Archief 745
Inventaris 745-400
Pagina 313
Dossier 37
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

14 januari 1943 Van: Waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd van de gemeente (gezien de stijl en inhoud).

Origineel

14 januari 1943 Waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd van de gemeente (gezien de stijl en inhoud). 5
2. 14 Januari 43
17/1/1 den Heer Wethouder voor
Afd. de Levensmiddelen.

Ten aanzien van het aantal dagen, dat de standplaats per week krachtens de vergunning mag worden bezet, staat de zaak anders. Er zijn thans vergunningen verleend voor allerlei combinaties van dagen. Wij noemen als voorbeeld, een vergunning voor 1 meter is verleend voor den Zaterdag; de vergunninghouder betaalt dan het dagtarief, namelijk voor een dag 1 x ƒ 0,05 = ƒ 0,05. Wanneer de vergunning is verleend voor 3 dagen per week dan betaalt hij voor 1 meter 3 x ƒ 0,05 = ƒ 0,15. Wanneer voor 4 dagen vergunning is verleend, vervalt voor hem het voordeel van het dagtarief; hij moet namelijk betalen 4 x ƒ 0,05 = ƒ 0,20 of het bedrag, dat gelijk is aan het weektarief. Van 4 tot en met 7 dagen per week wordt dus het weektarief geheven.

We hebben overwogen om voor de standplaatsen het dagtarief te doen vervallen en uitsluitend een kalendermaand- en halfjaarstarief te handhaven. Dit zou evenwel voor ± 35 standplaatshouders, die thans volgens het dagtarief betalen, omdat zij een vergunning voor minder dan 4 dagen per week hebben, een aanzienlijke verhooging van het standplaatsgeld beteekenen. Wij geven als voorbeeld: een vergunning voor 1 m. 1 dag per week: thans wordt in zoodanig geval betaald: ƒ 0,05 per week = ± ƒ 0,22 per maand; voor deze vergunning zou bij invoering van een minimummaandtarief betaald moeten worden: ƒ 0,90. Een ander voorbeeld: een vergunning voor 3 m. 1 dag per week: daarvoor wordt thans betaald: 3 x ƒ 0,05 = ƒ 0,15 per week = ƒ 0,65 per maand; bij nieuwe regeling zou worden betaald: 3 x ƒ 0,90 = ƒ 2,70. Dit verschil, waartegenover voor den vergunninghouder geen enkel voordeel staat, achten wij te groot. Wij stellen U daarom voor om naast het kalendermaandtarief, het dagtarief te handhaven. Evenwel meenen wij toch, dat de bestaande toestand ten deze niet onveranderd dient te blijven. Het dagtarief wordt thans bij vooruitbetaling per week betaald. Wij zouden in de vergunningen van hen, die het dagtarief betalen, willen voorschrijven, dat het verschuldigde tarief maandelijks bij vooruitbetaling moet worden voldaan. Het bedrag, dat maandelijks zal moeten worden betaald en dat opgenomen dient te worden in de vergunning, kan worden berekend door het wekelijks verschuldigde bedrag te vermenigvuldigen met 52 en te deelen door 12. Het overgroote deel der vergunninghouders betaalt thans krachtens het weektarief, omdat zij meer dan 4 dagen per week van de standplaats gebruik mogen maken; dit gedeelte zal dus zonder meer het nieuwe kalendermaandtarief moeten betalen.

Bij de recapitulatie stellen wij U onder ad.I voor in artikel 16 der Verordening een apart tarief op te nemen voor het standplaatsgeld.

Ook voor de kerstboomvergunningen zouden wij een minimumtarief per kalendermaand willen invoeren. Weliswaar worden deze vergunningen slechts voor een week of iets langer verleend, doch er is alle aanleiding om den vergunninghouders een minimumkalendermaandtarief te berekenen, aangezien het voor hen van zeer veel belang is om hun handel op den openbaren weg te drijven; bovendien is het verschil tusschen de huidige heffing van gemiddeld 2 weken en het nieuwe tarief van een maand niet zóó groot, dat dit voor hen bezwaren zou opleveren. Wij stellen U daarom voor in artikel 16 hiervoor een afzonderlijk tarief per kalendermaand op te nemen, zooals hierna onder ad.IV is aangegeven. * Kern van het document: De tekst is een ambtelijk advies aan de Wethouder voor de Levensmiddelen over een wijziging in de belastingverordening voor marktstandplaatsen. Het doel is om administratieve vereenvoudiging (overgang naar maandbetalingen) te combineren met fiscale rechtvaardigheid voor kleine handelaren.
* Probleemstelling: De gemeente wilde het dagtarief afschaffen en alleen maand- of halfjaarstarieven hanteren. Dit bleek echter ongunstig voor ongeveer 35 kleine handelaren (die 1 tot 3 dagen per week staan), omdat hun kosten dan zouden verviervoudigen (van ƒ 0,22 naar ƒ 0,90 per maand voor de kleinste kraam).
* Oplossing: Er wordt voorgesteld om het dagtarief te behouden voor deze kleine groep, maar de betalingstermijn te wijzigen. In plaats van wekelijks vooruit te betalen, moeten zij voortaan per maand vooruitbetalen. De berekening geschiedt via een vaste formule: (weektarief * 52 weken) / 12 maanden.
* Kerstbomen: Voor kerstboomverkopers wordt een specifieke regeling voorgesteld: hoewel zij maar kort op straat staan, moeten zij toch een vol maandtarief betalen vanwege de economische waarde van de openbare weg voor hun handel. * Tijdsbeeld: Het document dateert uit januari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de distributie van levensmiddelen strikt gereguleerd en was de controle op markten essentieel voor de voedselvoorziening en prijsbeheersing.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toenmalige spelling (de spelling-Marchant), herkenbaar aan woorden als verhooging, zoodanig en beteekenen. De toon is strikt zakelijk en bureaucratisch.
* Valuta: Bedragen worden weergegeven in de toenmalige Nederlandse gulden (ƒ). De tarieven lijken laag (ƒ 0,05 per meter per dag), maar moeten gezien worden in de context van het prijspeil van 1943.
* Administratieve efficiëntie: Het document toont een verschuiving in het lokaal bestuur naar meer gecentraliseerde en efficiënte inning van gelden (per maand in plaats van per week), een proces dat ook tijdens de bezettingsjaren doorgang vond om de bureaucratische druk te beheersen.

Samenvatting

  • Kern van het document: De tekst is een ambtelijk advies aan de Wethouder voor de Levensmiddelen over een wijziging in de belastingverordening voor marktstandplaatsen. Het doel is om administratieve vereenvoudiging (overgang naar maandbetalingen) te combineren met fiscale rechtvaardigheid voor kleine handelaren.
  • Probleemstelling: De gemeente wilde het dagtarief afschaffen en alleen maand- of halfjaarstarieven hanteren. Dit bleek echter ongunstig voor ongeveer 35 kleine handelaren (die 1 tot 3 dagen per week staan), omdat hun kosten dan zouden verviervoudigen (van ƒ 0,22 naar ƒ 0,90 per maand voor de kleinste kraam).
  • Oplossing: Er wordt voorgesteld om het dagtarief te behouden voor deze kleine groep, maar de betalingstermijn te wijzigen. In plaats van wekelijks vooruit te betalen, moeten zij voortaan per maand vooruitbetalen. De berekening geschiedt via een vaste formule: (weektarief * 52 weken) / 12 maanden.
  • Kerstbomen: Voor kerstboomverkopers wordt een specifieke regeling voorgesteld: hoewel zij maar kort op straat staan, moeten zij toch een vol maandtarief betalen vanwege de economische waarde van de openbare weg voor hun handel.

Historische Context

  • Tijdsbeeld: Het document dateert uit januari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de distributie van levensmiddelen strikt gereguleerd en was de controle op markten essentieel voor de voedselvoorziening en prijsbeheersing.
  • Taalgebruik: Het document hanteert de toenmalige spelling (de spelling-Marchant), herkenbaar aan woorden als verhooging, zoodanig en beteekenen. De toon is strikt zakelijk en bureaucratisch.
  • Valuta: Bedragen worden weergegeven in de toenmalige Nederlandse gulden (ƒ). De tarieven lijken laag (ƒ 0,05 per meter per dag), maar moeten gezien worden in de context van het prijspeil van 1943.
  • Administratieve efficiëntie: Het document toont een verschuiving in het lokaal bestuur naar meer gecentraliseerde en efficiënte inning van gelden (per maand in plaats van per week), een proces dat ook tijdens de bezettingsjaren doorgang vond om de bureaucratische druk te beheersen.

Kooplieden in dit dossier 100

M. Aronson Uilenburg E2/234 C.M.
L. Barmhartigheid Uilenburg 1/206 gedetineerd. niet bij S.Z.
J. Beekman Uilenburg 1/242 onbekend. "
M. Bergman Uilenburg 2/80
J. Premsela Uilenburg 2/104 beweert dat verg. bij m.w. is. "
G. Blog Uilenburg 2/200 "
L. de Maghtige Uilenburg 26/238 S.Z.
B. Boeken Uilenburg 3/18 C.M.
H. Boeken Uilenburg 3/19
A. Canes Uilenburg 5/15 C.M.
D. Cohen Uilenburg 5/61 C.M.
S. Cohen Uilenburg E2/127 C.M.
J. Crost Uilenburg 5/126 C.M.
W. Dagloonder Uilenburg 1/280 S.Z. C.M.
W. Dreese Uilenburg 20/271 B.S. "
A. Duits Uilenburg 6/107
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Rapenb. str: 46 III
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Nieuwmarkt Nw Batavierstr. 13 I
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Hofmeijerstr: 9 hs
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Ruijschstraat 65 III
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Camperstr. 42 II
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Blasiusstr. 117 hs
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Vrolikstraat 130 III
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Dan: Theronstr: 26 hs
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Retiefstraat 66 II
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Tilanusstr: 83 III
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Ferd: Bolstr: 48.
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Retiefstraat 99 II
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3