Getypte brief (doorslag op dun papier) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier) met handgeschreven kanttekeningen. 12 januari 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-instantie in Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Handgeschreven linksboven:] v.d. Delft affaire
[Handgeschreven daaronder:] 15
[Handgeschreven middenboven:] Intern
[Handgeschreven rechtsboven:] A. Kuperstein
[Getypt rechtsboven:] VD/HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
103/1/5 M. 1 12 Januari 1942.
Straf J.v.Delft.
Voor de goede orde heb ik de eer U in bijlage dezes een afschrift van een aan mij gerichten brief van J.v.Delft te doen toekomen, waaromtrent ik U met mijn brief d.d. 7 Januari jl. No.103/1/3 M. voorstelde, om Van Delft voor onbepaalden tijd het recht te ontnemen tot het bezetten van een plaats op een der markten te Amsterdam.
Ik moge aan Uw beter oordeel overlaten in hoeverre aan den onderhavigen brief door den Burgemeester gevolg kan worden gegeven.
De Directeur, * Inhoud: De brief betreft een tuchtmaatregel tegen een markthandelaar genaamd J.v. Delft. De directeur stelt voor om de man permanent ("voor onbepaalden tijd") zijn standplaats op de Amsterdamse markten te ontzeggen. Hij stuurt een kopie van een verweerschrift of brief van Van Delft door aan de Wethouder voor Levensmiddelen voor verdere beoordeling door de Burgemeester.
* Stijl: Formeel ambtelijk taalgebruik, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw (gebruik van "U in bijlage dezes", "waaromtrent", "jl.").
* Opmaak: Het document is een doorslag, herkenbaar aan de vage letters. Er zijn administratieve aantekeningen met potlood of pen toegevoegd voor archivering. * Historische periode: De brief dateert uit januari 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening en marktregulering stonden in deze tijd onder strikte controle vanwege schaarste en distributiemaatregelen.
* Bestuur: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale functie. Het intrekken van marktrechten was een zware economische sanctie.
* Antisemitisme: Hoewel de reden voor de straf niet expliciet wordt genoemd, werden in deze periode veel Joodse markthandelaren van de markten verdreven door middel van administratieve maatregelen of specifiek tegen hen gerichte verordeningen. De naam "Kuperstein" in de handgeschreven notitie is een Joodse achternaam; het is mogelijk dat deze ambtenaar of betrokkene later zelf slachtoffer werd van de bezettingsmaatregelen, of dat de zaak verband hield met de segregatie op de markten (zoals de instelling van de Joodse markten in 1941).