Archiefdocument
Origineel
Een vechtpartij heeft op 9 2 A
Augs jl. op het Mosplein plaats-
gevonden. Wel zijn er op dien datum
moeijelijkheden geweest met iemand uit
het publiek, genaamd De Ruyter. Hierbij
was tegenwoordig een agent ^in burger^ van Politie, die
zich g.i.v.m. het ontbreken van politie-
toezicht genoodzaakt heeft gezien, om den
machtsambtenaar te assisteeren. Van het
voorgevallene heeft deze agent ^(op mijn verzoek)^ rapport opge-
maakt, waarna ik U in bijlage dezes
afschrift doe toekomen. De tekst doet verslag van een incident op het Mosplein (Amsterdam-Noord) op 9 augustus. Hoewel de schrijver de term "vechtpartij" gebruikt, specificeert hij dat er "moeijelijkheden" waren met een zeker persoon genaamd De Ruyter. Een toevallig aanwezige agent in burgerkleding moest ingrijpen en een "machtsambtenaar" (een functionaris in functie) assisteren omdat er op dat moment geen regulier politietoezicht aanwezig was. Van dit voorval is een rapport opgemaakt door de betreffende agent, waarvan de schrijver nu een afschrift doorstuurt naar de geadresseerde.
Kenmerkend zijn de archaïsche spellingen ("moeijelijkheden", "assisteeren") en de afkorting "g.i.v.m." (gezien in verband met). De toevoegingen tussen de regels duiden op een nauwkeurige redactie van het verslag om de precieze omstandigheden (agent in burger, rapport op verzoek) te benadrukken. Gezien de locatie (Mosplein) en het taalgebruik kan dit document geplaatst worden in de context van de openbare ordehandhaving in Amsterdam-Noord, waarschijnlijk in de jaren 1920 of 1930. Het Mosplein was in die tijd een centraal punt in de uitbreidende wijken van Noord. Het document geeft inzicht in hoe er werd omgegaan met incidenten waarbij agenten buiten hun reguliere surveillance-uren ("in burger") betrokken raakten bij handhavingszaken. De "machtsambtenaar" zou in deze context een marktmeester, een conducteur of een andere beëdigde functionaris kunnen zijn die op het plein werkzaam was. Politie