Ambtelijke correspondentie / Adviesbrief.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Adviesbrief. 13 juli 1942. In de linkermarge boven:
Materiaal voor Joodsche sigarenmakers
In de linkermarge midden:
mijnertijds geen bezwaar bestaat, dat
Rechtsboven:
R'dam, 13/7 1942
97/2/3
W. h. M.
Hoofdtekst:
Onder terugzending van het met Uw kantbrief dd. 10 dezer om advies ontvangen stuk No 632 T.M. 1942 heb ik de eer U te berichten, dat de banken, werktafels en stoelen, waarvan de joodsche sigarenmakers in hun werkplaatsen in de hal op de C.M. gebruik hebben gemaakt, van hen worden afgestaan tegen door den Dienst der P.W. te schatten prijzen.
Ten aanzien van de droogkasten merk ik op, dat er hiervan 2 in dehalve werkplaatsen aanwezig zijn; het is een installatie van een tegen de muur aangebouwde kast, waarvan de muur een der wanden vormt; deze installatie is aangesloten op de centrale verwarming met electrische bijregeling; beschikbaarstelling is derhalve niet mogelijk, voorzoover de kasten volledig te sloopen; bovendien moet een der kasten beschikbaar blijven voor de nog op de C.M. werkende niet Joodsche sigarenmakers (een zestal).
Eventueel zou echter kunnen worden afgestaan een nog in de werkplaatsen aanwezige gasradiator voor gasverwarming, vooropgesteld, dat voor dit doel gas kan worden beschikbaar gesteld. Adressant zal zich hieromtrent tevoren op de hoogte moeten stellen.
DD. Het document is een ambtelijk antwoord op een verzoek om advies betreffende de inventaris van werkplaatsen waar Joodse sigarenmakers werkzaam waren. De schrijver stemt ermee in dat los meubilair (banken, tafels, stoelen) wordt overgedragen tegen een prijs die door de Dienst der Publieke Werken (P.W.) moet worden vastgesteld.
Er wordt een technisch voorbehoud gemaakt voor de "droogkasten". Deze zijn bouwkundig verbonden met het pand en de centrale verwarming, waardoor verwijdering destructief zou zijn. Bovendien wordt vermeld dat er nog een kleine groep (zes) niet-Joodse sigarenmakers werkzaam is die deze faciliteiten nodig heeft. Als alternatief voor verwarming wordt een losse gasradiator voorgesteld. Dit document dateert van 13 juli 1942, een cruciale en duistere week in de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland. Slechts twee dagen na het schrijven van deze brief, op 15 juli 1942, vertrok de eerste trein vanuit kamp Westerbork naar Auschwitz.
De Joodse sigarenmakers in Rotterdam werkten veelal in de "hal op de C.M." (waarschijnlijk de Centrale Markt). In deze periode werden Joodse arbeiders stelselmatig uit de reguliere economie gedrukt en hun bezittingen en gereedschappen geconfisqueerd of onder dwang verkocht. De zakelijke, bijna kille toon van het document over "te schatten prijzen" voor het meubilair van mensen die op dat moment letterlijk voor hun leven vreesden, is kenmerkend voor de bureaucratische afhandeling van de onteigening van Joods bezit tijdens de bezetting.