Handgeschreven sollicitatiebrief / verzoek om werk.
Origineel
Handgeschreven sollicitatiebrief / verzoek om werk. 5 juli 1943. H. van Engen (geboren 31 juli 1901), wonende aan de Postjesweg 50 III te Amsterdam-West. Amsterdam, 5 Juli 1943.
No. 11/16/1 M. 1943 6/7
M.
[in potlood/pen rechtsboven:] zie P.V. 11/16/2
Ondergetekende, van beroep diamant-
bewerker, is door wegvoering van zijn
joodsen werkgever zonder werk gekomen.
Nu heb ik vernomen, dat er in Uw
bedrijf personeel wordt aangenomen.
Ik verzoek U beleefd daarvoor ook
in aanmerking te mogen komen.
Bij voorbaat mijn dank.
Hoogachtend,
H. van Engen
geb.: 31 Juli 1901
Postjesweg 50 III
Amsterdam - W. In deze zakelijke brief verzoekt de heer H. van Engen om een aanstelling bij een niet nader genoemd bedrijf. De toon is beleefd en formeel. De schrijver geeft als reden voor zijn werkloosheid dat zijn "joodsen werkgever" is "weggevoerd". Van Engen identificeert zichzelf als diamantbewerker, een vakgroep die in Amsterdam historisch gezien een sterke verbondenheid had met de Joodse gemeenschap. De brief bevat archiefkenmerken die erop wijzen dat dit document onderdeel is geworden van een administratief of justitieel dossier (mogelijk van de politie of het Gewestelijk Arbeidsbureau). Dit document stamt uit de kernperiode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het jaar 1943 markeert het hoogtepunt van de deportaties van de Joodse bevolking uit Amsterdam. De term "wegvoering" is een eufemisme voor de gedwongen wegvoering naar concentratie- en vernietigingskampen.
De Amsterdamse diamantindustrie werd zwaar getroffen door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Veel bedrijven werden onder een 'Verwalter' (bewindvoerder) geplaatst of geliquideerd, en het personeel werd afgevoerd. De brief van Van Engen illustreert de directe economische en sociale gevolgen van de Holocaust voor de niet-Joodse beroepsbevolking die in deze sectoren werkzaam was. De noodzaak om elders werk te vinden was groot, aangezien werklozen het risico liepen te worden ingezet voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. H. van Engen Politie Vakgroep
Samenvatting
In deze zakelijke brief verzoekt de heer H. van Engen om een aanstelling bij een niet nader genoemd bedrijf. De toon is beleefd en formeel. De schrijver geeft als reden voor zijn werkloosheid dat zijn "joodsen werkgever" is "weggevoerd". Van Engen identificeert zichzelf als diamantbewerker, een vakgroep die in Amsterdam historisch gezien een sterke verbondenheid had met de Joodse gemeenschap. De brief bevat archiefkenmerken die erop wijzen dat dit document onderdeel is geworden van een administratief of justitieel dossier (mogelijk van de politie of het Gewestelijk Arbeidsbureau).
Historische Context
Dit document stamt uit de kernperiode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het jaar 1943 markeert het hoogtepunt van de deportaties van de Joodse bevolking uit Amsterdam. De term "wegvoering" is een eufemisme voor de gedwongen wegvoering naar concentratie- en vernietigingskampen.
De Amsterdamse diamantindustrie werd zwaar getroffen door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Veel bedrijven werden onder een 'Verwalter' (bewindvoerder) geplaatst of geliquideerd, en het personeel werd afgevoerd. De brief van Van Engen illustreert de directe economische en sociale gevolgen van de Holocaust voor de niet-Joodse beroepsbevolking die in deze sectoren werkzaam was. De noodzaak om elders werk te vinden was groot, aangezien werklozen het risico liepen te worden ingezet voor de Arbeitseinsatz in Duitsland.