Archief 745
Inventaris 745-393
Pagina 289
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

26 maart 1942.

Origineel

26 maart 1942. [Handgeschreven aantekening in potlood:] Verzonden 27/3
[Rechtsboven:] VG/HG.

het Hoofd van het Gemeentelijk
Materialenbureau,
O.Z.Achterburgwal 213,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3.

100/7/4 M.
26 Maart 1942.

Naar aanleiding van Uw circulaire d.d. 19 Maart jl.
No.13a/23 G.M.B. deel ik U mede, dat de bij mijn dienst aanwezige
geblokkeerde hoeveelheid harde zeep per 31 Maart a.s. zal zijn:
toiletzeep 40 stuks = ± 3 kg.
huishoudzeep 10 " = ± 0,8 kg.

De Directeur, De brief is een korte, zakelijke mededeling van een niet nader genoemde directeur van een gemeentelijke dienst aan het hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau (G.M.B.) in Amsterdam. De kern van de brief is de inventarisatie van de voorraad "harde zeep" die de dienst in bezit heeft. Er wordt onderscheid gemaakt tussen toiletzeep (40 stuks) en huishoudzeep (10 stuks), inclusief de geschatte gewichten. De term "geblokkeerde hoeveelheid" is cruciaal; het geeft aan dat deze goederen onder strikt overheidstoezicht stonden en niet vrij gebruikt of verhandeld mochten worden. De handgeschreven notitie "Verzonden 27/3" bovenin geeft de administratieve verwerkingstermijn aan. Dit document stamt uit maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Door de oorlogsvoering en de blokkades was er een nijpend tekort aan grondstoffen, waaronder vetten en oliën die nodig waren voor de productie van zeep. Hierdoor werd zeep een schaars goed dat strikt gerantsoeneerd was.

Het Gemeentelijk Materialenbureau (G.M.B.) in Amsterdam was verantwoordelijk voor het beheer en de distributie van schaarse materialen binnen de verschillende gemeentelijke diensten. Elke dienst was verplicht om nauwkeurig verslag uit te brengen van hun voorraden. De brief illustreert de verregaande bureaucratisering van het dagelijks leven en de bedrijfsvoering tijdens de bezettingsjaren, waarbij zelfs kleine hoeveelheden gebruiksgoederen centraal werden geregistreerd. De locatie O.Z. Achterburgwal 213 was een bekend adres voor gemeentelijke instanties in het hart van Amsterdam.

Samenvatting

De brief is een korte, zakelijke mededeling van een niet nader genoemde directeur van een gemeentelijke dienst aan het hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau (G.M.B.) in Amsterdam. De kern van de brief is de inventarisatie van de voorraad "harde zeep" die de dienst in bezit heeft. Er wordt onderscheid gemaakt tussen toiletzeep (40 stuks) en huishoudzeep (10 stuks), inclusief de geschatte gewichten. De term "geblokkeerde hoeveelheid" is cruciaal; het geeft aan dat deze goederen onder strikt overheidstoezicht stonden en niet vrij gebruikt of verhandeld mochten worden. De handgeschreven notitie "Verzonden 27/3" bovenin geeft de administratieve verwerkingstermijn aan.

Historische Context

Dit document stamt uit maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Door de oorlogsvoering en de blokkades was er een nijpend tekort aan grondstoffen, waaronder vetten en oliën die nodig waren voor de productie van zeep. Hierdoor werd zeep een schaars goed dat strikt gerantsoeneerd was.

Het Gemeentelijk Materialenbureau (G.M.B.) in Amsterdam was verantwoordelijk voor het beheer en de distributie van schaarse materialen binnen de verschillende gemeentelijke diensten. Elke dienst was verplicht om nauwkeurig verslag uit te brengen van hun voorraden. De brief illustreert de verregaande bureaucratisering van het dagelijks leven en de bedrijfsvoering tijdens de bezettingsjaren, waarbij zelfs kleine hoeveelheden gebruiksgoederen centraal werden geregistreerd. De locatie O.Z. Achterburgwal 213 was een bekend adres voor gemeentelijke instanties in het hart van Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6