Dienstbrief / Ambtelijke mededeling (doorslag).
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke mededeling (doorslag). 7 januari 1944. Een niet nader genoemde Directeur van een gemeentelijke dienst (mogelijk te Amsterdam, gezien de referentie naar 'Raadhuis, Alhier'). De Heer Directeur der Afdeeling Arbeidszaken, Raadhuis, Alhier. 8a/83/2'43 M. 7 Januari 1944. SV.
uitkeeringen
aan ontslagen 57 Den Heer Directeur der
jarige werklieden en Afdeeling Arbeidszaken,
60 jarige ambtenaren
en aan ontslagen Raadhuis,
personeel, dat gehuwd
is met een Joodsche(n) A l h i e r.
echtgenoot(e). ===========
Naar aanleiding van Uw circulaire
d.d. 10 December 1943 no.1881 Arb.1943, be-
richt ik U, dat door mijn dienst in het
jaar 1943 geen uitkeeringen zijn gedaan als
in die circulaire bedoeld.
De Directeur,
--- Dit document is een zogenaamde 'nihil-mededeling'. De afzender rapporteert aan de Afdeling Arbeidszaken dat er in het voorgaande jaar (1943) geen uitkeringen zijn verstrekt aan specifieke categorieën ontslagen personeel.
De brief noemt twee groepen die op basis van eerdere circulaires waren ontslagen of vervroegd uit de dienst waren verwijderd:
1. Oudere werknemers: Werklieden van 57 jaar en ambtenaren van 60 jaar. Dit duidt op een beleid om oudere personeelsleden sneller uit het arbeidsproces te verwijderen, mogelijk om plaats te maken voor jongeren of in het kader van bezuinigingen/herstructureringen tijdens de bezetting.
2. Personeel met een Joodse echtgenoot: Dit is de meest wrange categorie. Het document bevestigt de uitvoering van anti-Joodse maatregelen waarbij niet alleen Joodse ambtenaren zelf (al in 1940), maar later ook niet-Joodse ambtenaren die getrouwd waren met een Joodse partner, uit de overheidsdienst werden verwijderd.
--- Het document dateert van januari 1944, de late fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was het bureaucratische apparaat volledig gelijkgeschakeld met de wensen van de bezetter.
Het ontslag van personeel met een 'Joodsche echtgenoot' vloeide voort uit de uitbreiding van de Ariërverklaring en de steeds strengere rassenwetten. De bezetter wilde de gehele overheid en samenleving 'Judenrein' maken, waarbij ook zogenaamde 'gemengd gehuwden' onder vuur kwamen te liggen.
De vermelding van de "Afdeeling Arbeidszaken" en het "Raadhuis" suggereert dat dit een correspondentie is binnen een gemeentelijk apparaat, zeer waarschijnlijk dat van Amsterdam. Dergelijke administratieve vastleggingen tonen hoe de uitsluiting en vervolging van specifieke groepen diep doordrong in de dagelijkse, banale gemeentelijke bureaucratie.