Handgeschreven memo/brief betreffende de verkoop van meubilair.
Origineel
Handgeschreven memo/brief betreffende de verkoop van meubilair. 6 augustus 1942 (onderaan gedateerd 6/8-42). [In de marge links boven:] of aan J. Rood. p.a. Joodsche Raad
[Bovenaan, doorgehaald:] ~~Weled. Hr. Van Cleef~~
[Bovenaan, doorgehaald:] ~~Rapenburgerstraat 35~~
[Daar overheen geschreven:] Prof. Dr. D. Cohen
N.a.v. het tel. verzoek d.d. 5/8/42 van den Hr. v. Cleef - Rapenburgerstr. 35 deel ik U mede dat het meubilair hetwelk door de Joodsche sigarenmakers in hun werkplaatsen in de hal v/d E.M. werd gebruikt tegen de navolgende prijs kan worden overgenomen:
per werktafel f 4.-
" zitkist " 2.-
" klaptafel " 2.-
" stel planken met bijbehoorende plankdragers " 2.-
[In de marge links in rood potlood:] 97/2/5
Onder voorwaarde echter dat de transportkosten voor rekening van v/d kooper evenals de kosten v/h sloopen van schroef- of spijkerwerk deelen.
Het bedrag van al het over te nemen materieel [doorgehaald:] ~~v/d kooper~~ zal ineens moeten worden betaald.
Voor de overname tot stand komt verneem ik schriftelijk van U wie als kooper zal optreden.
7.
6/8-42 Dit document is een zakelijke correspondentie over de afwikkeling van goederen die door Joodse arbeiders werden gebruikt. De kern van de brief is de verkoop van inventaris (werktafels, zitkisten, klaptafels) uit een werkplaats van "Joodsche sigarenmakers".
Opvallend is de bureaucratische, afstandelijke toon. Hoewel het gaat om goederen uit een hal van de "E.M." (zeer waarschijnlijk de Euterpestraat, het hoofdkwartier van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung), wordt de transactie behandeld als een normale commerciële verkoop. De koper moet zelf voor het "slopen" en transport zorgen. De adressering aan Prof. Dr. David Cohen, een van de twee voorzitters van de Joodsche Raad, duidt erop dat de Raad werd ingeschakeld om de administratieve en financiële last van deze "overname" op zich te nemen of te faciliteren. De datum, augustus 1942, is cruciaal. Dit was de periode waarin de grootschalige deportaties vanuit Nederland naar de concentratie- en vernietigingskampen in volle gang waren. De Joodsche Raad werd door de Duitse bezetter gedwongen om als schakel te fungeren tussen de nazi-autoriteiten en de Joodse gemeenschap.
De "Joodsche sigarenmakers" werkten vaak in werkplaatsen die door de bezetter waren opgezet of gecontroleerd. Wanneer dergelijke werkplaatsen werden opgeheven of verplaatst (bijvoorbeeld omdat de arbeiders gedeporteerd waren), werden de achtergebleven materialen en meubels vaak verkocht of herbestemd. Rapenburgerstraat 35, de plek waar de heer Van Cleef gevestigd was, was het adres van het Nederlands Israëlietisch Seminarium, dat tijdens de bezetting ook door de Joodsche Raad werd gebruikt. Dit document illustreert hoe de onteigening en liquidatie van Joods bezit en Joodse werkgelegenheid tot in het kleinste, bijna banale, administratieve detail werd vastgelegd. D. Cohen J. Rood Zentralstelle