Zakelijke brief/verzoekschrift.
Origineel
Zakelijke brief/verzoekschrift. [1] die hij voor ons heeft gewerkt.
[2] hoopende door u welwillende
[3] medewerking deze zaak voor ons
[4] in het reine te brengen. Verder vraag
[5] ik u onze toewijzing gepelde garnalen
[6] die ons ongemotiveerd is afgenomen weer
[7] terug daar wij steeds onze gepelde
[8] van de broer van mijn Companon de Heer
[9] H. Jansen Klein ontvangen als broeder
[10] dienst, maar H. Jansen Klein zich niet
[11] voor gepelde garnalen heeft opgegeven
[12] wij daar natuurlijk op het oogenblik de
[13] dupe van zijn nogmaals bij voorbaat
[14] mijn hartelijke dank
[15] Hoogachtend
[16] P.A. Kluijman
[17] J. Jansen Klein
[18] Winkel drijvende
[19] Zeedijk 129 C.A.
[20] Huis [doorgehaald: Ooster] Oosterparkstr 81 II Kluijman
[21] Zeedijk 97 III J. Jan. De schrijvers van de brief, P.A. Kluijman en J. Jansen Klein, richten zich tot een instantie (waarschijnlijk een gemeentelijke dienst of een productschap) met een specifiek zakelijk probleem. Zij exploiteren een winkel op de Zeedijk in Amsterdam.
De kern van de klacht is dat hun "toewijzing" voor de levering van gepelde garnalen onterecht ("ongemotiveerd") is ingetrokken. Uit de tekst blijkt dat er sprake was van een informele regeling: zij ontvingen hun garnalen via de broer van een van de vennoten, H. Jansen Klein, als een "broederdienst" (vriendendienst). Omdat deze broer zichzelf echter niet officieel had geregistreerd als handelaar in gepelde garnalen, is de toewijzing voor de winkel van Kluijman en J. Jansen Klein nu weggevallen. Ze stellen dat zij hiervan de "dupe" zijn en vragen om herstel van de situatie.
Het taalgebruik is formeel en beleefd ("welwillende medewerking", "in het reine te brengen", "bij voorbaat mijn hartelijke dank"), wat gebruikelijk was voor dergelijke verzoekschriften aan officiële instanties. Dit document biedt een inkijkje in de gereguleerde handel van levensmiddelen in het Amsterdam van de vroege tot midden 20e eeuw. De term "toewijzing" suggereert een systeem van distributie of vergunningen, wat vaak voorkwam tijdens periodes van schaarste of strikte marktordening (zoals tijdens de crisisjaren '30 of de periode rond de Tweede Wereldoorlog).
De Zeedijk was destijds een levendige buurt met veel kleine neringdoenden en handelaren in etenswaren. Het feit dat garnalen "gepeld" moesten worden aangeleverd, wijst op een specifieke schakel in de voedselketen; het pellen gebeurde vaak als huisnijverheid. De brief illustreert hoe informele familieafspraken ("broederdienst") in conflict konden komen met de toenemende bureaucratisering en officiële registratievereisten van de overheid.
De adressen (Zeedijk 129 en 97, Oosterparkstraat 81) duiden erop dat de winkeliers in of nabij hun bedrijfsvoering woonden, waarbij de Romeinse cijfers (II en III) de verdiepingen van de Amsterdamse panden aangeven. H. Jansen J. Jan J. Jansen P.A. Kluijman