Getypt afschrift van een ambtelijke correspondentie.
Origineel
Getypt afschrift van een ambtelijke correspondentie. 29 januari 1943. Pensioenbureau, namens de Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak, Bad- en zweminrichtingen. AFSCHRIFT.
No.8b/1/3 M.1943 30/1.
No.1062 L.M.1942 29/1/'43.
Betreft concept-besluit No.1062 L.M.1942 tot herziening ingaande 1-1-1943 van pensioensgrondslagen in verband met oververdiensten van ambtenaren bij het Marktwezen.
Ten aanzien van de in den bij het voorstel van den Directeur van het Marktwezen van 4 Januari 1943 No.86/1/2 M. behoorenden Staat vermelde bedragen aan oververdiensten, welke door de daarin genoemde ambtenaren in het kalenderjaar 1942 voor het eerst zijn genoten, rijst de vraag, waarom niet met toepassing van het voorschrift, bedoeld in art.8 1e lid van het Koninklijk Besluit van 11 Juli 1922 (Stbl. No.444), zooals dit luidt na de wijziging bij het Koninklijk Besluit van 5 December 1936 (Stbl.No.354), opneming van een geschat bedrag aan oververdiensten in den pensioensgrondslag van het tijdstip af, waarop aan bedoelde ambtenaren overwerk is opgedragen, heeft plaats gevonden, in welk geval met ingang van 1 Januari 1943 aan het bepaalde in het 3e lid van evengenoemd voorschrift toepassing had moeten worden gegeven.
Voor zooveel bedoelde inkomsten van incidenteelen aard mochten zijn, dient opneming in den pensioensgrondslag van betrokkenen [doorgehaald: xx] van de deswege genoten bedragen achterwege te blijven.
In verband met het vorenstaande is nadere toelichting van de hier bedoelde inkomsten gewenscht en zal inzonderheid gaarne worden vernomen of het door de betrokken ambtenaren verrichte overwerk op een daarvoor getroffen regeling berust, aan de hand waarvan de door hen genoten oververdiensten als aan hun functie vast verbonden inkomsten en derhalve als "wedde" in den zin der Pensioenwet 1922 kunnen worden aangemerkt.
PENSIOENBUREAU,
De Wethouder voor de Levens- w.g.onleesbaar gepar.
middelen,Wasch- en Schoonmaak,
Bad- en zweminrichtingen stelt
deze in handen van den Direc-
teur van het Marktwezen om advies.
A'dam, 29 Januari 1943. * Onderwerp: De kern van dit schrijven is een bureaucreactische discussie over de berekening van pensioenen voor ambtenaren van de Amsterdamse dienst Marktwezen. Het gaat specifiek om de vraag of 'oververdiensten' (inkomsten uit overwerk) mee mogen tellen als pensioengevend salaris.
* Juridische argumentatie: Er wordt verwezen naar de Pensioenwet 1922 en specifieke Koninklijke Besluiten uit 1922 en 1936. Het Pensioenbureau stelt dat extra inkomsten alleen als "wedde" tellen als ze structureel aan de functie verbonden zijn via een officiële regeling. Incidentele inkomsten worden uitgesloten van de pensioengrondslag.
* Procedure: Het document is een doorgeleiding van een dossier aan de Directeur van het Marktwezen met het verzoek om nader advies en opheldering over de aard van het verrichte overwerk. * Historische periode: Het document dateert van januari 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlogssituatie bleef de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam grotendeels functioneren volgens de bestaande vooroorlogse wetgeving en procedures.
* Marktwezen: De dienst Marktwezen was in oorlogstijd van cruciaal belang vanwege de schaarste aan goederen en de strikte regulering (distributie) van levensmiddelen. Dit verklaart mogelijk het toegenomen overwerk onder het personeel waarover in dit document gesproken wordt.
* Bestuur: De wethouderstitel wordt nog gebruikt, hoewel de politieke machtsverhoudingen onder het bewind van de bezetter en de benoemde burgemeester drastisch veranderd waren. De portefeuille "Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak" was direct verbonden aan de dagelijkse overleving van de stadsbevolking.