Getypte brief (doorslag op doorschrijfpapier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op doorschrijfpapier). 19 februari 1943. De Directeur (dienstnaam niet gespecificeerd). [Links boven, in rood potlood:]
Verzonden 19/2
[Rechts boven:]
VB/SV
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
8b/3/2 M. [links] 19 Februari 1943. [rechts]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief
d.d. 19 Februari jl. onder no. 176 L.M. 1943 om
advies gezonden stuk, heb ik de eer U te berichten,
dat bij mijn dienst geen ambtenaren of werklieden
als bedoeld, werkzaam zijn.
De Directeur, Deze ambtelijke correspondentie is een zeer kort en formeel antwoord op een verzoek om advies. De directeur van een niet nader genoemde dienst reageert per kerende post op een schrijven van de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de boodschap is dat de betreffende dienst geen personeel ("ambtenaren of werklieden") in dienst heeft dat voldoet aan een bepaalde, in het meegestuurde stuk omschreven categorie. De taal is typisch voor de ambtelijke stijl van die tijd ("heb ik de eer U te berichten"). De snelheid van reageren (op dezelfde dag als het verzoek) is opvallend. De brief dateert uit februari 1943, een periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland waarin de controle op de bevolking en het ambtelijk apparaat zeer streng was. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze jaren van schaarste en distributie een machtige figuur binnen het gemeentebestuur. Hoewel de brief niet expliciet vermeldt welke categorie personeel "bedoeld" wordt, vonden in deze periode veelvuldig inventarisaties plaats, bijvoorbeeld in het kader van de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling in Duitsland) of politieke/raciale uitsluiting. Het kenmerk "L.M." verwijst naar de afdeling Levensmiddelen. De vermelding "Alhier" geeft aan dat de brief binnen dezelfde gemeente is verstuurd.
Samenvatting
Deze ambtelijke correspondentie is een zeer kort en formeel antwoord op een verzoek om advies. De directeur van een niet nader genoemde dienst reageert per kerende post op een schrijven van de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de boodschap is dat de betreffende dienst geen personeel ("ambtenaren of werklieden") in dienst heeft dat voldoet aan een bepaalde, in het meegestuurde stuk omschreven categorie. De taal is typisch voor de ambtelijke stijl van die tijd ("heb ik de eer U te berichten"). De snelheid van reageren (op dezelfde dag als het verzoek) is opvallend.
Historische Context
De brief dateert uit februari 1943, een periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland waarin de controle op de bevolking en het ambtelijk apparaat zeer streng was. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze jaren van schaarste en distributie een machtige figuur binnen het gemeentebestuur. Hoewel de brief niet expliciet vermeldt welke categorie personeel "bedoeld" wordt, vonden in deze periode veelvuldig inventarisaties plaats, bijvoorbeeld in het kader van de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling in Duitsland) of politieke/raciale uitsluiting. Het kenmerk "L.M." verwijst naar de afdeling Levensmiddelen. De vermelding "Alhier" geeft aan dat de brief binnen dezelfde gemeente is verstuurd.