Getypt concept (3e Concept) voor een ambtelijk voorstel/brief.
Origineel
Getypt concept (3e Concept) voor een ambtelijk voorstel/brief. 17 januari 1917 (gebaseerd op handgeschreven kantlijnnotitie "17/1/17"). Niet bij naam genoemd ("ondergeteekenden"), waarschijnlijk hoofden van een gemeentelijke dienst. [In de linkerbovenhoek handgeschreven in rood potlood:]
5 doorsl. | (omcirkeld)
[Bovenaan gecentreerd, getypt:]
3 e C o n c e p t .
====================
[Rechtsboven handgeschreven paraaf en streep:]
V.D
[Links, getypt onderwerp:]
Wijziging Verordening op
de Heffing van Markt-, Stand-
plaats- en Ventgelden en van
het Reglement op de Markten.
[Rechts, getypt adres:]
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[In de linker kantlijn handgeschreven in rood potlood:]
17/1/17
43
[Hoofdtekst:]
Hiermede hebben ondergeteekenden de eer U te berichten, dat zij hebben onderzocht, of door wijziging in de heffing van het marktgeldtarief op de algemeene dag- en weekmarkten een vereenvoudiging is te verkrijgen in de wijze der inning dezer gelden op de markten en in de administratieve contrôle van een en ander op het Hoofdkantoor van den Dienst.
Deze vereenvoudiging zal mogelijk zijn, wanneer de bestaande heffing op de markten per kalenderweek wordt gewijzigd in een heffing per kalendermaand. In aansluiting hierop is ook de mogelijkheid onder het oog gezien om een vereenvoudiging te verkrijgen in de wijze van heffing van het standplaatsgeld. ~~zijn wij~~ Wij zijn [handgeschreven boven de doorhaling] gekomen tot de conclusie, dat bij invoering van een minimumtarief per kalendermaand deze mogelijkheid aanwezig is.
Ter verwezenlijking van een en ander is wijziging der Verordening op de Heffing van Markt-, Standplaats- en Ventgelden noodig, waartoe wij de vrijheid nemen U onderstaand de noodige voorstellen te doen toekomen.
Indien U de hier [handgeschreven tussenvoeging] voorgestelde wijzigingen zult kunnen goedvinden zal ook het Reglement op de Markten moeten worden gewijzigd.
Verder meenen ondergeteekenden U ter verkrijging van een hoogst gewenschte vereenvoudiging in de administratie en een beteren gang van zaken bij den dienst, te moeten voorstellen om eenige besluiten van Burgemeester en Wethouders in zake vrijstellingen van betaling van markt- en standplaatsgelden te doen intrekken.
Een en ~~ander~~ ander [handgeschreven correctie over het getypte woord] wordt eveneens hieronder nader toegelicht en uitgewerkt.
I [handgeschreven] Wijziging van de Verordening op de Heffing van Markt-, Standplaats- en Ventgelden,
[handgeschreven symbool] door de invoering van een heffing per kalendermaand in plaats van per kalenderweek op de algemeene dag- en weekmarkten.
De bestaande heffing van marktgelden is gebaseerd op de Verordening op de Heffing, artikelen 16 en 17. Artikel 16 houdt de regeling in voor de niet electrisch verlichte markten; artikel 17 voor de electrisch verlichte. Hierbij valt op te merken, dat in artikel * Administratieve efficiëntie: Het hoofddoel van het voorstel is "vereenvoudiging". Men wil afstappen van wekelijkse inning naar maandelijkse inning. Dit vermindert de werklast voor zowel de marktmeesters (inning ter plaatse) als voor het kantoorpersoneel (controle en verwerking).
* Harmonisatie: Er wordt voorgesteld om ook voor standplaatsgelden een maandelijks minimumtarief in te voeren en bestaande uitzonderingen (vrijstellingen) in te trekken om de administratie eenduidiger te maken.
* Dienststructuur: Er is sprake van een "Hoofdkantoor van den Dienst", wat duidt op een geprofessionaliseerde gemeentelijke organisatie.
* Technologische context: De tekst maakt onderscheid tussen "niet electrisch verlichte markten" en "electrisch verlichte" markten. Dit toont aan dat de elektrificatie van de openbare ruimte in deze periode (begin 20e eeuw) nog volop in gang was en leidde tot verschillende belastingtarieven. Dit document stamt uit 1917, een periode midden in de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, heerste er door de oorlogssituatie en blokkades grote schaarste. Hierdoor werden overal in het land gemeentelijke "Diensten voor de Levensmiddelen" opgericht onder leiding van een specifieke wethouder. Deze diensten hielden toezicht op de distributie en verkoop van voedsel. De markten speelden hierin een cruciale rol. Het stroomlijnen van de marktgelden was niet alleen een administratieve wens, maar waarschijnlijk ook noodzakelijk om met beperkt personeel de toenemende regeldruk rondom de voedselvoorziening te kunnen beheersen.