Getypte verordening of reglement (pagina 6).
Origineel
Getypte verordening of reglement (pagina 6). -6-
b voor den aanvoer van mosselen per vaartuig per ton van 1000 kg. laad-
vermogen van dat vaartuig, per dag $f$ 0,10
II voor den aanvoer van visch op andere wijze dan onder I genoemd:
a voor aal, paling, tarbot, griet en tong per 100 pond $f$ 0,40
b voor Zuiderzeebot en zoetwatervisch per 100 pond " 0,25
c voor Noordzeebot, kabeljauw, poon, schelvisch, tongschar,
schar, schol, wijting, makreel, leng en koolvisch per
100 pond " 0,15
d voor spiering per 100 pond " 0,10
e voor geep per tal (200 stuks) " 0,15
f voor panharing per tal (200 stuks) " 0,02
/of lit g voor garnalen per mand/van ongeveer 50 tot 60 pond " 0,06
h voor gerookte of gestoomde visch per kistje " 0,01
i voor bokking en haring per fust " 0,15
k voor andere Noordzeevisch dan de in dit artikel genoemde
per 100 pond " 0,15
Art. 21
Voor de toepassing van het in artikel 20 bedoelde tarief wordt:
a een hoeveelheid of gewicht, kleiner dan de in artikel 20
genoemde, doch grooter dan de helft er van, met de volle
hoeveelheid of het volle gewicht gelijkgesteld;
b een hoeveelheid of gewicht, kleiner dan de helft van de in
artikel 20 genoemde, met de halve hoeveelheid of het halve
gewicht gelijkgesteld; hiervoor wordt de helft der in artikel
20 sub II genoemde tarieven geheven.
Art. 22
De in artikel 5 sub b bedoelde belasting bedraagt 5% van de
bruto-opbrengst der afgeslagen visch, met dien verstande, dat, indien de
bruto-opbrengst van de door denzelfden aanvoerder aan den afslag gebrachte
visch in een kalenderjaar meer dan $f$ 5000,- heeft bedragen, hem een
reductie zal worden uitbetaald, gelijk aan 1% van het bedrag, waarmede
die opbrengst de $f$ 5000,- te boven gaat. Is de bruto-opbrengst in het
kalenderjaar hooger dan $f$ 10.000,- geweest, dan zal de reductie over het
bedrag boven de $f$ 10.000,- 2% bedragen.
Voor den afslag van partijen visch, welke in consignatie zijn
toegezonden, is door de afzenders, behalve de in het vorige lid bedoelde
5%, 1% dier bruto-opbrengst verschuldigd.
Wordt de afslag door of vanwege den aanvoerder opgehouden, dan is
5% verschuldigd van de door den halopzichter-afslager of diens plaats-
vervanger te schatten bruto-opbrengst, waarna de visch zonder verdere
heffing op het buitenterrein uit de hand mag worden verkocht.
Art. 23.
De in artikel 5 sub c bedoelde belasting bedraagt $f$ 0,50 per
persoon per half jaar. * Terminologie: Het document gebruikt specifieke visserij-eenheden zoals "pond" (vermoedelijk 500 gram), "tal" (een tel-eenheid van 200 stuks) en "fust".
* Belastingstructuur: Er is sprake van een progressief kortingssysteem (reductie) op de afdracht voor grote aanvoerders. Dit wijst op een beleid om grotere vissersschepen of handelaren aan de specifieke afslag te binden.
* Handhavingsclausule: In artikel 22 wordt beschreven wat er gebeurt als een aanvoerder de veiling ("afslag") ophoudt. In dat geval wordt de belasting geschat door de "halopzichter-afslager" en mag de vis daarna buiten de veiling om verkocht worden.
* Correcties: In de marge bij punt g is met de hand "/of lit" (mogelijk refererend aan een liter-maat of een tekstuele wijziging) toegevoegd, wat duidt op een werkexemplaar van de reglementen. Dit document is zeer waarschijnlijk een fragment uit een gemeentelijke verordening van een Nederlandse vissersplaats (bijvoorbeeld aan de voormalige Zuiderzee zoals Urk, Volendam of Enkhuizen). Het regelt de inkomsten van de gemeente of het havenbedrijf via de visafslag. De expliciete scheiding tussen "Zuiderzeebot" en "Noordzeebot" plaatst het document in een tijdperk waarin beide visserijtakken naast elkaar bestonden, vermoedelijk voor de voltooiing van de Afsluitdijk (1932) of in de overgangsjaren daarna toen de term Zuiderzee nog gangbaar was in regelgeving. De genoemde bedragen in guldenscenten lijken naar moderne maatstaven erg laag, maar waren destijds substantiële zakelijke lasten.