Archiefdocument
Origineel
[Bovenaan de pagina, gecentreerd:]
-4-
van het maandtarief in termijnen kan worden toegestaan, aangezien
dan geen vermindering van de aan de inning verbonden werkzaamheden
zou worden verkregen, doch veeleer een uitbreiding. Naar onze mee-
ning moet daarom worden voorgeschreven, dat betaling van het maand-
tarief vóór een bepaalden datum der maand moet hebben plaatsgevonden.
Wij stellen U voor deze den [handgeschreven: acht] ^~~8~~sten van elken maand te doen zijn.
Wel schrijft artikel 34 der Verordening op de Heffing voor, dat
de marktgelden moeten worden voldaan op den eersten weekdag van de
maand [handgeschreven invoeging:] ^, indien de plaats wordt toegekend voor den tijd van een maand - doch in de practijk kan hieraan niet de hand worden gehouden,
omdat de kooplieden niet verplicht zijn alle dagen hun plaatsen op
de markten te bezetten, doch krachtens artikel 9 van het Reglement
slechts 3 dagen per week.
Aan dit bezwaar kan worden tegemoetgekomen, wanneer wordt be-
paald, dat betaling van het maandtarief vóór den achsten van iedere
maand moet hebben plaatsgehad. Alsdan zijn er in elk geval 3 dagen
verstreken, waarop de koopman verplicht is geweest zijn plaats op
de markt te bezetten. [Handgeschreven invoegingsteken '†'] Wanneer de koopman op den achsten van de
maand nog in gebreke is, wordt de hem toegekende plaats ingetrokken.
Krachtens artikel 11 sub.d van het Reglement ontvangt de koopman
thans wanneer hij 3 weken marktschuld heeft nog een schriftelijke
waarschuwing. Deze waarschuwing zouden wij wenschen te laten verval-
len, omdat gebleken is, dat vele kooplieden eenvoudig de waarschu-
wing afwachten alvorens te betalen. Zou deze bepaling van kracht
blijven, dan zou hieruit automatisch ontstaan, dat de betaling toch
over een groot gedeelte der maand zou geschieden met alle gevolgen
van dien.
[Handgeschreven kanttekening in de linker marge, horend bij invoegingsteken '†':]
† -
en hij
dus in
de gelegen-
heid is
geweest
om te
betalen.
Wij stellen ons voor de [handgeschreven invoeging:] ^hierbedoelde kooplieden op duidelijke wijze kenbaar
te maken, dat hun vaste plaats is ingetrokken, wanneer zij niet
vóór den achsten der maand het marktgeld hebben voldaan. Indien aan
dit voorschrift streng de hand wordt gehouden, dan lijdt het naar
onze opvatting geen twijfel of de kooplieden weten binnen enkele maan-
den niet beter of zij moeten vóór den [handgeschreven: acht] ^~~8~~sten betaald hebben.
De verwachting schijnt ons niet ongemotiveerd, dat vele koop-
lieden tot halfjaarlijksche betaling zullen overgaan om aan het ge-
vaar van het verliezen van hun [handgeschreven invoeging:] ^vaste plaats te ontsnappen.
Wij stellen U daarom voor, artikel 11 sub.d van het Reglement
op de Markten te doen vervallen en daarvoor een nieuwe alinea op te
nemen, zooals hieronder bij de recapitulatie onder ad.II is omschre-
ven.
III. Invoering van een heffing per kalendermaand in plaats van
per kalenderweek voor de standplaatsen buiten de markten. De kern van dit document is een voorstel tot administratieve vereenvoudiging en strengere handhaving bij de inning van marktgelden. De opstellers constateren dat de huidige regeling (betaling op de eerste weekdag) in de praktijk niet werkt omdat marktkooplieden niet elke dag aanwezig zijn.
De voorgestelde wijzigingen zijn:
1. Vaste deadline: Betaling moet vóór de 8ste van de maand binnen zijn.
2. Sanctie: Directe intrekking van de standplaats bij wanbetaling op de 8ste, zonder de voorheen gebruikelijke schriftelijke waarschuwing na drie weken.
3. Doel: Het dwingen tot tijdig betalen of het stimuleren van halfjaarlijkse vooruitbetaling om administratieve lasten te beperken.
De handgeschreven toevoegingen duiden op een zorgvuldige redactionele slag om juridische mazen (zoals de definitie van 'per maand' toegekende plaatsen) te dichten en de morele rechtvaardiging ("hij heeft gelegenheid gehad om te betalen") te expliciteren. Dit document is hoogstwaarschijnlijk een intern ambtelijk advies aan een College van Burgemeester en Wethouders van een grotere Nederlandse gemeente, gedateerd ergens tussen 1930 en 1955. Dit valt af te leiden uit de spelling (zoals 'achsten' en 'zooals') en de typisch bureaucratische toon van de wederopbouwperiode of het interbellum. De markten vormden in die tijd een essentiële bron van inkomsten voor de gemeente en een vitaal onderdeel van de voedselvoorziening, waardoor een strakke regulering van standplaatsen noodzakelijk was. De overgang van wekelijkse naar maandelijkse (of zelfs halfjaarlijkse) inning markeert de professionalisering en modernisering van de gemeentelijke belastingdienst.