Ambtsbrief (doorslag/minuut van een verzonden stuk).
Origineel
Ambtsbrief (doorslag/minuut van een verzonden stuk). 24 juli 1942. De Burgemeester van Amsterdam (namens deze: Wethouder C.J. Keijzer). Marktwez. [handgeschreven]
Aan
den heer Heer Prof.Dr.D.Cohen,
p/a den Joodschen Raad van Amsterdam,
Nieuwe Keizersgracht 58,
A_L_H_I_E_R(C).
No 97/2/4 M. 1942 25
L.M. 632 -1942-
24 Juli 1942.
[Diverse handgeschreven parafen en namen, o.a. J. Th. Franken]
In antwoord op Uw schrijven van 3 Juli j.l. bericht ik U het volgende.
De banken, werktafels en stoelen, waarvan de Joodsche sigarenmakers in hun werkplaatsen in de hal van de Centrale Markt gebruik hebben gemaakt, kunnen aan hen worden afgestaan tegen door den Dienst van het Marktwezen te schatten prijzen. Wat de droogkasten betreft, daarvan zijn er twee in de bedoelde werkplaatsen aanwezig. De eene is een tegen den muur aangebrachte kast, waarvan de muur een der wanden vormt. Deze installatie is aangesloten op de centrale verwarming met electrische bijregeling. Zonder de kasten volledig te sloopen, kunnen zij niet beschikbaar worden gesteld van voornoemde sigarenmakers. Bovendien moet een der kasten beschikbaar blijven voor de 6 nog op de Centrale Markt werkende niet-Joodsche sigarenmakers. Een nog in de werkplaatsen aanwezige gasradiator voor gasverwarming zou eventueel kunnen worden afgestaan, vooropgesteld, dat voor dit doel gas beschikbaar kan worden gesteld. U gelieve zich van een en ander tevoren op de hoogte te stellen.
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) C. J. Keijzer weth.
vM de Gem. Secretaris
(get.) J. Th. Franken
97 * Inhoud: Het document is een zakelijke afhandeling van een verzoek van David Cohen (voorzitter van de Joodse Raad) om de inventaris van de werkplaatsen van Joodse sigarenmakers over te nemen. Het stadsbestuur gaat akkoord met de verkoop van los meubilair (banken, tafels, stoelen) tegen getaxeerde prijzen, maar weigert de droogkasten vanwege technische belemmeringen (ze zijn ingebouwd) en omdat ze nodig blijven voor de zes overgebleven "niet-Joodsche" werknemers.
* Toon: De toon is strikt bureaucratisch en kil. Er wordt gesproken over de afstoot van goederen en de technische onmogelijkheid om installaties te verplaatsen, terwijl op de achtergrond de totale uitsluiting en deportatie van de Joodse bevolking plaatsvindt.
* Opmerkelijke details:
* Segregatie: De expliciete vermelding van "niet-Joodsche sigarenmakers" illustreert de doorgevoerde scheiding op de werkvloer.
* Betaling: De Joodse gemeenschap moet betalen voor de spullen die hun eigen mensen nota bene gebruikten voor hun werkzaamheden.
* Datum: 24 juli 1942 is een cruciaal moment; de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar kamp Westerbork en verder naar de vernietigingskampen waren op dat moment net een week in volle gang (start 15 juli 1942). Dit document biedt een blik op de rol van de Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie tijdens de Duitse bezetting. In 1942 werd de Joodse bevolking systematisch uit het economische leven geweerd. De Joodse sigarenmakers die op de Centrale Markt (nu het Food Center Amsterdam in West) werkten, moesten hun plek verlaten.
De Joodse Raad, onder leiding van David Cohen en Abraham Asscher, probeerde in deze periode vaak de materiële omstandigheden van de getroffen Joden te regelen of restanten van hun werkzaamheden veilig te stellen, vaak in de ijdele hoop op een vorm van continuïteit of bescherming.
De ondertekenaar C.J. Keijzer was een NSB-wethouder die door de bezetter was aangesteld. Burgemeester Edward Voûte, eveneens een collaborateur, gaf leiding aan een apparaat dat de uitsluiting van Joden administratief vlekkeloos uitvoerde. Terwijl de stad Amsterdam hier overleg voert over droogkasten en gasradiatoren, werden de mensen die deze spullen gebruikten in diezelfde weken in groten getale weggevoerd.