Archiefdocument
Origineel
27 augustus 1943. No. 8A/63/1 M. 1943 1/9 [stempel met handgeschreven toevoeging]
Markten [handgeschreven]
No. 877e Arb. 1943.
Wijziging van het besluit tot verstrekking van voedsel aan gemeentepersoneel.
79/128 L M 1943 [handgeschreven]
Extract
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 27 Augustus 1943.
Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gelet op zijn besluit van 26 September 1941, No. 1546 d Arb. 1941, tot het verstrekken van bonloos voedsel aan gemeentepersoneel;
Gezien het schrijven van den Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening van 7 Augustus 1943, No. 43/12 C.V.V.;
Gelet ten slotte op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied (Verordening 152/1941);
B e s l u i t:
A te bepalen, dat, met ingang van 6 September 1943, in het besluit van 26 September 1941, No. 1546 d Arb. 1941;
le het gestelde sub 1 zal worden gelezen als volgt:
I dat aan de daarvoor in aanmerking komende werklieden en ambtenaren per dag ten hoogste 3/4 Liter (bij z.g. "Rüstungsbedrijven" of daarmee gelijkgestelde onderdeelen van bedrijven 1 Liter) bonloos voedsel kan worden verstrekt, onder bepaling, dat degenen, die 3/4 Liter per dag betrekken, 7 ½ cent per portie en degenen, die 1 Liter per dag betrekken, 10 cent per portie dienen bij te dragen;
C.S. Stadhuis
A'dam 8-'43
No. 84.
z.o.z. Dit document is een officieel uittreksel (extract) van een besluit genomen door de Burgemeester van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een administratieve wijziging in de regels voor de verstrekking van extra voedsel aan gemeenteambtenaren en -arbeiders.
Belangrijke elementen in de tekst:
* "Bonloos voedsel": Dit verwijst naar voedsel dat buiten de officiële rantsoenering (de distributiebonnen) om werd verstrekt. Dit was een belangrijk extraatje in tijden van toenemende schaarste.
* "Rüstungsbedrijven": Er wordt een onderscheid gemaakt voor personeel werkzaam in de wapen- of oorlogsindustrie. Zij kregen een grotere portie (1 liter in plaats van 3/4 liter), wat de prioriteit van de bezetter voor de oorlogsproductie onderstreept.
* Eigen bijdrage: Het voedsel was niet gratis; werknemers moesten een kleine vergoeding betalen (7,5 of 10 cent), wat suggereert dat het hier gaat om een vorm van centrale gaarkeuken of bedrijfskantine-regeling onder toezicht van de gemeente. Het document dateert van augustus 1943, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland steeds grimmiger werd en de voedselvoorraden afnamen. Amsterdam stond in die tijd onder leiding van de regeringscommissaris-burgemeester Edward Voûte, die door de Duitsers was aangesteld.
De verwijzing naar de "Achtste Verordening van den Rijkscommissaris" (Arthur Seyss-Inquart) toont aan hoe het gemeentelijk apparaat volledig was ingebed in de juridische structuur van de bezetter. Het feit dat er specifiek aandacht is voor "Rüstungsbedrijven" illustreert de directe invloed van de Duitse oorlogseconomie op het dagelijks leven en de arbeidsvoorwaarden van het Amsterdamse stadspersoneel. Dergelijke extra verstrekkingen werden vaak gebruikt om onrust onder het personeel te voorkomen en de continuïteit van de stadsdiensten te waarborgen. C.S. Stadhuis Gemeente Amsterdam Stadhuis