Handgeschreven conceptbrief of interne notitie.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief of interne notitie. [Bovenaan de pagina:]
wij stellen U voor haar
te berichten, dat wij het
restant thans vóór 1 Januari
1944 moet hebben betaald..
[Doorgehaalde regels:]
~~dat wij stellen voor,~~
~~gelet op het feit dat de~~
~~toen ingenomen standpunt~~
[Vervolg tekst:]
het monopolierecht over het
jaar 1943 eveneens te doen
bepalen op f 400.x
wij geven u in over-
weging ook hiervan der
adressante mededeeling te
doen.
De gem. secr. [paraaf in rood:] B.A. [?]
[Tekst onderaan, verbonden met een pijl naar het midden:]
Aangezien de om-
standigheden, welke golden
op het tijdstip, dat de brief
hierboven is geschreven
[doorgehaald:] ~~van 14 Maart 1942 nog~~
[doorgehaald:] ~~gehandhaafd zijn,~~
[doorgehaald:] ~~wij stellen voor,~~
[doorgehaald:] ~~stellen wij u voor~~
[...] stellen
wij u voor, Het document is een werkconcept voor een officiële brief, waarschijnlijk opgesteld door een gemeentesecretarie (gezien de afkorting "De gem. secr."). De schrijver worstelt met de formulering, wat blijkt uit de vele correcties en het herschikken van tekstblokken met pijlen.
De kern van de boodschap is tweeledig:
1. Een restantbetaling moet vóór 1 januari 1944 voldaan zijn.
2. Een "monopolierecht" voor het jaar 1943 wordt vastgesteld op een bedrag van 400 gulden.
Er wordt gesproken over een "adressante" (een vrouwelijke afzender of belanghebbende) die over deze besluiten geïnformeerd moet worden. De tekst onderaan lijkt een inleidende motivering te vormen die later is toegevoegd om de eerdere besluitvorming te rechtvaardigen op basis van ongewijzigde omstandigheden. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De datum "1 januari 1944" plaatst de correspondentie in de late oorlogsjaren. In die tijd was de gemeentelijke administratie strak gereguleerd.
De term "monopolierecht" in een gemeentelijke context verwees vaak naar vergoedingen voor specifieke exploitatierechten, zoals het recht om een bepaalde markt te houden, een veerdienst te exploiteren of een specifieke nering te drijven waarvoor de gemeente een alleenrecht verleende. Het bedrag van 400 gulden was voor die tijd een aanzienlijk bedrag (ter vergelijking: een gemiddeld jaarinkomen lag toen rond de 2000 gulden). De noodzaak om "omstandigheden" te noemen die nog steeds gelden, kan duiden op juridische of administratieve continuïteit in een onrustige periode.