Getypte pagina (pagina -5-) van een officieel rapport of voorstel met handgeschreven kanttekeningen en correcties.
Origineel
Getypte pagina (pagina -5-) van een officieel rapport of voorstel met handgeschreven kanttekeningen en correcties. Niet expliciet vermeld, maar de spelling (bijv. "zoowel", "openbaren", "Hoogerhand") en de munteenheid (gulden) duiden op de vroege tot midden 20e eeuw (ca. 1930-1950). -5-
De krachtens artikel 28 der Verordening op de Heffing door den Burgemeester uitgereikte standplaatsvergunningen veroorzaken een zeer uitgebreide administratieve behandeling, doordat ~~elke vergun- ~ning is verleend,~~ ^de ^inhoud ^van ^de ^vergunning^ ^wat ^betreft^ verschilt ~~zoowel voor~~ het aantal meters openbare gemeentegrond, als ~~voor~~ het aantal dagen, dat de standplaats per week worden bezet.
De grondslag voor de heffing van het standplaatsgeld is vervat in artikel 16 der Verordening op de Heffing. Dit geeft een tarief per strekkenden meter per dag, per kalenderweek en per kalender-halfjaar.
Er zijn in totaal 26 ver~~[onleesbaar]~~ ^gunningen^ verleend voor 1 m., hoofdzakelijk bloemenstandplaatsen voor een maand; 50 voor 2 m; 275 voor 3 m. hoofdzakelijk haringstandplaatsen; 17 voor 4 m. en 2 voor 5 m. openbaren gemeentegrond.
Ter verkrijging van een zoo groot mogelijke eenvormigheid in de vergunningen ware het eenvoudigste om een minimumtarief van bijvoorbeeld 3 meter in te voeren. Van de zijde der Politie zou hiertegen zeker ernstige bezwaren worden ingebracht, omreden de 26 bloemenstandplaatsvergunningen van 1 m. in verband met verkeersbezwaren niet tot 3 meter zouden kunnen worden vergroot. Het tarief per strekkenden meter moet derhalve worden gehandhaafd.
Ten aanzien van het aantal dagen, dat de standplaats per week krachtens de vergunning mag worden bezet, staat de zaak anders. Er zijn thans vergunningen verleend voor allerlei combinaties van dagen. Wij noemen als voorbeeld, een vergunning voor 1 meter is verleend voor den Zaterdag; de vergunninghouder betaalt ~~betaalt~~ dan het dagtarief, namelijk voor een dag 1 x f 0,05 = f 0,05. Wanneer de vergunning is verleend voor 3 dagen per week dan betaalt hij voor 1 meter 3 x f 0,05 = f 0,15. Wanneer voor 4 dagen vergunning is verleend, vervalt voor hem het voordeel van het dagtarief; hij moet namelijk betalen 4 x f 0,05 = 0,20, of het bedrag, dat gelijk is aan het weektarief. Van 4 tot en met 7 dagen per week wordt dus het weektarief geheven.
We hebben overwogen om voor de standplaatsen het dagtarief te doen vervallen en uitsluitend een kalendermaand - en halfjaarstarief te handhaven. Dit zou evenwel voor ± 35 standplaatshouders die thans volgens het dagtarief betalen, omdat zij een vergunning hebben voor minder dan 4 dagen per week een ^(aanzienlijke)^ verhooging van het standplaatsgeld beteekenen, waartegen wellicht van Hoogerhand bezwaren zouden worden aangevoerd. Wij noemen als voorbeelden: ~~een~~ vergunning voor 1 m. 1 dag per week ; ~~betaalt thans~~ ^hiervoor ^wordt ^thans ^betaald^ f 0,05 per week = f 0,20 per maand, ~~en zou,~~ bij invoering ^van ^een^ minimummaandtarief ~~moeten~~
^voor ^deze ^vergunning ^zou^ ... * Administratieve complexiteit: Het document klaagt over de "zeer uitgebreide administratieve behandeling" veroorzaakt door de grote variatie in vergunningen (verschil in meters en dagen).
* Tariefstructuur: Er wordt gewerkt met een tarief per strekkende meter. De dagprijs is 5 cent per meter. Bij 4 dagen of meer treedt een weektarief in werking (ook 20 cent voor 1 meter).
* Marktsegmentatie: Uit de cijfers blijkt dat de meeste standplaatsen (275 stuks) 3 meter breed zijn, voornamelijk haringstallen. De kleinste (1 meter) zijn meestal bloemenstallen.
* Beleidsdilemma's:
1. Uniformiteit vs. Praktijk: Een minimumbreedte van 3 meter zou de administratie vereenvoudigen, maar de politie maakt bezwaar vanwege de verkeersveiligheid (vooral bij de 1-meter bloemenstallen).
2. Efficiëntie vs. Sociale impact: Het afschaffen van het dagtarief ten gunste van een maandtarief zou voor kleine ondernemers (die bijv. maar 1 dag per week staan) een flinke prijsverhoging betekenen, wat politiek riskant is ("bezwaren van Hoogerhand"). Dit stuk biedt een inkijkje in de gemeentelijke bureaucratie van het midden van de 20e eeuw in Nederland. Het toont de spanning tussen de wens van de overheid om processen te stroomlijnen en de weerbarstige praktijk van kleine neringdoenden (bloemenverkopers, haringboeren) in de openbare ruimte. De handgeschreven wijzigingen laten zien hoe ambtelijke teksten werden bijgeschaafd om juridisch preciezer te zijn of om nuances aan te brengen in de financiële gevolgen van voorgestelde maatregelen. De genoemde bedragen (f 0,05) benadrukken de enorme inflatie sindsdien, aangezien dit destijds een substantieel bedrag was voor een dagelijkse standplaats.