Officiële brief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief van de Gemeente Amsterdam. 19 mei 1943. De Administrateur, Hoofd van de Afdeeling Assistentie-Zaken en Welvaarts-Aangelegenheden (Afd. Ass.Z. en W.A.) van de Gemeente Amsterdam. Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. [Linksboven: Gemeentewapen van Amsterdam]
[Stempel in paarse inkt:] No. 10/19/2 M. 1943 4/5
Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal 197, kamer 28
Telefoon 43130, 43321 Toestel 561
Postgiro 13500 (193)
Gemeentegiro 193
Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum, het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden.
Den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
A M S T E R D A M . W.
Afd. Ass.Z. en W.A. No. V.I/155^a Bijlagen: Div. Datum: 19 Mei 1943.
Uw brief d.d. 31 Maart 1943.
No. 10/19/1M.
[Handgeschreven aantekening rechts:] n.i. [onleesbaar]
Naar aanleiding van Uw bovenaangehaald schrijven, waarmede U mij een viertal vorderingen ter invordering in handen stelde en onder terugzending van de mij gezonden formulieren, deel ik U mede, dat J.v.Velzen het verschuldigde wegens gebruik van bijsnoer op de markt ad f 5.- heeft voldaan.
Dit bedrag wordt t.z.t. op de girorekening van Uw dienst overgeschreven.
* De overige 3 debiteuren, t.w. I.Italiaander, J.v.d.Kar, en M.Hangjas zijn naar Duitschland gedeporteerd, zoodat de door hen verschuldigde bedragen als oninbaar moeten worden beschouwd.
[Handgeschreven paraaf bij asterisk:] K. M.
De Administrateur,
Hoofd van de Afdeeling,
[Handtekening: Wijn...]
[Linksonder:] Stadsdrukkerij Amsterdam 1727-1-43-2500
[Rechtsonder handgeschreven:] 60 Deze brief is een administratieve afhandeling van een incassoprocedure door de gemeente Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van het document is de zakelijke mededeling over vier openstaande vorderingen van marktkooplieden voor het gebruik van een elektrisch bijsnoer (ad 5 gulden per persoon).
De tekst is typerend voor de bureaucratische efficiëntie waarmee de vervolging van de Joodse bevolking in de administratie werd verwerkt. Terwijl één persoon (J. v. Velzen) heeft betaald, worden de overige drie schulden simpelweg als "oninbaar" weggeboekt. De reden hiervoor wordt zonder enige emotie of toelichting vermeld: de betrokkenen zijn "naar Duitschland gedeporteerd".
Het document toont aan hoe de gemeentelijke diensten (zoals de Dienst van het Marktwezen en de afdeling Assistentie-Zaken) nauwgezet hun administratie bijhielden, zelfs wanneer de debiteuren in kwestie al fysiek uit de samenleving waren verwijderd. De datum, 19 mei 1943, markeert een dieptepunt in de geschiedenis van Amsterdam. In deze periode waren de grootschalige deportaties van Joden vanuit Amsterdam naar de vernietigingskampen in volle gang.
De namen in de brief — Isaac Italiaander, Jacob van de Kar en Mozes Hangjas — zijn typisch Amsterdams-Joodse namen. Uit bronnen zoals het Joods Monument blijkt dat zij inderdaad in mei en juni 1943 vanuit kamp Westerbork naar Sobibor zijn gedeporteerd en daar direct na aankomst zijn vermoord.
Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de 'banaliteit van het kwaad': de deportatie en de daaropvolgende moord op deze burgers wordt in dit officiële schrijven gereduceerd tot een administratieve reden om een kleine schuld van vijf gulden als oninbaar te beschouwen. Het illustreert de volledige rechteloosheid en uitsluiting van de Joodse medeburgers in bezet Amsterdam.