Dienstverslag / Rapportage van wangedrag.
Origineel
Dienstverslag / Rapportage van wangedrag. 28 oktober 1943. C. Blom (Marktmeester). Bedrijfschef van de Centrale Markt. No. 87/82/1 M. 1943 2/11
Rapport.
Aan den heer Bedrijfschef der Centrale Markt.
Ondergeteekende, C. Blom, rapporteert U het volgende:
"Hedenmorgen, te ongeveer 9 uur, werd mij verteld dat door controleurs eenige bloemkoolen waren weggenomen van de schepen die aan de aardappelkant liggen te lossen. Ik heb direct aan de schippers van de in lossing liggende schepen gevraagd of door hen bloemkool was gegeven aan de controleurs. Deze schippers (Mantel, Roukema en van Dijk) beweerden aanvankelijk dat zij geen kool hadden weggegeven. Tijdens het ondervragen van de schippers kwam naar voren, dat twee controleurs, namelijk Vis en Nieuwenhuis, met bloemkool waren gezien, waarmede zij uit de richting van bovengenoemde schepen kwamen.
Met deze gegevens heb ik mij tot U gewend en samen hebben wij op de volgende manier genoemd geval onderzocht:
Wij hebben eerst Nieuwenhuis gehoord. Deze verklaarde dat hij van schipper Mantel toestemming had een paar bloemkooltjes te nemen. Op Uw vraag hoeveel hij er had genomen, verklaarde Nieuwenhuis van vijf stuks. Hij had er vijf genomen omdat ze zoo klein waren en twee niet voldoende waren voor een maal.
Daarna hebben wij Vis gehoord. Vis verklaarde dat hij van Mantel 3, en van Roukema 4 kooltjes had gekregen. Hij had er nog een op straat gevonden, zoodat hij in het bezit moest zijn van 8 kooltjes. In de kist, waar in hij ze bewaarde, vonden wij 10 kooltjes. Vis beweerde dat er twee bij waren die niet door hem in de ~~weer~~ kist waren gedaan.
Schipper Mantel, die wij later hebben gehoord, verklaarde: "Ja, hier zijn vanmorgen twee marktmeesters geweest die vroegen om een kooltje, toen heb ik gezegd: "Neem er maar een paar!"
Schipper Roukema, die wij later weer hebben gehoord, verklaarde: "Ik geef aan niemand toestemming om kool weg te nemen."
Vis verklaarde dat hij Roukema had gevraagd en deze daarop antwoordde: "Daar liggen ze!" Uit dat gezegde had Vis opgemaakt dat hij zijn gang kon gaan.
Amsterdam, 28 October 1943.
De Marktmeester,
(handtekening) C Blom
[In rood potlood/inkt geschreven:]
Af ter zake bijvoegen
Kst. 123 en 125
Vis deelde mij verder nog mede 4 bos wortelen van Beukman te hebben gekocht en 4 bos wortelen van schipper Noord te hebben gekregen.
(handtekening) H Steunbeek 29/10 '43
[Onderaan rechts in rood:]
Rapport ontvangen 1 Nov 43 Dit document is een ambtelijk verslag van een intern onderzoek naar kleine corruptie of verduistering door marktpersoneel. De kern van de zaak is de diefstal (of ongeoorloofde aanname) van bloemkool door twee controleurs, Vis en Nieuwenhuis.
Opvallend is de gedetailleerde wijze waarop de 'buit' wordt geteld: vijf stuks voor de een, en een tegenstrijdig aantal voor de ander (Vis claimt 8 stuks te hebben, maar er worden er 10 in zijn kist gevonden). De verklaringen van de schippers lopen uiteen: schipper Mantel geeft toe dat hij toestemming gaf ("Neem er maar een paar"), terwijl schipper Roukema elke vorm van toestemming ontkent. Dit wijst op een gespannen verhouding tussen de schippers (leveranciers) en de controleurs (toezichthouders), waarbij de laatsten hun machtspositie mogelijk gebruikten om voedsel af te dwingen.
De toevoeging onderaan over de "4 bos wortelen" suggereert dat het gedrag van controleur Vis structureler was dan slechts een incident met bloemkool. Het document dateert uit oktober 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en een streng distributiesysteem. De Centrale Markt in Amsterdam was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad.
In een tijd waarin de bevolking afhankelijk was van distributiebonnen en elke calorie telde, werd het achteroverdrukken van verse groenten door ambtenaren of controleurs gezien als een ernstig vergrijp. De formele toon van het rapport en de betrokkenheid van de bedrijfschef tonen aan dat de marktmeester dergelijke praktijken strikt wilde aanpakken, waarschijnlijk om de orde op de markt te handhaven en corruptie in de toch al precaire voedselketen tegen te gaan. De Hongerwinter zou pas een jaar later plaatsvinden, maar de schaarste was in 1943 al duidelijk voelbaar, wat de diefstal van zelfs enkele "kooltjes" tot een relevante zaak maakte.