Handgeschreven ambtelijke notitie of concept-tekst.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of concept-tekst. Welis waar worden
deze vergunningen slechts
voor een week of iets
langer verleend, doch
er is alle aanleiding om
den vergunninghouder een
minimum kalendermaand-
tarief te berekenen, aangezien
het voor hen van zeer veel
belang is om hun handel
op den openbaren weg
te drijven; bovendien is
het verschil tusschen de
huidige heffing van gemiddeld
2 weken en het nieuwe
tarief van een maand
niet zoo groot, dat dit voor
hen bezwaren zou opleveren. * Inhoud: De tekst betreft een advies of voorstel over de tariefstelling van vergunningen voor handel op de openbare weg. De schrijver stelt voor om, ook al worden vergunningen vaak voor korte periodes (een week) verleend, toch een minimumtarief van een volledige kalendermaand in rekening te brengen.
* Argumentatie: Er worden twee redenen gegeven:
1. Het grote economische belang voor de handelaren om hun nering op straat te mogen uitoefenen.
2. Het feit dat de verhoging (van een gemiddelde heffing van 2 weken naar een volle maand) beperkt is en naar verwachting geen financiële problemen zal veroorzaken voor de betrokkenen.
* Schrift en stijl: Het is geschreven in een vlot, geoefend bureau-handschrift (cursief). De taal is formeel en maakt gebruik van de destijds geldende spelling (zoals "tusschen", "zoo", "den openbaren weg"). Dit document lijkt deel uit te maken van een gemeentelijk of provinciaal dossier over marktgelden of precariobelasting (belasting voor het gebruik van openbare grond). In de betreffende periode was straathandel een cruciale bron van inkomsten voor veel kleine zelfstandigen, en overheden zochten naar manieren om de administratie en inning van leges te vereenvoudigen en te standaardiseren. De vermelding "6 B" suggereert dat dit een specifiek artikel, bijlage of subparagraaf is in een groter reglement of rapport.
Samenvatting
- Inhoud: De tekst betreft een advies of voorstel over de tariefstelling van vergunningen voor handel op de openbare weg. De schrijver stelt voor om, ook al worden vergunningen vaak voor korte periodes (een week) verleend, toch een minimumtarief van een volledige kalendermaand in rekening te brengen.
- Argumentatie: Er worden twee redenen gegeven:
- Het grote economische belang voor de handelaren om hun nering op straat te mogen uitoefenen.
- Het feit dat de verhoging (van een gemiddelde heffing van 2 weken naar een volle maand) beperkt is en naar verwachting geen financiële problemen zal veroorzaken voor de betrokkenen.
- Schrift en stijl: Het is geschreven in een vlot, geoefend bureau-handschrift (cursief). De taal is formeel en maakt gebruik van de destijds geldende spelling (zoals "tusschen", "zoo", "den openbaren weg").
Historische Context
Dit document lijkt deel uit te maken van een gemeentelijk of provinciaal dossier over marktgelden of precariobelasting (belasting voor het gebruik van openbare grond). In de betreffende periode was straathandel een cruciale bron van inkomsten voor veel kleine zelfstandigen, en overheden zochten naar manieren om de administratie en inning van leges te vereenvoudigen en te standaardiseren. De vermelding "6 B" suggereert dat dit een specifiek artikel, bijlage of subparagraaf is in een groter reglement of rapport.