Bijlage bij een ambtelijke brief (personeelsrapport/verklaring).
Origineel
Bijlage bij een ambtelijke brief (personeelsrapport/verklaring). Bijlage II. Behoort bij brief no. 8a/70/1 d.d. 8 December 1942 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen en den Gemeentelijken Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden.
Heden, 2 December 1942 hoorden wij den controleur P. Smit, geboren 31 Juli 1900, wonende 2e Hugo de Grootstraat 27 III, dienstdoende op de Centrale Markt, naar aanleiding van het door den Chef-Marktopsichter G. Blom d.d. 2 December jl. ingediende personeels-controlerapport.
Hij verklaarde zakelijk als volgt:
"In den nacht van 2 December jl. was ik met collega De Vries belast met terreindienst van 1 – 3 uur, terwijl controleur Pietersma portiersdienst had. Om ± 2 uur troffen wij den hondenwacht Brassing aan bij het urinoir, staande langs het grasveld voor de hal. Brassing was door zijn hond in de hand gebeten; reden waarom wij hem medenamen, teneinde hem te verbinden. De Vries bleef in de portiersloge bij Pietersma en ik ging met Brassing naar het kaartenkantoor om hem aldaar te verbinden. Dit heeft ongeveer een kwartier geduurd, waarna Brassing het terrein weer op ging, terwijl ik met mijn twee collega's in de loge een 20 minuten over het geval heb nagepraat, tot ongeveer 2.35 uur. Toen hoorden wij gerucht op het marktterrein en zijn De Vries en ik naar buiten gegaan tot aan de benzinepomp op het voorterrein, alwaar we aantroffen de hondenwacht Vonk.
We hebben even met hem gesproken en zijn toen direct weder naar de loge teruggekeerd. Een en ander heeft ± 5 minuten in beslag genomen. Tegen kwart voor drie waren wij weder in de loge terug, alwaar ik om drie uur de portiersdienst van Pietersma moest overnemen. Ik geef niet toe, dat ik van 2.15 uur tot 3 uur ten onrechte in de loge heb gezeten. Ik ben er namelijk met De Vries ter onderzoek van het bovenvermelde gerucht een 5 minuten uit geweest. Wel is echter waar, dat ik, terwijl ik terreindienst had, met uitzondering van genoemde 5 minuten in de loge heb gezeten.
Gedurende de rest van onzen dienst hebben we normaal dienst gedaan en zijn niet tusschentijds in de loge geweest, bijvoorbeeld om ons te warmen."
Aldus gelezen, volhard en geteekend.
De Contrôleur,
(w.g. P Smit)
De waarnemend Directeur,
De Bureauchef,
(w.g. H Dunnebier) Dit document is een getuigenverklaring van een controleur van de Amsterdamse Centrale Markt. De kern van het document is een tuchtzaak of een intern onderzoek naar plichtsverzuim. Controleur P. Smit moet zich verantwoorden waarom hij tijdens zijn surveillance-dienst (1:00 - 3:00 uur) in de portiersloge verbleef in plaats van op het terrein te surveilleren.
Smit voert een verzachtende omstandigheid aan: een collega van de hondenwacht (Brassing) was gebeten door zijn eigen hond en moest verbonden worden. Smit geeft echter ruiterlijk toe dat hij na het verbinden nog twintig minuten is blijven "napraten" in de loge. Zijn verweer is technisch van aard: hij ontkent dat hij daar "ten onrechte" zat (omdat hij daarna weer even poolshoogte ging kijken bij een gerucht), maar geeft feitelijk toe dat hij het grootste deel van het laatste uur van zijn surveillance binnen heeft doorgebracht. De laatste zin ("niet... om ons te warmen") suggereert dat het een koude nacht was en dat dit een vaker voorkomend excuus was voor personeel om de post te verlaten. Het document dateert uit december 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was in deze periode van vitaal belang voor de voedselvoorziening en distributie. Vanwege de schaarste, rantsoenering en de zwarte handel stond de beveiliging van het marktterrein onder hoogspanning.
Diefstal van voedsel was een groot risico, vandaar de inzet van hondenwachten en meerdere controleurs. Het feit dat dit rapport uiteindelijk terechtkwam bij de "Wethouder voor de Levensmiddelen" (toentertijd de NSB'er Jan de Ruiter) onderstreept hoe serieus zelfs kleine gevallen van plichtsverzuim in de bewaking van de voedselvoorraad werden genomen tijdens de oorlogsjaren. De bureaucratische precisie (tijden tot op de minuut nauwkeurig) is kenmerkend voor de strenge controle in deze periode. G. Blom H. Dunnebier P. Smit Gemeente Amsterdam Marktwezen NSB