Typoscript (doorslag van een brief) met handgeschreven aantekening.
Origineel
Typoscript (doorslag van een brief) met handgeschreven aantekening. 4 maart 1942. Waarschijnlijk een ambtenaar of adviseur van de gemeente Amsterdam (ondertekend/geparafeerd door "A. Sieburgh"). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Rechtsboven handgeschreven:] A. Sieburgh
VD/HG.
99/1/2 M.
n diverse
4 Maart 1942.
Monopolierechten
N.V. Service Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 2 Februari jl. om spoedig advies ontvangen stukken No. 400 L.M. 1941 heb ik de eer U te berichten, dat de Burgemeester formeel volkomen het recht heeft te beslissen, zooals in het onderhavige geval is geschied, waar er blijkbaar verschil van meening bestond over de vraag, wat als redelijk loonende exploitatie moet worden beschouwd.
De betreffende beslissing is echter gegrond op gegevens, vervat in een Nota, uitgebracht door den accountant Olie van de Afdeeling Financiën. Dit rapport baseert zich uitsluitend op de boekcijfers. Ik moge hierbij opmerken, dat de uitgaven, waartegen de accountant bezwaar maakt, tot nu toe voor dit bedrijf als normaal zijn beschouwd. Een exploitatie met een verlies van ƒ 200,- kan dan niet als "redelijk loonend" worden aangemerkt.
De uitgaven betreffen onder andere de afschrijvingen; gezien de onzekere tijden voor dit bedrijf rijst de vraag of niet zal blijken, dat deze te laag zijn gesteld.
Voorts zijn daar nog de uitgaven aan Commissarissen en administratieloon, tezamen ƒ 480,-. Indien deze zouden vervallen zou na aftrek van ƒ 200,- verlies, een winst resteeren groot ƒ 280,-. Ook dan nog mag men dit niet als een redelijk loonende exploitatie beschouwen.
Ik acht verder een salaris van ƒ 35,- per week voor den leider van dit bedrijf niet te hoog; deze is namelijk geregeld aanwezig, omdat, ongeacht den geringen omzet, het bedrijf dit nu eenmaal noodzakelijk maakt.
Overigens is, tijdens een bespreking over het onderhavige onderwerp met de N.V. Service in September jl. mijnerzijds reeds op de betreffende posten gewezen; vanwege genoemde N.V. is daarbij verklaard, dat het honorarium door de Commissarissen niet zou worden getoucheerd, omdat men van meening was, dat, gelet op de onzekere tijden, zooveel mogelijk zorggedragen moet worden, dat de zaak zoolang mogelijk drijvende kan worden gehouden. In deze brief adviseert de opsteller (Sieburgh) de Wethouder voor de Levensmiddelen over een geschil betreffende de winstgevendheid van de "N.V. Service Centrale Markt". De kernvraag is of de exploitatie van dit bedrijf als "redelijk lonend" kan worden beschouwd, wat juridische gevolgen heeft voor de monopolierechten.
Belangrijkste punten uit de analyse:
1. Formeel recht: De Burgemeester heeft de bevoegdheid om hierover te beslissen.
2. Boekhoudkundig verlies: Volgens accountant Olie draait het bedrijf een verlies van 200 gulden.
3. Correctie op cijfers: De schrijver merkt op dat als de kosten voor commissarissen en administratie (480 gulden) geschrapt zouden worden, er een papieren winst van 280 gulden zou zijn. Echter, zelfs dat bedrag vindt de schrijver te laag om van een "redelijk lonende exploitatie" te spreken.
4. Salarisbeoordeling: Het salaris van de bedrijfsleider (35 gulden per week) wordt verdedigd als zijnde noodzakelijk, ondanks de lage omzet.
5. Bedrijfsvoering in oorlogstijd: De N.V. Service heeft aangegeven dat de commissarissen hun vergoeding niet innen om de zaak "drijvende te houden" tijdens de "onzekere tijden". Het document dateert van maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam (destijds de pro-Duitse wethouder R.A. Pollak) hield toezicht op de voedselvoorziening en de Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center lokatie in West).
De Centrale Markt was van vitaal belang voor de distributie van voedsel in de stad. De "N.V. Service" was waarschijnlijk een partij die specifieke facilitaire of logistieke diensten verleende binnen dit marktcomplex. De term "onzekere tijden" in de tekst is een eufemisme voor de precaire economische situatie en de druk van de bezetter. Het debat over "redelijk lonende exploitatie" suggereert een juridische toetsing, mogelijk in het kader van overheidssteun, prijsbeheersing of het behoud van concessies onder de distributiewetten van de bezettingsjaren.