Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 28 October 1943 (handgeschreven correctie van de gedrukte '20'). Politiepresident te Amsterdam, Staf Ordepolitie SII. Politiepresident te Amsterdam
Staf Ordepolitie SII
Dict. deJ.
Lr. I No.3346/1943.
Amsterdam, 28 October 1943.
Verzoeke bij beantwoording datum, letter en nummer van dit schrijven aan te halen.
Naar aanleiding van Uw schrijven No.8a/79/2 M., dd. 23 October j.l., betreffende verliezen van de legitimatiepenning van den onbezoldigd gemeenteveldwachter D.H.V. SCHIERMEIER, heb ik de eer U te berichten, dat hem, op vertoon van zijn akte van aanstelling en tegen betaling van f 2,68 een nieuwe penning zal worden verstrekt, waartoe hij zich dagelijks tussen 9 en 12 of 14 en 17 uur op mijn bureau (kamer 11) kan vervoegen.
Voorts verzoek ik U betrokkene er alsnog nadrukkelijk op te wijzen, dat het verloren gaan van de penning dient te worden voorkomen.
DE WND. POLITIEPRESIDENT
namens dezen
De wnd. Commandant der Ordepolitie
De Kapitein,
(w.g. J.W.C. Hopman)
J.W.C. Hopman
No. 8a/79/3 M. 1943 30/10 [stempel]
- AAN
den Heer Directeur van het
Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
A M S T E R D A M . W .
Marginale aantekeningen (handgeschreven):
* Links in potlood: "moet Schiermeier m.i. betalen!"
* Links in blauwe inkt: "Schiermeier medegedeeld [onleesbaar paraaf] 4/11 43" Het document is een typerend voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van kleine vergrijpen of nalatigheden (in dit geval het verliezen van een dienstpenning) binnen het politieapparaat tijdens de bezettingsjaren.
Kernpunten:
1. Straf/Kosten: De vervanging van de penning is niet kosteloos; de veldwachter moet f 2,68 betalen. In de kantlijn is expliciet genoteerd door een ambtenaar dat de betrokkene zelf voor de kosten moet opdraaien ("moet Schiermeier m.i. betalen!").
2. Berisping: De brief bevat een expliciete vermaning dat verlies in de toekomst voorkomen dient te worden, wat duidt op de strenge discipline die destijds binnen de politieorganen werd gehanteerd.
3. Ondertekening: De brief is ondertekend door J.W.C. Hopman, waarnemend commandant van de Ordepolitie, namens de waarnemend Politiepresident. Dit document stamt uit oktober 1943, een periode waarin de Amsterdamse politie volledig onder controle stond van de Duitse bezetter en de Ordnungspolizei. De "Ordepolitie" was de tak die verantwoordelijk was voor de handhaving van de openbare orde.
De legitimatiepenning was een essentieel onderdeel van de uitrusting, zeker voor een gemeenteveldwachter. In een tijd van scherpe controles en identiteitsbewijzen werd het verlies van een officieel legitimatiebewijs hoog opgenomen. De ontvanger, de Directeur van het Marktwezen, was gevestigd aan de Jan van Galenstraat (het terrein van de Centrale Markthallen), waar veel veldwachters toezicht hielden op de voedseldistributie en handel. De datum van afhandeling (4 november 1943, volgens de blauwe aantekening) laat zien dat dergelijke administratieve processen ondanks de oorlogssituatie vlot verliepen.