Ambtelijk schrijven / Verweerschrift.
Origineel
Ambtelijk schrijven / Verweerschrift. 7 september 1942 (afgeleid van stempel "7/9 1942"). Een marktmeester (ondertekend/geannoteerd met "Beins"). [Stempel:] № 90/8/4 M. 1942 7/9 [Handgeschreven:] Uykema
Den Heer Directeur
van het Marktwezen.
Hierbij beantwoord ik schriftelijk de 5 door U genoemde punten, voorkomende in een schrijven van den heer Reens (Wingerdweg), Amsterdam. [Handgeschreven:] Beins
1) Dragen van uniform vindt volgens voorschriften plaats, mits ik opdrachten van mijn Inspecteur heb, die in burger plaats moeten vinden, of moet fietsen om de brandstoffenmarkt te doen.
2) Natte aal bevat nu eenmaal veel vocht en slijm. Inderdaad klaagde het publiek in het begin over te veel water bij de aal. Ik heb mij aan de vischmarkt overtuigd en heb gezien, dat de aal daar niet anders aan de vischkooplieden wordt toegewezen. Vrij geregeld contrôleer ik de weegschalen. Het publiek wil geregeld een doorslag, wat de koopman niet kan geven. Hij krijgt zijn gewicht en zou veel inwegen, wanneer hij 18 of 19 maal (.2 pond) per persoon doorslag zou moeten geven. Het is gebeurd, dat mensen zich bij mij voegden, nadat zij met de aal weg waren geweest) met klachten geen twee pond aal pond aal ontvangen te hebben. Dergelijke menschen moet ik afwijzen en gaat dikwijls met strubbelingen gepaard. Buitenstaanders willen zich dan dikwijls met zulke gevallen bemoeiïen en dreigen met: "Jij bent morgen geen marktmeester meer, daar zal ik voor zorgen" en nog veel meer. Het publiek is zeer critisch en prikkelbaar (de eersten staan al om 's morgens 5 à 6 uur en er is heel wat tact en beleid voor noodig om alles in goede banen te leiden, te meer, daar dikwijls assistentie van politie ontbreekt.
3) Nooit spreek ik iemand met jij aan, ofschoon deskundigen het niet onbeleefd noemen. Het goedwillende publiek, dat gelukkig nog de groote meerderheid vormt, heeft zich wel eens in de volgende term geuit: "Marktmeester, hoe kan ju altijd nog zoo kalm en rustig blijven, ik zou het niet kunnen, ik klaag ze aan, dat schorum".
4) Knoeien met de vischventers en meerdere insinuaties worden geuit, maar nooit rechtstreeks. Eenmaal heb ik een man waarvan ik toevallig de volgende uitdrukking hoorde: "Wij staan er weer naast, maar zoo'n marktmeester heeft wel aal in zijn huisje, geloof dat maar grif" uit het publiek gehaald en hem verzocht zich te overtuigen en zoo flink te zijn om dan ook de waarheid aan het publiek te verkondigen. De man kon ik niet zoover krijgen, maakte zijn verontschuldigingen en ging met beschaamde kaken verder. ~~Ik werp deze laster dan ook ver van mij en het spijt mij om nog te moeten verklaren, nadat ik de gemeente haast 25 jaar trouw en eerlijk heb gediend, mij met deze dingen niet in te laten. Het is wel moeilijk vooral in deze tijd en daarbij nog in mijn omstandigheden voor een te krap loon aan alle verleidingen het hoofd te bieden, maar het gaat. Sinds 1938 doe ik geregeld marktopzichter-contrôleur dienst, nog steeds mag ik daar de vruchten niet van plukken. Toezegging op toezegging, maar verder komt men niet.~~
5) Een vechtpartij heeft op Zondag 9 Augustus 1942 nog daarvoor, noch daarna op de vischmarkt Mosplein plaatsgevonden. Eenmaal is op mijn verzoek het publiek door een Inspecteur 3 brigadiers en eenige agenten tot de orde geroepen. De menschen waren onhandelbaar en drongen vischkooplieden met kar en al in het prikkeldraad. Ook doet het zich wel voor, dat iemand, die niet in de rij heeft gestaan en wel probeert visch te koopen, zich niet wil verwijderen. Ik legitimeer mij dan met mijn penning, wil men dan nog niet aan mijn lastgeving zich van de markt te verwijderen, voldoen, dan zet ik bij afwezigheid van politie, zoo iemand van de markt; dit heeft zich sinds 26 Mei 2 x voorgedaan en zal misschien nog wel eens noodig zijn. Op 9 Augustus 1942 maakte een communist (een zekere De Ruyter), terwijl hij in de rij stond, [einde pagina]
--- * Toon: Defensief en plichtsgetrouw. De schrijver (Beins) probeert zijn professionaliteit te benadrukken tegenover beschuldigingen van corruptie en onbeleefdheid.
* Problematiek:
* Schaarste: Het feit dat mensen al om 5:00 uur 's ochtends in de rij staan voor vis (aal) duidt op de groeiende voedselschaarste in 1942.
* Moraal: Er is een diep wantrouwen vanuit het publiek naar ambtenaren ("zo'n marktmeester heeft wel aal in zijn huisje").
* Handhaving: De marktmeester klaagt over een gebrek aan politie-ondersteuning, terwijl de menigte zo dringerig is dat mensen in het prikkeldraad worden geduwd.
* Doorhaling: In punt 4 is een aanzienlijk deel doorgehaald. Hierin uit de marktmeester zijn persoonlijke frustratie over zijn lage loon en het uitblijven van promotie na 25 jaar dienst. Het feit dat dit is doorgehaald, suggereert dat hij besloot zijn persoonlijke grieven niet in de officiële klachtenafhandeling te mengen, of dat een superieur dit ongepast vond.
--- Dit document stamt uit september 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de grote hongersnood (Hongerwinter) pas later kwam, waren rantsoenering en tekorten in 1942 al aan de orde van de dag. De locatie, het Mosplein in Amsterdam-Noord, was een centraal punt voor de lokale gemeenschap.
De spanningen op de markt zijn typerend voor de oorlogstijd: de grens tussen de burgerbevolking en lagere overheidsfunctionarissen was scherp. De vermelding van een "communist (een zekere De Ruyter)" is veelzeggend; communisten vormden een actieve verzetsgroep in Amsterdam-Noord (vooral onder de arbeiders van de ADM en NDSM-werven) en werden door de autoriteiten (en dus ook door deze marktmeester) met argusogen bekeken. De aanwezigheid van prikkeldraad op een marktplein illustreert de harde realiteit van de openbare ordehandhaving tijdens de bezetting.