Handgeschreven ambtelijke notitie/memorandum.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/memorandum. [Kop:]
n.v. Service
-
Bm heeft formeel volkomen het recht de beslissing te nemen die hij genomen heeft.
Er is verschil van meening over de vraag wat een redelijk komende exploitatie is.
Bij dit verschil neemt Bm de beslissing die hij zich uitdrukkelijk heeft voorbehouden. -
Beslissing gegrond op rapport Olie. Dit berust op uitstekend rapport houdende opmerkingen op boekcijfers.
Merk op dat tot nog toe de uitgaven waartegen Hr. Olie bezwaar maakt, als voor dit bedrijf als normaal zijn bestempeld.
En verlies van f 200.- kan dan niet als redelijk komend worden bestempeld.
Uit jaar-stukken de opdrijving. Gezien de onzekere tijden van dit bedrijf rijst de vraag of daar niet eerder tegen te rade gegaan [is] geweest.
Verder de uitgaven voor commissie en adm. loon te samen f 400.- Na aftrek pers. verlies resterend f 200.- Ook dit nog niet als redelijk komende exploitatie te beschouwen. Het document betreft een interne verantwoording of voorbereiding op een besluit aangaande de financiële resultaten van een onderneming genaamd "N.V. Service". De kern van de tekst draait om een interpretatieverschil tussen de uitvoerders van het bedrijf en de controlerende instantie (de Burgemeester, aangeduid als 'Bm').
De belangrijkste punten zijn:
* Juridische grondslag: De opsteller stelt vast dat de Burgemeester formeel in zijn recht staat om een knoop door te hakken, omdat hij zich dat recht heeft voorbehouden in geval van onenigheid.
* Het geschilpunt: Wat mag worden beschouwd als "redelijk komende exploitatie"? Dit lijkt een technische term te zijn voor een acceptabel bedrijfsresultaat of begrotingspost.
* Het Rapport-Olie: De besluitvorming steunt op een rapport van een zekere de heer Olie, die kritiek heeft op de boekcijfers. Er is sprake van een "opdrijving" (verhoging) van kosten in onzekere tijden.
* Financiële details: Er wordt specifiek gewezen op een verlies van 200 gulden en hoge posten voor commissie en administratieloon (400 gulden), die door de burgemeester als onredelijk worden beoordeeld voor dit specifieke bedrijf. De afkorting "Bm" wijst op een burgemeester, wat suggereert dat dit document afkomstig is uit een gemeentearchief. In de vroege 20e eeuw hadden gemeenten vaak een directe bemoeienis met lokale NV's of nutsbedrijven ("Service"). De naam "Olie" zou kunnen verwijzen naar een specifieke accountant of inspecteur; in Amsterdam was bijvoorbeeld Jacobus Olie een bekende figuur in de gemeentelijke administratie (hoewel hij meer bekend is als fotograaf en directeur van de ambachtsschool).
De toon is zakelijk maar verdedigend voor de positie van de burgemeester. Het lijkt te gaan over een toetsing of de overheid (de gemeente) akkoord gaat met de ingediende jaarstukken of dat er moet worden ingegrepen vanwege onredelijke kostenposten. De nadruk op "onzekere tijden" zou kunnen wijzen op een economische crisisperiode (zoals de jaren '30).