Ambtsbrief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Ambtsbrief van de Gemeente Amsterdam. 12 november 1942. Gemeente Amsterdam, Afdeling L.M. (mogelijk verbonden aan de Wijkophaaldienst/Stadsreiniging). De heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen. [Stempel/Aantekening bovenaan]: № 101/12/1 M. 1942 13/11 [en rechtsboven]: 362
Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal
Telefoon 43130, 43321
Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum, het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden
Afd. L.M. No. 139-1942- Bijlagen [leeg] Uw brief: [leeg]
Aan den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.
[Handgeschreven paraaf en "dep."]
Datum: 12 November 1942.
Onderwerp:
— Eenige wijkophalers hebben zich tot mijn Afdeeling gewend met de klacht, dat opkoopers van tweedehands meubelen en gedragen kleeding zich niet bepalen tot die artikelen, doch ook oude materialen en afvalstoffen opkoopen.
Naar mij wordt bericht, worden deze klachten ook veelvuldig bij de Politie ingediend.
Volgens de bepalingen van de Oude Materialen en Afvalstoffenbeschikking, behoeven opkoopers van tweedehands meubelen en gedragen kleeding geen vergunning van het Rijks bureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen en zijn zij dan ook niet bij de Wijkophaaldienst ingeschakeld. Wel hebben zij een gemeentelijke vergunning tot het opkoopen van die artikelen noodig.
Indien zij in het bezit van een dergelijke vergunning zijn, bestaat de mogelijkheid, dat zij ook lompen en andere afvalstoffen opkoopen, en daar zij vergunning voor de geheele stad hebben, zouden zij inderdaad de wijkophalers concurrentie kunnen aandoen, door bijv. in iedere wijk de beste adressen, zooals lingerie- en metaalfabrieken af te werken.
Aangezien aan slechts vier personen een dergelijke vergunning is
[Onderaan links]:
Model G.A. 6
Stadsdrukkerij Amsterdam
15196-7-42-5000
[Handgeschreven in rood/bruine inkt]: Inz. - [?] [?] [?] [?]!
[Handgeschreven in potlood]: ja -
[Rechtsonder]: lot * Conflict over grondstoffen: De brief beschrijft een economisch conflict in bezet Amsterdam. "Wijkophalers" (de reguliere inzamelaars van afval en herbruikbare materialen) beklagen zich over opkopers van tweedehands kleding en meubels. Deze laatsten zouden hun boekje te buiten gaan door ook waardevolle "afvalstoffen" zoals lompen en metaal op te kopen.
* Juridische achtergrond: Er wordt verwezen naar de Oude Materialen en Afvalstoffenbeschikking. In oorlogstijd waren grondstoffen schaars en de handel hierin was streng gereguleerd door Rijksbureaus. De brief legt een maas in de wet bloot: opkopers van meubels/kleding vielen onder gemeentelijke regels en niet onder het Rijksbureau, waardoor ze meer bewegingsvrijheid hadden (stadswijd opereren) dan de aan een wijk gebonden ophallers.
* Economische impact: De vrees is dat deze opkopers de "krenten uit de pap" halen door direct bij fabrieken (metaal, lingerie) de beste materialen op te kopen, wat de inkomsten van de reguliere wijkdiensten ondermijnt. * Oorlogseconomie: In 1942 was de schaarste in Nederland groot. Alles wat hergebruikt kon worden (lompen, metalen, papier), was van strategisch belang voor de (Duitse) oorlogsindustrie. De "Wijkophaaldienst" was een essentieel onderdeel van het stadsbeheer om deze stromen te kanaliseren.
* Bestuur onder bezetting: De brief toont de voortgang van de bureaucratie tijdens de bezetting. Hoewel de Duitsers de macht hadden, bleven gemeentelijke diensten zoals het "Marktwezen" en de Stadsreiniging hun taken uitvoeren en dergelijke klachten behandelen volgens geldende procedures en verordeningen.
* Toezicht: De vermelding dat klachten ook bij de politie binnenkomen, duidt op de ernst waarmee deze "economische delicten" in die tijd werden bekeken. De handgeschreven opmerking onderaan ("ja") lijkt een instemming of bevestiging van een vervolgactie.