Afschrift van een officiële brief.
Origineel
Afschrift van een officiële brief. 11 februari 1942. Dienst van de Zuiderzeewerken. Gemeentebestuur van Amsterdam. (Noot: In de tekst wordt consequent de 'y' gebruikt waar men tegenwoordig 'ij' schrijft. Dit is in de transcriptie aangehouden conform het origineel.)
Afschrift.
No. 806 P.W.1941.
DIENST van de ZUIDERZEEWERKEN.
No. 55 Z.P.
's-Gravenhage, 11 Februari 1942.
Bureel: Heerengracht 2.
Brief van 19 December 1941, Afd.P.W.1941, No. 806.
Betreffende: Mededeelingen gemeentelyke Zuiderzee-commissie Amsterdam.
Aan het Gemeentebestuur van Amsterdam te AMSTERDAM.
Met belangstelling nam ik kennis van den terzyde aangehaalden brief, welke my op de hoogte stelde van het werk van Uw Zuiderzeecommissie en waardoor ik in de gelegenheid werd gesteld kennis te nemen van een aantal Amsterdamsche belangen betrokken by de inpoldering van het zuidelyk deel van het Ysselmeer.
Het eerste onderwerp van het werkprogramma van de commissie omvat de scheepvaartbelangen en desbetreffend is een als bylage 3 overgelegd rapport uitgebracht, waaruit blykt, dat, wat de voorzieningen in verband met de scheepvaartwegen over het Ysselmeer betreft, in het algemeen wordt ingestemd met de dezerzyds ontworpen plannen.
Ten aanzien van het middenkanaal tusschen de beide zuidelyke polders spreekt de commissie den wensch uit in kennis gesteld te worden met de afmetingen, welke de naby het noordelyk uiteinde te bouwen sluizen zullen verkrygen. Aangezien deze kunstwerken eerst gebouwd zullen worden tydens de uitvoering van den Zuidoostelyken polder en dan een juister inzicht verkregen zal zyn in de te verwachten uitbreiding van de scheepvaart, schynt het weinig doelmatig thans reeds een plan voor deze sluizen te maken. In het huidige stadium is het met betrekking tot de scheepvaartbelangen voldoende, wanneer vaststaat, dat het te bouwen sluizencomplex zal moeten passen in een vaarweg voor 2000 tons schepen en voldoende doorvoercapaciteit zal moeten bezitten voor het in de toekomst te verwachten verkeer.
Wanneer eenig meerder inzicht zal zyn verkregen in de wyze waarop het landverkeer door de zuidelyke polders geleid zal worden zal zeker overwogen moeten worden, of by de belyngrykste kruispunten met den scheepvaartweg geen tunnels in plaats van bruggen gebouwd zullen moeten worden.
De commissie spreekt de wenschelykheid uit, dat het in den zuidwestelyken polder tusschen Edam en Oosterleek ontworpen 600 tons kanaal een 1000 tons kanaal zal worden. Ik hoop omtrent dit punt nog in nader overleg met de commissie te treden.
Aangezien het maken van het oostelyk randkanaal eerst by de uitvoering van den zuidoostelyken polder aan de orde komt, zal thans nog niet tot verdere detailleering van dit kanaal worden overgegaan. Te zyner tyd zal beter beoordeeld kunnen worden, met welke belangen daarby rekening zal moeten worden gehouden.
Belangryke beschouwingen wydt de commissie aan de wyziging van de waterhuishouding van het afgesloten Y en het Noordzeekanaal, bwaary in verband met de scheepvaart uiteraard vitale belangen van Amsterdam zyn betrokken. Ook dezerzyds is de beteekenis van deze belangen begrepen en by het opmaken van het algemeen plan voor de zuidelyke inpolderingen is dan ook reeds in het algemeen nagegaan, of de gekozen oplossing in verband met die belangen aanvaardbaar geacht kan worden. In samenwerking met den betreffenden dienst van den Rykswaterstaat wordt het onderzoek...
(einde zichtbare pagina) * Kernboodschap: De Dienst der Zuiderzeewerken reageert op technische wensen van de gemeente Amsterdam over de toekomstige inrichting van de zuidelijke IJsselmeerpolders (de huidige Flevopolders en de toen nog geplande Markerwaard).
* Technische aspecten:
* Er wordt gesproken over de dimensionering van sluizen (geschikt voor 2000 ton).
* Er wordt een vroege overweging gemaakt voor tunnels in plaats van bruggen om de scheepvaart niet te hinderen, wat voor die tijd een zeer moderne gedachte was.
* Er is discussie over de capaciteit van kanalen (opwaardering van 600 naar 1000 ton).
* Waterhuishouding: Een cruciaal punt is de impact van de inpoldering op het IJ en het Noordzeekanaal, wat voor de haven van Amsterdam van levensbelang was.
* Toon: Formeel, ambtelijk en coöperatief, waarbij de nationale overheid (Dienst Zuiderzeewerken) de lokale belangen van Amsterdam erkent maar ook aangeeft dat sommige plannen nog te vroeg zijn voor definitieve detaillering. * Historische periode: Het document dateert uit februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Opvallend is dat de planning en correspondentie over de Zuiderzeewerken (een civiel megaproject) gedurende de oorlog gewoon doorgingen.
* Geografische context: De "zuidoostelyke polder" verwijst naar wat later Oostelijk en Zuidelijk Flevoland zou worden. De "zuidwestelyke polder" verwijst naar de Markerwaard, een polder die uiteindelijk nooit is aangelegd.
* Institutioneel: De brief toont de nauwe samenwerking tussen de Rijksdienst (Rijkswaterstaat/Zuiderzeewerken) en grote gemeenten bij de vormgeving van het Nederlandse landschap. De genoemde "Zuiderzee-commissie Amsterdam" was een adviesorgaan dat de belangen van de stad moest veiligstellen in dit nationale project.