Getypt verzoekschrift (typoscript).
Origineel
Getypt verzoekschrift (typoscript). 18 november 1943. C. Blom (Marktmeester). De heer Sixma (Directeur van het Marktwezen). No. 87/04/1 M. 1943 19/11
Verzoek. Aan den heer Sixma,
Directeur van het Marktwezen.
Ondergeteekende, C.Blom,verzoekt U het volgende:
Zooals U bekend is ben ik met ingang van 1 Mei 1943 aangesteld als Marktmeester. Mijn salaris werd per dien datum met 200 gulden per jaar verhoogd. Maar daadoor verviel de duurtetoeslag van F.8.33 per maand. Tevens verviel het z.g.kleedinggeld à F.6.50 per maand. Het komt hierop neer dat ik F.2.- per maand meer ontvang dan ik als controleur ontving. Dat ik geen uniform draag is voor mij te meer nadeelig,daar ik niet van te voren met mijn kleeding er op kon rekenen, dat ik dagelijks burger-kleeding zou dragen.
Beleefd verzoek ik U een en ander eens te onderzoeken,en daar er andere Marktmeesters zijn aan wie wel uniform wordt verstrekt,dit ook voor mij van toepassing te maken.
Centrale Markt, 18 November 1943.
[Handtekening: CBlom]
[Linksonder handgeschreven paraaf/code: Er6] In dit schrijven beklaagt C. Blom zich over zijn financiële situatie na zijn promotie tot Marktmeester. De kern van zijn bezwaar is een klassiek voorbeeld van een "promotieval":
* De verhoging: Hij kreeg een loonsverhoging van 200 gulden per jaar (ca. 16,67 gulden per maand).
* De inhoudingen: Door deze stijging verloor hij echter zijn duurtetoeslag (inflatiecorrectie) van 8,33 gulden en zijn kledinggeld van 6,50 gulden.
* Het resultaat: Onder de streep houdt hij slechts circa 2 gulden per maand extra over.
Omdat hij als Marktmeester (in tegenstelling tot sommige collega's) geen uniform krijgt, moet hij zijn eigen "burger-kleeding" gebruiken tijdens het werk. Gezien de schaarste en de slijtage van kleding in oorlogstijd, betekent dit dat hij er netto waarschijnlijk op achteruitgaat vergeleken met zijn vorige functie als controleur. Hij verzoekt de directeur dan ook om hem een uniform toe te wijzen. Het document dateert uit november 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Dit verklaart de nadruk op kleding en "duurtetoeslag":
1. Schaarste: Textiel was in 1943 zeer schaars en alleen op de bon verkrijgbaar. Het dragen van eigen burgerkleding voor werk was een aanzienlijke kostenpost omdat vervanging bijna onmogelijk of extreem duur was.
2. Inflatie: De "duurtetoeslag" was noodzakelijk vanwege de stijgende prijzen van levensonderhoud tijdens de oorlogsjaren.
3. Directeur Sixma: De heer Sixma was gedurende de oorlogsjaren de directeur van het Amsterdamse Marktwezen (Centrale Markthallen). De Centrale Markt was in deze periode een cruciaal en streng gecontroleerd punt voor de voedselvoorziening van de stad. C. Blom Sixma (De heer) Sixma was (De heer) Marktwezen