Officieel schrijven / Circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel schrijven / Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 23 december 1943. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). AM. [stempel:] GEMEENTE AMSTERDAM.
No. 2029 Arb. 1943. Amsterdam, 23 December 1943.
Onderwerp: Ambtsjubilea ambtenaren en werklieden, die aan staking hebben deelgenomen.
[Paars stempel:] No. 84/77 / AM. 1943 24/12 [handgeschreven:] mij. Dir.
[Handgeschreven paraaf in rood en zwart in de rechterbovenhoek]
Hierbij breng ik te Uwer kennis, dat ambtenaren en werklieden, die in het tijdvak van 1 April 1941 tot 10 December 1943 een ambtsjubileum hebben herdacht, doch aan wie het getuigschrift of, zoo het jubileum op of na 1 Januari 1942 viel, het getuigschrift en de gratificatie niet is uitgereikt, omdat zij aan de staking van 25/26 Februari 1941 hebben deelgenomen, geacht kunnen worden op 1 Januari 1944 hun ambtsjubileum te vieren.
Op dien datum zal hun derhalve het getuigschrift, of, indien de herdenking op of na 1 Januari 1942 viel, het getuigschrift met gratificatie kunnen worden uitgereikt.
De Burgemeester van Amsterdam,
[Signatuur: Voûte]
Aan Heeren Hoofden van Administratiën, Diensten en Bedrijven.
de Gemeentesecretaris,
[Signatuur: J.F. Franken]
Arb.Z.Stadhuis
A'dam, Dec. 1943
Volgno. 128. Dit document is een administratieve instructie die de gevolgen van de Februaristaking (1941) voor gemeenteambtenaren regelt. Ambtenaren die hadden gestaakt, werden door het bezettingsbestuur en de collaborerende gemeentetop gestraft. Een van die straffen was het onthouden van de gebruikelijke eerbewijzen en financiële extra's (gratificaties) bij een ambtsjubileum (meestal bij 25 of 40 jaar dienst).
De kern van de mededeling is dat deze groep 'stakers' alsnog hun jubileum mag vieren op 1 januari 1944. Dit betekent dat de sanctie die hen gedurende bijna drie jaar trof, hiermee administratief wordt beëindigd. Het getuigschrift en de eventuele bonus worden met terugwerkende kracht (of op die symbolische nieuwe datum) toegekend. De toon is zakelijk en bureaucratisch, waarbij de staking van 1941 louter als een feit wordt benoemd dat tot uitsluiting van rechten leidde. Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De ondertekenaar, Edward Voûte, werd in 1941 door de bezetter aangesteld als burgemeester van Amsterdam nadat de zittende burgemeester De Vlugt was ontslagen.
De "staking van 25/26 Februari 1941" waarnaar verwezen wordt, is de Februaristaking. Dit was het eerste grootschalige openlijke protest tegen de Jodenvervolging in bezet Europa. De deelname van gemeenteambtenaren (onder andere van de stadsreiniging en het trampersoneel) aan deze staking werd hen door de bezetter en de genazificeerde gemeentelijke top zwaar aangerekend. Velen werden ontslagen, gevangengezet of financieel gekort.
Dat in december 1943 besloten werd deze jubilea alsnog te vieren, kan duiden op een poging om de rust onder het gemeentepersoneel te herstellen of de administratieve achterstand te normaliseren in een fase van de oorlog waarin de bezetter en zijn handlangers zochten naar manieren om de werkbaarheid binnen de overheidsdiensten te handhaven.