Afschrift van een ambtelijke brief/advies.
Origineel
Afschrift van een ambtelijke brief/advies. 17 maart 1942. A f s c h r i f t .
No. 99/1/4 M 1942 2/5.
No. 400 L.M. 1941. 19/3/42. Amsterdam 17 Maart 1942.
Afd. L.M. ( A.V.D. ).
No. 1 - 1942 -
Bijlagen
Bij kantstempelafdruk d.d. 9 Maart j.l. zond U mij om nader advies den brieg van den Directeur van het Marktwezen d.d. 4 Maart j.l., waarin deze opnieuw aandringt het verzoek van hierbovengenoemde N.V. om voor het tweede halfjaar van 1941 vrijgesteld te worden van het betalen van het haar verleende monopolierecht op de Centrale Markt, in te willigen.
In mijn aan den Heer Burgemeester en U uitgebrachte advies d.d. 15 Januari j.l. betreffende dezelfde aangelegenheid, kon ik na kennisneming van alle op deze zaak betrekking hebbende stukken tot geen andere slotsom komen dan mij geheel aan te sluiten bij het gemotiveerde afwijzende advies, dat door den gemeente-accountant van de afdeeling Financiën d.d. 8 November 1941, No. 850/82.7 Fin'41 was uitgebracht.
Ik heb mij daarbij kunnen onthouden de gronden aan te voeren, die mij tot mijn afwijzend inzicht hadden geleid, omdat deze toch voornamelijk al in het afwijzend advies van voornoemden accountant waren opgesteld en mij herhaling overbodig scheen.
Het afwijzend advies van den Gemeente-accountant berustte voornamelijk op financieele gronden, die mij afdoende schenen om mij daarbij te kunnen aansluiten. Nu de Directeur van het Marktwezen blijkbaar niet met beide afwijzende adviezen kan instemmen, meen ik nog Uw aandacht te mogen vragen voor een algemeene kant van deze zaak.
Per saldo komt de geheele zaak hierop neer, dat de desbetreffende vennootschap financieel zoo weinig draagkrachtig is, dat zij van het eerste jaar harer oprichting af niet in staat is eenige honderden guldens per jaar verlie s te kunnen dragen. Ter wille van het behoud van haar monopolierechten, vraagt zij het Gemeen.tebestuur om haar financieel bij te springen door een tegemoetkoming in de betaling van het monopolierecht. Practisch beteekent dit, dat de Gemeente vrijwel het monopolierecht betaalt, hetgeen wel averechts is aan den grondslag van de overeenkomst.
Aan den heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. * Onderwerp: Een geschil over het kwijtschelden van pacht/monopoliegelden voor een niet nader genoemde N.V. die actief is op de Centrale Markt in Amsterdam.
* Kern van het conflict: De Directeur van het Marktwezen wil de N.V. matsen (vrijstelling verlenen), maar de afdeling Financiën (gemeente-accountant) en de opsteller van deze brief adviseren negatief.
* Argumentatie: De schrijver stelt dat de betreffende vennootschap financieel ongezond is ("weinig draagkrachtig"). Hij vindt het absurd dat de gemeente via een subsidie of tegemoetkoming feitelijk haar eigen pachtgelden zou betalen om een privaat monopolie in stand te houden.
* Opvallende taalfouten in origineel: "brieg" in de eerste alinea (waarschijnlijk een typefout voor "brief") en een spatie in "verlie s" in de vijfde alinea. "Gemeen.tebestuur" is afgebroken met een punt en streepje. Dit document stamt uit maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetting gaande was, bleef de gemeentelijke bureaucratie van Amsterdam grotendeels functioneren volgens de bestaande regels en procedures.
De "Afd. L.M." staat voor de Afdeling Levensmiddelen. Deze afdeling was tijdens de oorlogsjaren van cruciaal belang vanwege de schaarste en de distributie van voedsel. De Centrale Markt (de huidige Markthal in West) was het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad. De wethouder aan wie de brief gericht is, beheerde een gecombineerde portefeuille die typerend was voor die tijd: Levensmiddelen gecombineerd met publieke instellingen zoals badhuizen (Wasch- en schoonmaakinrichtingen), wat essentieel was voor de volksgezondheid in een tijd van brandstof- en zeepschaarste.