Getypte brief / ambtelijk schrijven.
Origineel
Getypte brief / ambtelijk schrijven. 14 december 1943. De Directeur (van een gemeentelijke dienst belast met voedselvoorziening). vB/RP.
8a/87/2 M. 14 December 1943.
Straszenerlaubnis. Den Heer Wethouder
voor de Arbeidszaken,
Raadhuis
Alhier.
Naar aanleiding van Uw circulaire d.d.
14 December 1943 heb ik de eer U te berichten,
dat voor mijn dienst noodig zijn 84 armbanden.
Aangezien mijn dienst werkzaam is voor
de voedselvoorziening van de stad Amsterdam en het
voor een goed functionneeren daarvan noodzakelijk
is, dat het geheele personeel blijft ingeschakeld,
moge ik U adviseeren te bevorderen dat voor mijn
dienst het gevraagde aantal armbanden wordt uit-
gereikt. Ik moge U erop wijzen, dat van dit aan-
tal 52 personen in het bezit zijn van een aan-
stelling als onbezoldigd gemeente veldwachter.
Besprekingen met Duitsche Autoriteiten
hierover zijn door mij niet gevoerd.
De Directeur, In deze brief verzoekt de directeur van een niet nader genoemde Amsterdamse gemeentelijke dienst om 84 "Straszenerlaubnis" armbanden. Deze armbanden dienden als visueel bewijs dat de drager toestemming had om zich tijdens de spertijd (avondklok) op straat te begeven voor werkzaamheden.
De directeur onderbouwt zijn aanvraag door te wijzen op het cruciale belang van zijn dienst voor de voedselvoorziening van de stad Amsterdam. Een opvallend detail is dat hij vermeldt dat 52 van de 84 personeelsleden de status van "onbezoldigd gemeente veldwachter" hebben. Dit was een veelgebruikte methode tijdens de bezetting om essentieel personeel extra bescherming te bieden tegen de Arbeitseinsatz (tewerkstelling in Duitsland) of om hun officiële status tegenover de bezetter te legitimeren.
De directeur benadrukt expliciet dat hij niet rechtstreeks met de Duitse autoriteiten heeft gecommuniceerd, maar de officiële Nederlandse hiërarchie via de wethouder volgt. Het document dateert van december 1943, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland steeds grimmiger werd. De schaarste aan voedsel nam toe, waardoor de organisatie van de voedselvoorziening van vitaal belang was voor de stad.
De term "Straszenerlaubnis" verwijst naar de Duitse regelgeving omtrent bewegingsvrijheid. Het feit dat de brief gericht is aan de "Wethouder voor de Arbeidszaken" (in die tijd vaak een NSB-functionaris of iemand die nauw met de bezetter samenwerkte) illustreert de bestuurlijke structuur van Amsterdam onder nationaalsocialistisch toezicht. De formele, bijna onderdanige toon ("heb ik de eer U te berichten", "moge ik U adviseeren") is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd.
Samenvatting
In deze brief verzoekt de directeur van een niet nader genoemde Amsterdamse gemeentelijke dienst om 84 "Straszenerlaubnis" armbanden. Deze armbanden dienden als visueel bewijs dat de drager toestemming had om zich tijdens de spertijd (avondklok) op straat te begeven voor werkzaamheden.
De directeur onderbouwt zijn aanvraag door te wijzen op het cruciale belang van zijn dienst voor de voedselvoorziening van de stad Amsterdam. Een opvallend detail is dat hij vermeldt dat 52 van de 84 personeelsleden de status van "onbezoldigd gemeente veldwachter" hebben. Dit was een veelgebruikte methode tijdens de bezetting om essentieel personeel extra bescherming te bieden tegen de Arbeitseinsatz (tewerkstelling in Duitsland) of om hun officiële status tegenover de bezetter te legitimeren.
De directeur benadrukt expliciet dat hij niet rechtstreeks met de Duitse autoriteiten heeft gecommuniceerd, maar de officiële Nederlandse hiërarchie via de wethouder volgt.
Historische Context
Het document dateert van december 1943, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland steeds grimmiger werd. De schaarste aan voedsel nam toe, waardoor de organisatie van de voedselvoorziening van vitaal belang was voor de stad.
De term "Straszenerlaubnis" verwijst naar de Duitse regelgeving omtrent bewegingsvrijheid. Het feit dat de brief gericht is aan de "Wethouder voor de Arbeidszaken" (in die tijd vaak een NSB-functionaris of iemand die nauw met de bezetter samenwerkte) illustreert de bestuurlijke structuur van Amsterdam onder nationaalsocialistisch toezicht. De formele, bijna onderdanige toon ("heb ik de eer U te berichten", "moge ik U adviseeren") is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd.