. Visch (H. Visser) [Monogram]
[Rechtsboven:]
Nº 46 A / 01 / M. 1942
46A/01/2 M 27/4/41 28
IJmuiden, 16 April 1942.
[Geadresseerde:]
Aan den Directeur vh Gemeentelijk Marktwezen te Amsterdam.
Ambtseedig Rapport.
Ondergetekenden Willem van der Zee wonende Mahuusstraat 16 te IJmuiden en Andreas Hoogveen wonende Polanenstraat 62 III te Amsterdam beiden controleur Landbouw-Crisiswet 1933, tevens aangewezen als opsporingsambtenaar i.z. het Prijsbeheerschingsbesluit d.d. 10 Juni 1940 bij Beschikking van den Gemachtigde voor de Prijzen d.d. 18 Juni 1941 verklaren.
Op Woensdag den 15 den April 1942 te ongeveer 12 uur bevonden wij ons in onze voormelde kwaliteit op den openbare weg Gaaspstraat, gelegen binnen de Gemeente Amsterdam, waar kooplieden hadden plaats genomen.
Wij zagen dat van een handkar welke bij een dezer kooplieden behoorde, visch werd verkocht aan een juffrouw.
Nadat wij ons bekend hadden gemaakt spraken wij aldaar met een juffrouw, die des gevraagd opgaf te zijn: Margaretha Zweije, geboren, 6 Januari 1908, te Amsterdam, gehuwd met M. van Raag [Praag]. Dit document is een officieel proces-verbaal opgemaakt door twee controleurs van de Centrale Crisis-Controledienst (C.C.C.) tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De essentie van het rapport is de vaststelling van een vermoedelijke overtreding van de prijsbeheersingsvoorschriften (distributiewetgeving) bij de verkoop van vis op de openbare weg.
Kernpunten in het document:
* Opsporingsbevoegdheid: De controleurs beroepen zich op de Landbouw-Crisiswet van 1933 en het Prijsbeheerschingsbesluit van 1940 om hun handelen te legitimeren.
* Locatie: De Gaaspstraat in Amsterdam (Rivierenbuurt). Dit was destijds een plek waar veel straathandel plaatsvond.
* Verdachte handeling: De verkoop van vis vanaf een handkar aan een burger (Margaretha Zweije). In oorlogstijd was de handel in voedsel strikt gereguleerd via bonnen en vastgestelde prijzen om zwarte handel tegen te gaan.
* Identificatie: Het document eindigt met de persoonlijke gegevens van de vrouw die de vis kocht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Centrale Crisis-Controledienst (C.C.C.) belast met het toezicht op de naleving van de distributieregels en prijsvoorschriften. Door schaarste ontstond er een levendige zwarte markt. De bezetter en de Nederlandse overheid probeerden dit te onderdrukken met strenge controles op markten en bij straathandelaren.
De Gaaspstraat ligt in de Rivierenbuurt, een wijk die in 1942 een hoge concentratie Joodse inwoners kende. De naam "M. van Raag" (zeer waarschijnlijk Van Praag) in combinatie met de locatie suggereert dat de betrokkenen mogelijk deel uitmaakten van de Joodse gemeenschap, die extra kwetsbaar was voor vervolging bij dergelijke (economische) overtredingen. De handgeschreven notities in de kantlijn wijzen op de administratieve verwerking van de overtreding binnen het bureaucratische apparaat van de crisisbeheersing. A. Rocher C.C.C. Afd H. Visser M. van Raag Z.O. Gemeente Amsterdam Marktwezen