Pagina uit een jaarverslag van een gemeentelijke dienst (Marktwezen).
Origineel
Pagina uit een jaarverslag van een gemeentelijke dienst (Marktwezen). III. Weekmarkten.
Boom- en bloemmarkt.
De opbrengst aan marktgeld bleef nagenoeg constant.
Uilenburgmarkt.
De opbrengst aan marktgeld op deze markt, die als gevolg van de reeds genoemde maatregelen sedert 2 Maart niet meer werd gehouden, vertoonde een sterken teruggang, bij die van het vorige jaar vergeleken. Tot dien datum werden ingenomen 3216 dagplaatsen.
Algemeene weekmarkten.
De aanwijzing der tijdelijke hulpmarkten van deze markten is tijdens het verslagjaar voor ten hoogste één jaar verlengd.
De opbrengst aan marktgeld van de algemeene weekmarkten liep terug.
In het verslagjaar werden op de volgende markten de daarachter vermelde dagplaatsen ingenomen — de tusschen haakjes geplaatste getallen vermelden de overeenkomstige gegevens over 1940 — Westerstraat 15.395 (18.441); Sumatrastraat 2437 (3092); Jan Evertsenstraat 2889 (3563); Noordermarkt 5619 (9395); Amstelveld 6637 (8451); Mosplein 5775 (7415); totaal 38.752 (51.395).
Halfjaarplaatsen en weekplaatsen werden hier niet ingenomen.
IV. Standplaatsen buiten de markten.
Hieronder volgt een overzicht van het aantal vergunningen door den Burgemeester in 1941 verleend voor het innemen van standplaatsen buiten de markten.
| Artikelen | bij het begin van het jaar | Aantal vergunningen: in den loop van het jaar uitgereikt | Aantal vergunningen: in den loop van het jaar ingetrokken | aan het einde van het jaar |
|---|---|---|---|---|
| Eet- of drinkwaren .................... | 371 | 49 | 61 | 359 |
| Bloemen ............................... | 195 | 16 | 29 | 182 |
| Diverse artikelen ..................... | 8 | — | — | 8 |
| Totaal ................................ | 574 | 65 | 90 | 549 |
Van deze vergunningen waren aan het einde van het jaar 73 voor een gedeelte van het jaar verleend.
Voor het uitstallen van kerstboomen en hulst werden 108 (v.j. 140) tijdelijke vergunningen uitgereikt.
De opbrengst der standplaatsgelden, waarin is begrepen een bedrag wegens het z.g. kramengeld, welke belasting op 1 December 1938 werd ingevoerd, vertoonde een teruggang.
V. Ventverordening.
Op 1 Januari waren door Burgemeester en Wethouders verleend 2898 vent- en opkoopersvergunningen; op 31 December bedroeg dit aantal 2408.
Van de aantallen ventvergunningen der diverse groepen van artikelen bij het begin en aan het einde van het verslagjaar worden genoemd : aardappelen, groenten en fruit 536 — 554, bloemen en planten 538 — 426, brandstoffen (w.o. petroleum) 91 — 39, geringe eetwaren en consumptie-ijs 305 — 321, visch en zuurwaren 567 — 480, boter, kaas en eieren 87 — 59, diversen en manufacturen 295 — 240.
De aantallen opkoopersvergunningen bij het begin en aan het einde van het verslagjaar bedroegen resp. 479 en 289.
De opbrengst der ventgelden was in het verslagjaar minder dan het voorgaande jaar.
De Directeur van het Marktwezen,
C. F. SIXMA.
5 De tekst geeft een kwantitatief overzicht van de marktactiviteiten in Amsterdam gedurende het tweede oorlogsjaar (1941). Enkele opvallende observaties:
1. Economische teruggang: Bijna alle categorieën vertonen een daling. De totale bezetting van dagplaatsen op weekmarkten daalde van 51.395 naar 38.752. Ook de opbrengsten uit marktgeld en ventgelden liepen terug.
2. Impact van de bezetting: De Uilenburgmarkt, gelegen in de Joodse buurt, werd per 2 maart 1941 gestaakt "als gevolg van de reeds genoemde maatregelen". Dit refereert direct aan de anti-Joodse maatregelen die de bezetter na de Februaristaking instelde.
3. Verschuivingen in goederen: Er is een opvallende daling te zien in vergunningen voor brandstoffen (van 91 naar 39) en opkopersvergunningen (van 479 naar 289), wat wijst op de toenemende schaarste en distributiebeperkingen. Dit verslag is geschreven onder het bestuur van de pro-Duitse burgemeester E.J. Voûte. Het document is een administratieve getuige van hoe de oorlog en de nazi-ideologie het dagelijks leven in Amsterdam ontwrichtten. De "maatregelen" bij de Uilenburgmarkt markeren de segregatie van de Joodse bevolking; kort na de hier genoemde datum werden Joden verplicht om enkel nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" te handelen of te kopen. Cornelis Frederik Sixma, de ondertekenaar, bleef gedurende de bezetting directeur van het Marktwezen. E.J. Vo F. Sixma V. Ventverordening Gemeente Amsterdam Marktwezen