Handgeschreven brief/dienstmededeling.
Origineel
Handgeschreven brief/dienstmededeling. 22 oktober 1943. A'dam, 22/10 '43
Ww. Politie-President
Hoofdbureau
van Politie
[In de kantlijn in rood:] PA/79/2
In bijlage dezes
heb ik de eer U een
verklaring te zenden
van den controleur
D.H.V. Schiermeeder van
mijn dienst, waaruit
blijkt, dat hij zijn
politiepasje heeft ver-
loren.
Ik verzoek U
hem een duplicaat
te verstrekken.
[Ondertekening:] DS [paraaf] Het document is een korte, formele ambtelijke correspondentie binnen het politieapparaat van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De schrijver (mogelijk een afdelingshoofd of inspecteur, getuige de afkorting "mijn dienst") rapporteert het verlies van een politie-identiteitsbewijs door een controleur genaamd D.H.V. Schiermeeder.
De toon is uiterst hoffelijk en protocollair ("heb ik de eer U..."). Er wordt verzocht om de afgifte van een duplicaat. In de linkerbovenhoek is een archiefkenmerk in rood potlood toegevoegd, wat duidt op administratieve verwerking door het secretariaat of de archiefafdeling van de Politie-President. De datum (oktober 1943) is cruciaal voor de context. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting. De Amsterdamse politie stond in deze periode onder streng toezicht van de bezetter, waarbij de functie van Politie-President een centrale rol speelde in de handhaving van de nieuwe orde.
Het verlies van een officieel legitimatiebewijs zoals een "politiepasje" was in oorlogstijd een serieuze zaak. Dergelijke documenten waren zeer gewild bij het verzet voor vervalsingen of om agenten te laten infiltreren. De formele afhandeling met een bijgevoegde verklaring was dan ook noodzakelijk om misbruik uit te sluiten en de administratieve controle over persoonsbewijzen en dienstkaarten strak te houden. D.H.V. Schiermeeder Hoofdbureau Politie
Samenvatting
Het document is een korte, formele ambtelijke correspondentie binnen het politieapparaat van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De schrijver (mogelijk een afdelingshoofd of inspecteur, getuige de afkorting "mijn dienst") rapporteert het verlies van een politie-identiteitsbewijs door een controleur genaamd D.H.V. Schiermeeder.
De toon is uiterst hoffelijk en protocollair ("heb ik de eer U..."). Er wordt verzocht om de afgifte van een duplicaat. In de linkerbovenhoek is een archiefkenmerk in rood potlood toegevoegd, wat duidt op administratieve verwerking door het secretariaat of de archiefafdeling van de Politie-President.
Historische Context
De datum (oktober 1943) is cruciaal voor de context. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting. De Amsterdamse politie stond in deze periode onder streng toezicht van de bezetter, waarbij de functie van Politie-President een centrale rol speelde in de handhaving van de nieuwe orde.
Het verlies van een officieel legitimatiebewijs zoals een "politiepasje" was in oorlogstijd een serieuze zaak. Dergelijke documenten waren zeer gewild bij het verzet voor vervalsingen of om agenten te laten infiltreren. De formele afhandeling met een bijgevoegde verklaring was dan ook noodzakelijk om misbruik uit te sluiten en de administratieve controle over persoonsbewijzen en dienstkaarten strak te houden.