Getypte ambtelijke brief of rapportagefragment.
Origineel
Getypte ambtelijke brief of rapportagefragment. 16 mei (jaartal niet expliciet vermeld op dit blad, vermoedelijk rond 1941 gezien kenmerk 17/4/1). Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd van de gemeente Amsterdam). 27 16 Mei 6
17/4/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
van Politie om verkeersredenen bezwaar maakte tegen het
voortbestaan der Boom- en Bloemmarkt aan den Singel en dus
a fortiori tegen uitbreiding van het aantal dagen, waarop
die markt wordt gehouden. Zooals ik bereids in mijn rapport
d.d. 2 April jl. (no.22/4/5 M) berichtte, wordt de Boom- en
Bloemmarkt "clandestien" toch dagelyks gehouden: de koop-
lieden kunnen nu eenmaal niet op drie marktdagen voor de ge-
heele week voldoende verdienen. Alleen bestaat thans niet de
mogelykheid om op de dagen, waarop de markt officieel niet
bestaat, marktgeld te innen.
Hierboven, bij de bespreking van art.19 van het
concept-verordening op de heffing van marktgeld, enz. heb ik
uiteengezet, dat de nieuwe heffing, die ik daar voorstel, in
de plaats moet komen van het nog op de Boom- en Bloemmarkt
bestaande aanvoersgeld. Aangezien het nieuwe tarief geen
kortere termijnen, dan één kalenderweek kent, is het uiteraard
alleen voor een markt, die dagelyks wordt gehouden, bruikbaar.
Indien dus mijn voorstel om de Boom- en Bloemmarkt tot dag-
markt te verklaren, niet zou worden aanvaard, is ook de
vervanging van het aanvoersgeld door een tarief, zooals ik in
overweging gaf, niet mogelyk.
Art.6 der voorgestelde verordening bepaalt, dat de
weekmarkten des Maandags worden gehouden. Dit is inderdaad
met alle weekmarkten: Amstelveld, Westerstraat en Noorder-
markt, het geval. De huidige verordening, die voor de week-
markten drie dagen noemt, beantwoordt alleen aan de practyk
der Boom- en Bloemmarkt. Nu ik voorstel, om deze tot dagmarkt
te maken, diende ook het voorschrift betreffende de dagen,
waarop de weekmarkten worden gehouden, te worden herzien.
In verband daarmede, is ook een eenvoudiger redactie
van het tweede lid van dit artikel voorgesteld. Dit lid kan
alleen beteekenis hebben voor de weekmarkten; valt een al-
gemeen erkende Christelyke feestdag op een Maandag, dan ligt
het voor de hand, de weekmarkt den eerstvolgenden werkdag te
houden. Het document bespreekt een beleidswijziging voor de Amsterdamse markten, met de focus op de bekende Bloemenmarkt aan het Singel. De kernpunten zijn:
- Handhaving versus Praktijk: Hoewel de politie bezwaar maakt tegen de markt vanwege verkeersoverlast, functioneert deze in de praktijk al dagelijks ("clandestien"). De kooplui hebben deze dagelijkse inkomsten nodig om rond te komen.
- Fiscaal aspect: De gemeente loopt inkomsten mis omdat ze op "niet-officiële" dagen geen marktgeld kan innen. De schrijver stelt voor de markt officieel tot "dagmarkt" te verklaren, zodat er een wekelijks tarief geheven kan worden in plaats van het verouderde "aanvoersgeld".
- Regelgeving: Er wordt voorgesteld om de definitie van weekmarkten (zoals op het Amstelveld, de Westerstraat en de Noordermarkt) aan te scherpen. Deze vinden traditioneel op maandag plaats. De nieuwe verordening moet ook regelen wat er gebeurt als een marktdag op een christelijke feestdag valt. Dit document biedt een interessant inkijkje in de bestuurlijke geschiedenis van de Amsterdamse markten. De Bloemenmarkt op het Singel is historisch gezien uniek omdat de bloemen vroeger per boot werden aangevoerd (vandaar de term "aanvoersgeld").
De spanning tussen de politie (verkeersveiligheid op de smalle grachten) en de economische belangen van de handelaren is een terugkerend thema in de Amsterdamse stadsgeschiedenis. De archivistische kenmerken (zoals de spelling "practyk" en "Christelyke") duiden op een document uit de eerste helft van de 20e eeuw. De referentie "17/4/1" zou kunnen wijzen op het jaar 1941, een periode waarin de bezettingsmacht ook probeerde de economische stromen in de stad strakker te reguleren.