Dienstmededeling / Circulaire met bijbehorend afschrift.
Origineel
Dienstmededeling / Circulaire met bijbehorend afschrift. Het Hoofd van de Gemeentelijke Luchtbeschermingsdienst Amsterdam. LUCHTBESCHERMINGSDIENST Amsterdam, 31 Juli 1942.
DER GEMEENTE AMSTERDAM. Keizersgracht 611.
No. 349. Tel. 40122-41122.
[Stempel: No 96/3/1 M.1942 5/8] Aan [Handschrift: m.v.h. ...]
Onderstaand doe ik U toekomen voorschriften van den Hoofd-
inspecteur voor de bescherming van de bevolking tegen luchtaanval-
len, betreffende het bewaren en opleggen van rubber-luchtbescher-
mingsartikelen, oliekleeding en gasmaskerfilterbussen van 15 Juni
1942.
HET HOOFD VAN DEN GEMEENTELIJKEN
LUCHTBESCHERMINGSDIENST,
Ba/Wg. [Handtekening]
A f s c h r i f t .
RIJKSINSPECTIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE BEVOLKING TEGEN LUCHTAANVALLEN.
Heerengracht 23 Telefoon 183815.
No. 19.1057.28
Onderwerp: 's-Gravenhage, 15 Juni 1942.
Naleving van de Voorschriften
voor het bewaren van rubber-
luchtbeschermingsartikelen,
oliekleeding en gasmaskerfil-
terbussen.
Bijlage: 1.
Bij verschillende inspecties is mij gebleken, dat in het al-
gemeen de opslag en het in bruikbaren staat houden van gasmaskers,
rubber-gaspakken, oliepakken, rubberhandschoenen en - laarzen, te
wenschen overlaat.
Ook is geconstateerd, dat de rubber afsluitingen nog steeds
aan de stalen deuren of raamafsluitingen bevestigd zijn. Het behoeft
geen betoog, dat een en ander oorzaak zou kunnen zijn, dat bij even-
tueel noodzakelijk gebruik, de kwaliteiten van de rubber onvoldoende
zouden blijken met alle gevolgen van dien.
Van heden af moeten dan ook de rubberafsluitingen verwijderd
worden en, ongeacht de hieromtrent tot nog toe verstrekte richtlijnen
worden opgeborgen volgens de hierbijgaande voorschriften. Alleen,
wanneer de rubberafsluitingen bevestigd zijn op kelderdeuren, welke
een koele, donkere eenigermate vochtige kelderruimte afsluiten, be-
hoeven ze niet afgenomen te worden, daar de rubber onder deze omstan-
digheden lang goed blijft.
Rubbervoorwerpen moeten onder zoo gunstig mogelijke voorwaar-
den worden opgelegd. Een exemplaar van de "Voorschriften voor het be-
waren van rubber-luchtbeschermingsartikelen, oliekleeding en gasmas-
kerfilterbussen", zooals deze door mij thans zijn vastgesteld, gaat
hierbij. Alle vroegere voorschriften zijn door deze vervangen.
De Hoofdinspecteur voor de bescherming
van de bevolking tegen luchtaanvallen,
A. van Batenburg.
--- * Doel van het document: Het document dient om nieuwe, striktere richtlijnen te verspreiden voor het onderhoud van schaars beschermingsmateriaal. Uit inspecties bleek dat materiaal vaak verkeerd werd opgeslagen, waardoor het rubber uitdroogde of verging.
* Kernvoorschrift: Rubberen onderdelen (met name de afdichtingen van deuren en ramen voor gasvrije ruimten) moeten worden gedemonteerd en koel/donker worden opgeslagen om de levensduur te verlengen. Alleen in vochtige kelders mag het rubber blijven zitten.
* Administratieve kenmerken: Het document bevat een dossiernummer (No. 349), een registratiestempel van ontvangst (96/3/1) en is een formeel afschrift van een rijksbesluit dat lokaal in Amsterdam wordt uitgevoerd.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling ("oliekleeding", "eenigermate", "zoo").
--- Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (juli 1942). De Luchtbeschermingsdienst (LBD) was verantwoordelijk voor de passieve bescherming van burgers tegen luchtaanvallen en gasaanvallen. Hoewel er tijdens de oorlog geen gifgas werd ingezet, was de dreiging hiervan constant aanwezig in de planning.
Rubber was in 1942 een uiterst schaars en strategisch materiaal geworden, mede door de Japanse bezetting van Nederlands-Indië (de belangrijkste bron van natuurrubber). Het behoud van bestaande voorraden gasmaskers en beschermende pakken was daarom van cruciaal belang. De instructie om rubberen strips van deuren te halen ("tegen uitdroging") getuigt van de noodzaak om materialen zo lang mogelijk functioneel te houden in een tijd van grote tekorten. De Rijksinspectie in Den Haag (Heerengracht 23) coördineerde deze maatregelen landelijk.