Achterzijde van een handgeschreven brief of administratieve nota.
Origineel
Achterzijde van een handgeschreven brief of administratieve nota. (De tekst in het midden van het blad is de inkt van de voorzijde die door het papier is getrokken en staat dus in spiegelbeeld; deze is op deze zijde niet functioneel leesbaar.)
- (Linksonder, paarse inkt): F.R
- (Onderzijde, zwarte inkt/potlood): [Paraaf, mogelijk 'M']
- (Onderzijde, rood potlood): [Grote horizontale krul/paraaf over de breedte van de pagina] 9-26 Dit document toont de typische kenmerken van een stuk dat door een administratief proces is gegaan.
- Inktuitloop: De blauwe regels in het midden zijn 'geestschrijverij' van de voorzijde. Dit duidt op het gebruik van dun papier en een natte vulpen.
- Paraaf 'F.R': Dit zijn de initialen van een ambtenaar of behandelaar die het stuk heeft gezien of geaccordeerd.
- Rode markering: De grote rode haal is een zogeheten 'afdoeningsstreep' of 'gezien-teken'. In de archivistiek van de 20e eeuw werd rood potlood vaak gebruikt door directieleden of hoofden van dienst om aan te geven dat een stuk behandeld was.
- Datering: De cijfers "9-26" kunnen verwijzen naar een datum (9 september of 26 september) of, vaker voorkomend in dergelijke archieven, naar een jaar (1926) of dossiernummer. Gezien de stijl van de parafen en het gebruik van rood potlood voor administratieve afhandeling, stamt dit document waarschijnlijk uit een Nederlands overheids- of bedrijfsarchief uit de eerste helft van de 20e eeuw (vermoedelijk de jaren '20 of '30). De achterzijde dient hier enkel als drager voor de bewijsvoering van de administratieve route die het document heeft afgelegd. De eigenlijke inhoud van het schrijven bevindt zich op de niet-zichtbare voorzijde.