Archief 745
Inventaris 745-393
Pagina 278
Dossier 7
Jaar 1942
Stadsarchief

Dienstbrief / Officiële aanmaning.

3 maart 1942. Van: Bedrijfsorganisatie voor Vee en Vleesch, Nederlandsche Veehouderijcentrale ('s-Gravenhage).

Origineel

Dienstbrief / Officiële aanmaning. 3 maart 1942. Bedrijfsorganisatie voor Vee en Vleesch, Nederlandsche Veehouderijcentrale ('s-Gravenhage). BEDRIJFSORGANISATIE VOOR VEE EN VLEESCH
NEDERLANDSCHE VEEHOUDERIJCENTRALE.

NR. VIII/395 AFD. Techn.Afd.
IL/TV

'S-GRAVENHAGE, 3 Maart 19 42
Laan van Meerdervoort 53.
Tel. No. 335982.
Tel. Interlocaal letters VV X 446.800
Postrekening No. 225000.

[Stempel in rood kader:]
TER VOORKOMING VAN VERTRAGING
GELIEVE MEN BIJ BEANTWOORDING NAUWKEURIG
NR., AFD., DATUM EN ONDERWERP
VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.

[Paars stempel:]
Nº 100/6/2 M. 1942 5/3

ANTWOORD OP UW SCHRIJVEN:

BETREFFENDE:
opgave "Nationale
Reserve" Rijksbureau
V.V.O.

Koelhuis der Centrale Markt,
J. v. Galenstraat 14,
A M S T E R D A M.

Voor zoover ons bekend hebt gij het U destijds toegezonden formulier: opgave van werktuigen of onderdeelen daarvan, bestemd voor de "Nationale Reserve" van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd nog niet bij het Bureau Grondstoffen van dat bureau ingediend.

Wij vestigen er Uw aandacht op, dat gij ingevolge het bepaalde in het Besluit reserve materiaal V.V.O. (Nederlandsche Staatscourant van 3 December 1941, No. 236) verplicht zijt van het reservemateriaal, hetwelk gij voorhanden of in voorraad hebt, driemaandelijks opgave te doen.

Bij niet nakoming van die verplichting stelt gij U bloot aan tuchtrechtelijke of strafrechtelijke vervolging. Met nadruk wijzen wij U er op, dat wij, ingeval gij de gevraagde gegevens niet zoudt verstrekken, of onjuiste of onvolledige opgave zoudt doen, stappen zullen doen tot het nemen van strenge maatregelen tegen U.
Het U toegezonden formulier dient thans in elk geval vóór 10 Maart in het bezit te zijn van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, Bureau Grondstoffen, Lange Voorhout 10, 's-Gravenhage.

BEDRIJFSORGANISATIE VOOR VEE EN VLEESCH,
[Ondertekening door twee onleesbare handtekeningen]

Model B P
[Logo A in cirkel] 19499 - '41 - K 983 * Inhoud: De brief is een dwingende herinnering aan het Koelhuis der Centrale Markt in Amsterdam om een inventarisatie (opgave) in te sturen van technische werktuigen en reserveonderdelen. Deze materialen vallen onder de "Nationale Reserve" van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVVO).
* Juridische basis: Er wordt expliciet verwezen naar een besluit gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant van 3 december 1941. Bedrijven waren wettelijk verplicht elke drie maanden hun voorraden te melden.
* Toon en sancties: De toon is streng en bureaucratisch. Er wordt direct gedreigd met "tuchtrechtelijke of strafrechtelijke vervolging" en "strenge maatregelen" indien de informatie niet vóór 10 maart 1942 (slechts een week na dagtekening) wordt aangeleverd.
* Administratieve kenmerken: Het document bevat diverse stempels, waaronder een groot paars archief- of registratienummer en een rood instructiekader voor correspondentie, wat duidt op een strak georganiseerde oorlogs-bureaucratie. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Om de voedselvoorziening en de economie onder controle te houden, richtte de bezetter (en de ondergeschikte Nederlandse administratie) diverse Rijksbureaus in. Het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVVO) speelde hierin een centrale rol.

De "Nationale Reserve" was bedoeld om strategische voorraden van machines en onderdelen in kaart te brengen, zodat deze bij defecten elders of voor de Duitse oorlogsindustrie gevorderd of herverdeeld konden worden. Het koelhuis in Amsterdam, als cruciaal onderdeel van de voedselketen, viel direct onder dit streng gecontroleerde regime. De dreiging met strafvervolging was in 1942 zeer reëel; de Crisis-Contrôle-Dienst (CCD) hield streng toezicht op de naleving van dit soort administratieve verplichtingen.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een dwingende herinnering aan het Koelhuis der Centrale Markt in Amsterdam om een inventarisatie (opgave) in te sturen van technische werktuigen en reserveonderdelen. Deze materialen vallen onder de "Nationale Reserve" van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVVO).
  • Juridische basis: Er wordt expliciet verwezen naar een besluit gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant van 3 december 1941. Bedrijven waren wettelijk verplicht elke drie maanden hun voorraden te melden.
  • Toon en sancties: De toon is streng en bureaucratisch. Er wordt direct gedreigd met "tuchtrechtelijke of strafrechtelijke vervolging" en "strenge maatregelen" indien de informatie niet vóór 10 maart 1942 (slechts een week na dagtekening) wordt aangeleverd.
  • Administratieve kenmerken: Het document bevat diverse stempels, waaronder een groot paars archief- of registratienummer en een rood instructiekader voor correspondentie, wat duidt op een strak georganiseerde oorlogs-bureaucratie.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Om de voedselvoorziening en de economie onder controle te houden, richtte de bezetter (en de ondergeschikte Nederlandse administratie) diverse Rijksbureaus in. Het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVVO) speelde hierin een centrale rol.

De "Nationale Reserve" was bedoeld om strategische voorraden van machines en onderdelen in kaart te brengen, zodat deze bij defecten elders of voor de Duitse oorlogsindustrie gevorderd of herverdeeld konden worden. Het koelhuis in Amsterdam, als cruciaal onderdeel van de voedselketen, viel direct onder dit streng gecontroleerde regime. De dreiging met strafvervolging was in 1942 zeer reëel; de Crisis-Contrôle-Dienst (CCD) hield streng toezicht op de naleving van dit soort administratieve verplichtingen.

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6