Getypt ambtelijk schrijven (mogelijk een besluit of ambtelijk advies).
Origineel
Getypt ambtelijk schrijven (mogelijk een besluit of ambtelijk advies). 14 januari 1943. -11-
- 14 Januari 43
17/1/1 den Heer Wethouder voor
xx de Levensmiddelen.
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid bedraagt de in artikel 2 bedoelde belasting voor de markt in de Albert Cuypstraat tusschen de Ferdinand Bolstraat en de 1e Sweelinckstraat en voor de markt in de Ten Katestraat tusschen de Bellamystraat en de Jacob van Lennepkade:
a. per dag, met uitzondering van den Zaterdag: f 0,35
b. per Zaterdag: f 0,75
c. per kalendermaand: ~~f 5,-~~ 5,85
d. per kalenderhalfjaar: f 31,50
Wij merken hierbij nog op, dat ook de belasting voor het innemen van een plaats op de Boom- en Bloemenmarkt krachtens het nieuwe artikel 16 zal worden geïnd, hetgeen beteekent, dat op deze markt niet meer per strekkenden meter ingenomen plaatsruimte zal worden geheven, doch per plaats. Dit houdt in, dat de plaatsen op deze markt steeds drie strekkende meters zullen bedragen of een veelvoud hiervan. Een en ander is van weinig beteekenis en zal in de practijk geen moeilijkheden opleveren.
ad.II. Wij stellen U voor artikel 11 d van het Reglement als volgt te doen luiden:
"d. wegens wanbetaling, waaronder verstaan wordt het niet voldoen van het kalendermaandtarief of het kalenderhalfjaartarief, bedoeld in artikel 16 van de Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, vóór den achtsten van respectievelijk de kalendermaand of het kalenderhalfjaar."
ad.IV. Ingetrokken worden de Besluiten van Burgemeester en Wethouders d.d.:
31 Augustus 1934 no. 848 L.M. 1934 in zake ontheffing betaling standplaats- en marktgeld bij steun;
27 September 1935 no. 817 L.M. 1935 in zake ontheffing betaling standplaats- en marktgeld bij verpleging in ziekenhuis, sanatorium en herstellingsoord;
13 December 1935 no. 817 L.M. 1935 in zake ontheffing betaling standplaats- en marktgeld bij hechtenis en gevangenisstraf; [handgeschreven in de kantlijn: is reeds ingetrokken zie 262 1934]
30 October 1936 no. 68/48 L.M. 1936 in zake ontheffing betaling standplaats- en marktgeld bij zwangerschap;
24 September 1937 no. 68/35 L.M. 1937 in zake ontheffing betaling standplaats- en marktgeld bij Zuiderzeesteun;
het Besluit van 23 November 1934 no. 848 L.M. 1934 voor zoover het betrekking heeft op het vrijstellen van betaling bij werkverschaffing.
In verband met het intrekken van deze Besluiten, dient artikel 11 sub.c te worden gewijzigd als volgt:
"c. wegens het niet bezetten der plaats op grond van de omstandigheid, dat het de(n) houder(ster) wegens hem(haar) verleende ondersteuning, niet is toegestaan respectievelijk onmogelijk is, zijn(haar) plaats te bezetten." Dit document is een administratief besluit van de gemeente Amsterdam betreffende de marktverordeningen. Er zijn drie opvallende zaken:
1. Tariefwijziging: De belastingen voor marktplaatsen op de Albert Cuypmarkt en de Ten Katemarkt worden vastgesteld. Opvallend is de handmatige correctie van het maandtarief van 5 gulden naar 5,85 gulden, wat duidt op een inflatoire correctie of een verhoging op het laatste moment.
2. Harmonisatie van de Bloemenmarkt: De wijze van heffen op de "Boom- en Bloemenmarkt" wordt veranderd van een meting per strekkende meter naar een vaste prijs per standplaats (standaard 3 meter). Dit diende waarschijnlijk om de administratieve last te verlichten.
3. Inperking van sociale regelingen: De meest ingrijpende wijziging onder 'ad.IV' is het intrekken van diverse ontheffingsgronden. Voorheen hoefden marktkooplieden geen staangeld te betalen bij ziekte (ziekenhuisopname), zwangerschap, hechtenis of wanneer zij financiële steun ontvingen. Door deze besluiten in te trekken, werd het marktwezen zakelijker en harder; men was verplicht te betalen, ongeacht de persoonlijke of sociale omstandigheden. Het document is gedateerd op 14 januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode stond het gemeentebestuur van Amsterdam onder toezicht van de bezetter en werden veel sociale voorzieningen en "soepele" regelingen versoberd of afgeschaft om de inkomsten van de stad te maximaliseren en de controle te verhogen.
De Albert Cuypmarkt en de Ten Katemarkt waren (en zijn) vitale onderdelen van de Amsterdamse voedselvoorziening. De geadresseerde, de "Wethouder voor de Levensmiddelen", was in oorlogstijd een cruciale functionaris die verantwoordelijk was voor de distributie van schaarse goederen. Het intrekken van de ontheffingen bij zwangerschap, ziekte of steun past in het beeld van een bestuur dat onder druk van de bezettingsomstandigheden elke vorm van sociale 'laxisme' uitbande. Ook de handgeschreven verwijzing naar eerdere besluiten uit 1934 (het jaar na de machtsovername van de Nazi's in Duitsland en een jaar van economische crisis in Nederland) laat zien hoe de bureaucratie oude regelgeving tegen het licht hield.