Archief 745
Inventaris 745-393
Pagina 105
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke brief (concept of kopie).

9 juni 1942.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke brief (concept of kopie). 9 juni 1942. [Bovenaan:] A’dam, 9/6 1942

W. h. U.

Hiermede heb ik de eer U te
berichten, dat sedert 1 September 1939
een 29 tal sigarenmakers, waarvan
23 Joden en 6 niet-Joden,
die voordien op de Marinewerf hun
werkplaatsen hadden, op verzoek van
het Rijk in een 2-tal lokalen [doorgestreept: kantoren]
in de Hal op de C.M. zijn
ondergebracht; de gemeente heeft
aan deze verplaatsing destijds
haar medewerking verleend omdat
deze personen, die onder controle
van het Rijk werken, anders ten
laste zouden zijn gekomen van M.S.

Zooals u bekend is, moeten
in opdracht van de Duitsche autoriteiten
een dezer dagen de Joodsche hande-
laren in a. g. en fruit van de C.M.
verdwijnen. Nu rijst de vraag of ook
aan bovenbedoelde sigarenmakers [geschreven boven doorgestreept: handwerkers], die
overigens met dien handel op de C.M.
geen enkele bemoeienis hebben,

[In de linkermarge, verticaal geschreven:]
In verband met de [onleesbaar] De brief, gedateerd op 9 juni 1942, kaart een specifiek probleem aan veroorzaakt door de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter. Het gaat om een groep van 29 sigarenmakers (waarvan de grote meerderheid Joods) die na het uitbreken van de oorlog in 1939 door het Rijk waren verplaatst van de Marinewerf naar de Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam.

De schrijver uit zijn zorgen over het feit dat de bezetter heeft bevolen dat alle Joodse handelaren in aardappelen, groenten en fruit van de Centrale Markt moeten worden verwijderd. De centrale vraag in de brief is of deze maatregel ook van toepassing is op de sigarenmakers. Zij werken weliswaar in een lokaal op hetzelfde terrein, maar hebben functioneel niets te maken met de handel die daar plaatsvindt. Er wordt expliciet vermeld dat hun tewerkstelling essentieel is om te voorkomen dat zij een beroep moeten doen op de Maatschappelijke Steun (M.S.). De datum van de brief is zeer precair: juni 1942 was de periode waarin de voorbereidingen voor de grootschalige deportaties van Joden uit Nederland in volle gang waren. De economische uitsluiting ("Entjudung") was een eerste stap in dit proces. De Centrale Markt van Amsterdam was een knooppunt van handel waar van oudsher veel Joodse ondernemers en arbeiders actief waren.

Door de markt stapsgewijs "Jodenvrij" te maken, ontnam de bezetter deze mensen hun middelen van bestaan. De brief toont de bureaucratische poging om bepaalde groepen (in dit geval de sigarenmakers die onder rijkstoezicht werkten) te vrijwaren van deze algemene maatregelen, vaak vanuit een pragmatisch of economisch oogpunt (het voorkomen van extra kosten voor de sociale bijstand). Kort na deze brief, vanaf juli 1942, zouden de systematische deportaties naar de vernietigingskampen beginnen, waardoor de vraag over hun werklocatie spoedig door de gruwelijke realiteit zou worden ingehaald. M.S.

Samenvatting

De brief, gedateerd op 9 juni 1942, kaart een specifiek probleem aan veroorzaakt door de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter. Het gaat om een groep van 29 sigarenmakers (waarvan de grote meerderheid Joods) die na het uitbreken van de oorlog in 1939 door het Rijk waren verplaatst van de Marinewerf naar de Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam.

De schrijver uit zijn zorgen over het feit dat de bezetter heeft bevolen dat alle Joodse handelaren in aardappelen, groenten en fruit van de Centrale Markt moeten worden verwijderd. De centrale vraag in de brief is of deze maatregel ook van toepassing is op de sigarenmakers. Zij werken weliswaar in een lokaal op hetzelfde terrein, maar hebben functioneel niets te maken met de handel die daar plaatsvindt. Er wordt expliciet vermeld dat hun tewerkstelling essentieel is om te voorkomen dat zij een beroep moeten doen op de Maatschappelijke Steun (M.S.).

Historische Context

De datum van de brief is zeer precair: juni 1942 was de periode waarin de voorbereidingen voor de grootschalige deportaties van Joden uit Nederland in volle gang waren. De economische uitsluiting ("Entjudung") was een eerste stap in dit proces. De Centrale Markt van Amsterdam was een knooppunt van handel waar van oudsher veel Joodse ondernemers en arbeiders actief waren.

Door de markt stapsgewijs "Jodenvrij" te maken, ontnam de bezetter deze mensen hun middelen van bestaan. De brief toont de bureaucratische poging om bepaalde groepen (in dit geval de sigarenmakers die onder rijkstoezicht werkten) te vrijwaren van deze algemene maatregelen, vaak vanuit een pragmatisch of economisch oogpunt (het voorkomen van extra kosten voor de sociale bijstand). Kort na deze brief, vanaf juli 1942, zouden de systematische deportaties naar de vernietigingskampen beginnen, waardoor de vraag over hun werklocatie spoedig door de gruwelijke realiteit zou worden ingehaald.

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente Kruidenier (Droog): Rijst Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Garen Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6