Archiefdocument
Origineel
11 maart 1943. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). [Linksboven:]
No. 7/11/1 M. 1943 13/3
Gemeente Amsterdam
Raadhuis O.Z. Voorburgwal
Afd. Ass. Z. en W.A.
No. V.A. 22a
[Rechtsboven handgeschreven:]
Personeel C. [onleesbaar]
Ter kennisneming
en medeteekening
SV
[Datum:]
Datum: 11 Maart 1943.
[Handgeschreven paraaf/datum over de getypte datum: 17/3 - 43 Steurbuck]
[Inhoud:]
Bij rondschrijven van den Wethouder voor de Arbeidszaken van 24 October 1941, No. 1938 Arb., werd te Uwer kennis gebracht, dat de Gemeente geen aansprakelijkheid aanvaardt voor diefstal, beschadiging enz. van door het personeel meegebrachte rijwielen of eventueele andere voorwerpen.
Het is mij gebleken, dat de toepassing van deze circulaire in de practijk tot eenig misverstand aanleiding heeft gegeven, in verband waarmede ik het volgende onder Uw aandacht breng.
De Gemeente aanvaardt geen aansprakelijkheid meer voor door het personeel medegebrachte voorwerpen, kleeding, rijwielen enz. waar deze ook zijn geplaatst of geborgen, derhalve ook niet, wanneer deze in speciaal daarvoor aangewezen bergplaatsen of kasten zijn gezet of geborgen.
In geval van vermissing kan door de gemeente echter slechts dan met vrucht een beroep op het hiervoor vermelde standpunt worden gedaan, indien hieraan in ruime mate bekendheid is gegeven.
In verband hiermede is het noodig, dat dit aan alle bij Uw dienst, bedrijf of administratie dienstdoende personen wordt medegedeeld en dat hun er met nadruk op wordt gewezen, dat zij zelf het risico voor door hen meegebrachte voorwerpen blijven dragen, zoodat de grootst mogelijke zorgvuldigheid geboden is.
Ingeval een rijwielstalling door Uw dienst, bedrijf of administratie is ingericht, waarvan het personeel gebruik kan maken, is het noodzakelijk, dat ieder, die dit wenscht te doen, een kaart ontvangt, waarop een bepaling van de volgende strekking voorkomt: "De gemeente stelt zich in geen enkel opzicht aansprakelijk voor eenige vermissing, ontvreemding, verwisseling of beschadiging der in de stalling geplaatste rijwielen", of dit op duidelijke wijze blijvend in de rijwielbergplaats kenbaar te maken. Deze laatste oplossing zie ik echter gaarne zooveel mogelijk vermeden, aangezien zij m.i. diefstal kan bevorderen.
Wordt er vanwege Uw dienst, bedrijf of administratie ten behoeve van publiek een rijwielstalling beschikbaar gesteld of aangewezen, dan ware daar een voor ieder duidelijk zichtbare kennisgeving als hiervoor vermeld, aan te brengen, ook, indien iemand van Uw personeel als toezichthouder aanwezig is. Het aanbrengen van een kennisgeving is echter niet noodig, indien de rijwielstalling door een derde wordt geexploiteerd.
Ten slotte is het gewenscht, dat het personeel, dat van een dienstrijwiel gebruik maakt, er nog eens op wordt gewezen, dat ook ten aanzien van deze rijwielen een gedragslijn behoort te worden gevolgd, waardoor de mogelijkheid van diefstal zooveel mogelijk wordt beperkt. Vooral de berging van deze rijwielen ten huize van de gebruikers laat nog weleens iets te wenschen over.
[Ondertekening:]
De Burgemeester van Amsterdam,
Voûte.
De Gemeentesecretaris,
J.F. Franken
[Linksonder:]
Aan Hoofden van Diensten,
Bedrijven en Administraties. De kern van dit document is een juridische afdekking van de aansprakelijkheid door de Gemeente Amsterdam. De burgemeester stelt expliciet dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor schade aan of diefstal van eigendommen van personeel (fietsen, kleding, etc.), zelfs niet als deze in door de gemeente verstrekte kluisjes of stallingen staan.
Opvallend is de administratieve precisie: om de uitsluiting van aansprakelijkheid juridisch stand te laten houden, moet het personeel hier "met nadruk" en aantoonbaar (bijvoorbeeld via een uit te reiken kaart) op worden gewezen. Ook de waarschuwing dat publieke bordjes over de afwezigheid van aansprakelijkheid diefstal juist in de hand kunnen werken ("m.i. diefstal kan bevorderen"), geeft een inkijkje in de pragmatische, doch wantrouwende bestuursstijl van die tijd. Dit document stamt uit maart 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Amsterdam stond op dat moment onder leiding van de pro-Duitse burgemeester Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld.
De focus op rijwielen (fietsen) is in deze periode niet toevallig. Door gebrek aan brandstof en de vordering van motorvoertuigen door de Wehrmacht was de fiets het belangrijkste vervoermiddel geworden. Tegelijkertijd was er een enorme schaarste aan goederen, waardoor fietsendiefstal (ook door de bezetter zelf) op grote schaal voorkwam. De gemeente probeerde met deze circulaire te voorkomen dat zij financieel verantwoordelijk werd gehouden voor de vele vermissingen die dagelijks plaatsvonden. De opmerking over de gebrekkige berging van dienstrijwielen bij ambtenaren thuis duidt op een strenger toezicht op gemeentelijk bezit in tijden van schaarste. E.J. Vo J.F. Franken O.Z. Voorburgwal W.A. Gemeente Amsterdam Wehrmacht