Archief 745
Inventaris 745-393
Pagina 196
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag op dun papier).

19 februari 1942. Van: Waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd van de gemeente Amsterdam (gezien de adressering aan de Wethouder en de referentie naar de Burgemeester).

Origineel

Getypte brief (doorslag op dun papier). 19 februari 1942. Waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd van de gemeente Amsterdam (gezien de adressering aan de Wethouder en de referentie naar de Burgemeester). S/HG.

2A/3/3 M.
1
19 Februari 1942.

Aardappelvoorziening.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 3
dezer om advies ontvangen stuk No. 144 L.M. 1942, heb ik de eer
U, mede onder verwijzing naar de bespreking, welke ik ter
zake van den opslag van aardappelen op 17 dezer met U mocht
hebben, het volgende mede te deelen.
Nu de heer Ir. S.L. Louwes, Directeur-Generaal van
het Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd in een
bespreking met den Burgemeester en U op 12 dezer, heeft te
kennen gegeven, dat ook hij het noodig oordeelt, dat de Ge-
meente Amsterdam voortdurend over een voorraad aardappelen
beschikt voldoende voor het verbruik gedurende een periode
van zes weken, behoeft mijns inziens niet nader op het schrij-
ven van de Nederlandsche Inkoop Centrale voor Akkerbouwpro-
ducten te worden ingegaan voor zoover dit betrekking heeft op
de grootte van den opslag. Deze Centrale vormt namelijk een
onderdeel van den Dienst, waarvan de heer Louwes het hoofd is.
Ik meen te moeten wijzen op punt 5 van het schrij-
ven, waarin gesproken wordt over de extra onkosten, welke het
reserveeren van grootere hoeveelheden aardappelen medebrengt.
Voor zoover mij bekend, is de interne organisatie van de aard-
appelvoorziening van de Vebena zoodanig, dat de inkomsten,
die de leden der Vebena (de vroegere grossiers) ter zake van
hun werkzaamheden ontvangen, afhankelijk zijn van een door
hen al of niet "zuinig" gevoerd beheer. Bij dezen gang van
zaken heeft een uitvoerend orgaan (Vebena) persoonlijke be-
langen bij de wijze van uitvoering. Dit is te meer onjuist
omdat in de gegeven omstandigheden de kosten van opslag zich
niet zullen beperken tot die van huren van pakhuizen en
loonen, maar (waar de opslagen in het voorjaar plaatsvinden)
tot onvermijdelijke grootere bewaringsverliezen.
Ten einde van de volle medewerking van de Vebena
verzekerd te zijn is het noodig, dat ten deze een modus wordt
gevonden. Het treffen van maatregelen ligt geheel op den weg
van den heer Louwes van wiens dienst de Vebena een der uit-
voerende organen is. * Kernboodschap: De brief gaat over de logistieke en financiële problemen bij het aanleggen van een noodvoorraad aardappelen voor zes weken in Amsterdam.
* Belangrijkste knelpunt: De schrijver signaleert een weeffout in de organisatie van de Vebena (Vereniging van Beheerders van Aardappel- en Groentepakhuizen). Omdat de inkomsten van deze voormalige grossiers afhangen van een 'zuinig beheer', hebben zij een persoonlijk financieel nadeel bij de hoge kosten en de onvermijdelijke bederfverliezen (bewaringsverliezen) die optreden bij langdurige opslag in het voorjaar.
* Rol van Ir. Louwes: Stephanus Louwes, de machtige directeur-generaal van de voedselvoorziening, wordt aangewezen als degene die dit probleem moet oplossen, aangezien de Vebena onder zijn verantwoordelijkheid valt.
* Toon: Formeel-ambtelijk en adviserend. De schrijver probeert de Wethouder te behoeden voor tegenwerking door de uitvoerende partij (Vebena). * Historische context: Februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting. Voedselvoorziening was een cruciaal en explosief thema. Het aanleggen van 'ijzeren voorraden' was essentieel om de grote steden te kunnen blijven voeden bij distributiestoringen.
* Schaars product: Aardappelen waren het volksvoedsel bij uitstek. Tekorten leidden direct tot sociale onrust. De bezetter hield een strakke regie op de distributie via het Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVVO).
* Administratieve strijd: De brief illustreert de frictie tussen de centrale regie (Louwes), de lokale overheid (Wethouder/Burgemeester van Amsterdam) en de private sector die was omgevormd tot uitvoeringsorgaan (de voormalige grossiers verenigd in de Vebena). Het laat zien hoe commerciële prikkels in een oorlogseconomie botsten met de noodzaak van strategische voorraadvorming.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De brief gaat over de logistieke en financiële problemen bij het aanleggen van een noodvoorraad aardappelen voor zes weken in Amsterdam.
  • Belangrijkste knelpunt: De schrijver signaleert een weeffout in de organisatie van de Vebena (Vereniging van Beheerders van Aardappel- en Groentepakhuizen). Omdat de inkomsten van deze voormalige grossiers afhangen van een 'zuinig beheer', hebben zij een persoonlijk financieel nadeel bij de hoge kosten en de onvermijdelijke bederfverliezen (bewaringsverliezen) die optreden bij langdurige opslag in het voorjaar.
  • Rol van Ir. Louwes: Stephanus Louwes, de machtige directeur-generaal van de voedselvoorziening, wordt aangewezen als degene die dit probleem moet oplossen, aangezien de Vebena onder zijn verantwoordelijkheid valt.
  • Toon: Formeel-ambtelijk en adviserend. De schrijver probeert de Wethouder te behoeden voor tegenwerking door de uitvoerende partij (Vebena).

Historische Context

  • Historische context: Februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting. Voedselvoorziening was een cruciaal en explosief thema. Het aanleggen van 'ijzeren voorraden' was essentieel om de grote steden te kunnen blijven voeden bij distributiestoringen.
  • Schaars product: Aardappelen waren het volksvoedsel bij uitstek. Tekorten leidden direct tot sociale onrust. De bezetter hield een strakke regie op de distributie via het Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVVO).
  • Administratieve strijd: De brief illustreert de frictie tussen de centrale regie (Louwes), de lokale overheid (Wethouder/Burgemeester van Amsterdam) en de private sector die was omgevormd tot uitvoeringsorgaan (de voormalige grossiers verenigd in de Vebena). Het laat zien hoe commerciële prikkels in een oorlogseconomie botsten met de noodzaak van strategische voorraadvorming.

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6