Administratieve kaart of bijblad (Model No. 14).
Origineel
Administratieve kaart of bijblad (Model No. 14). 22 januari 1942 (datum van doorzending); de interne aantekening is gedateerd op 20 januari 1942. [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 103/16/1 1942
DOORGEZONDEN: 22/1-42
[Hoofdtekst handgeschreven]
L. van Beer soll. 357 Ganzenstraat }
B. van Beer soll. 357 Ganzenstraat }
per 19 Januari j.l. van de
sollicitantenlijst afgevoerd wegens
niet accepteeren van een
werkenskans.
[Ondertekening midden]
onbergen [onderstreept] Smit [onderstreept] 20/1 '42
[Stempel en handtekening rechtsonder]
GEZIEN
DE INSPECTEUR,
[Handtekening, vermoedelijk: de Haan] Dit document is een officieel administratief bijblad dat dient als bewijs van een sanctie of wijziging in een persoonsdossier. Het betreft twee individuen, L. van Beer en B. van Beer, woonachtig op de Ganzenstraat 357 (mogelijk Utrecht). Zij zijn per 19 januari 1942 van de "sollicitantenlijst afgevoerd".
De reden voor deze verwijdering is "niet accepteeren van een werkenskans". Dit betekent dat zij een aangeboden baan hebben geweigerd, wat in de bureaucratische taal van die tijd leidde tot uitsluiting van verdere bemiddeling en waarschijnlijk ook van financiële steun (steunverlening). Het document is geparafeerd door een ambtenaar (Smit) en officieel "gezien" door een inspecteur. De datum 1942 is over een voorgedrukt of eerder geschreven '1932' heen gezet, wat duidt op hergebruik van formulieren of een correctie in het dossierbeheer. Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode stond de arbeidsmarkt onder strikte controle van de bezetter en de gelijkgeschakelde Nederlandse instanties, zoals de Gewestelijke Arbeidsbureaus.
Het weigeren van werk werd in deze context zwaar gesanctioneerd. Het afgevoerd worden van de sollicitantenlijst was niet alleen een administratieve handeling, maar had directe sociaaleconomische gevolgen: men verloor het recht op werkloosheidsuitkeringen. Naarmate de oorlog vorderde, werd het weigeren van werk ook gevaarlijker, omdat de kans groot was dat men door de bezetter gedwongen zou worden ingezet in de Arbeitseinsatz in Duitsland. Dergelijke kaarten zijn typerend voor de minutieuze wijze waarop de Nederlandse bureaucratie ook tijdens de bezettingsjaren de bevolking bleef registeren en controleren. B. van Beer L. van Beer M. No